Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 19 juli 2024. Verzoeker kampt met financiële problemen, maar is sinds januari 2025 onder beschermingsbewind en betaalt de huur al geruime tijd tijdig.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging tussen verzoeker en verweerster leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening, omdat verzoeker inmiddels een stabiel inkomen heeft en de huurbetalingen worden voldaan. De voorziening geldt voor zes maanden en wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden betaald.
Daarnaast verklaart de rechtbank het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.