ECLI:NL:RBROT:2025:14752
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken vast inkomen en niet-naleving afspraken
Verzoekster heeft op 31 oktober 2025 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet voor een voorlopige voorziening om de ontruiming van haar woonruimte te voorkomen. De rechtbank heeft op 19 november 2025 een zitting gehouden waarbij verzoekster niet aanwezig was en verweerster niet is verschenen.
De rechtbank constateert dat er sprake is van een bedreigende situatie omdat een vonnis tot ontruiming van 2 april 2024 en een exploot van 10 oktober 2025 zijn overgelegd waarin ontruiming op 4 november 2025 is aangekondigd. De wetgever beoogt met artikel 287b Fw een adempauze voor schuldenaren om een regeling met schuldeisers te treffen.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen af tegen het belang van verweerster om het vonnis ten uitvoer te leggen. Verzoekster beschikt niet over een vast inkomen, heeft afspraken met schuldhulpverlening niet nagekomen en het traject kon daardoor niet worden opgestart. Hierdoor acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de lopende termijnen kunnen worden voldaan of dat een minnelijk traject kan worden afgerond.
Daarom wordt het verzoek om de voorlopige voorziening afgewezen en wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet. Verzoekster kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.