Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om te voorkomen dat verweerster het vonnis tot ontruiming van haar huurwoning uitvoert. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland stond op 19 november 2025.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en het minnelijk schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Gelet op de tijdige betaling van de huurtermijnen oktober en december 2025 en de verbeterde financiële situatie van verzoekster, acht de rechtbank het belang van verzoekster zwaarder wegen.
De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen, waaronder het tijdig voldoen van lopende termijnen en het voeren van een volledige en inzichtelijke administratie door verzoekster. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt echter niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid voor verzoekster om later een nieuw verzoek in te dienen.
De voorlopige voorziening geldt voor zes maanden en schort de ontruiming op, terwijl de huurovereenkomst wordt verlengd voor die periode. Schuldhulpverlening moet uiterlijk twee weken voor het einde van de voorziening verslag uitbrengen aan de rechtbank.