ECLI:NL:RBROT:2025:14776

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
10/204688-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewezenverklaring van belediging van een groep mensen door het plaatsen van beledigende berichten op sociale media

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2008, die beschuldigd werd van meermalen belediging van een groep mensen en het openbaar maken van beledigende uitlatingen via sociale media. De verdachte was betrokken bij de 'D.W.M. Gemeenschap', een groep die extreemrechts en nationaalsocialistisch gedachtegoed verspreidde. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het beledigen van groepen mensen wegens hun ras en/of godsdienst door beledigende berichten te delen in een openbare Telegramgroep en een Snapchat-groep. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de aanklachten van aanzetten tot haat en opruiing, omdat deze niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. De rechtbank oordeelde dat de verdachte een gewoonte had gemaakt van het beledigen van groepen mensen en legde een deels voorwaardelijke werkstraf op, met bijzondere voorwaarden waaronder een behandelverplichting. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de rol van de verdachte binnen de groep en de noodzaak van toezicht en begeleiding om recidive te voorkomen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd
Parketnummer: 10/204688-24
Datum uitspraak: 11 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,
raadsvrouw mr. W.M. Shreki, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 27 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 77 dagen, met aftrek
  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak feit 2
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot haat tegen en/of discriminatie van Joden, zoals onder 2 ten laste gelegd.
4.1.2.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de verdachte de ten laste gelegde tekst ‘
maar je moet snappen dat tegenwoordig alles realistisch gaat, daar bedoel ik mee dat je geweld moet gaan gebruiken voor om zoiets te gaan starten en te bereiken’ heeft verzonden in reactie op een bericht van een andere gebruiker, die schrijft dat nationaalsocialisme grotendeels werkt, maar dat hij geen voorstander is van agressie en geweld. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de voorgaande conversatie tussen de verdachte en de andere gebruiker uitsluitend is gericht op het gebruik van geweld om de gewenste maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen. Weliswaar is eerder in het chatgesprek door een ander gesproken over een ‘
rassenoorlog die nodig is’ en ‘
wij als witten zullen winnen’, maar het plaatsen van die berichten is niet aan de verdachte ten laste gelegd, noch kan daaruit zonder meer worden afgeleid dat deze berichten tegen Joden zijn gericht.
4.1.3.
Conclusie
Het onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.2.
Vrijspraak feit 5
4.2.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing, zoals onder 5 ten laste gelegd, door in het openbaar oranje stickers te plakken met de tekst ‘
marcheer mee’ en ‘
maak Nederland wakker’ en hiervan een foto in de openbare Telegramgroep ‘D.W.M. Gemeenschap’ te delen. Het plakken van de stickers moet worden bezien in de context van de groep ‘D.W.M. Gemeenschap’ en het gewelddadige doel van deze groep, namelijk het starten van een ‘rassenoorlog’ en het ‘pakken’ van ‘untermenschen’.
4.2.2.
Beoordeling
Voor een bewezenverklaring van opruiing zoals bedoeld in artikel 131 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is vereist dat bij de verdachte sprake is van (voorwaardelijk) opzet op het opruien tot enig strafbaar feit en/of tot geweld tegen het openbaar gezag, dat de uitlating in het openbaar is gedaan en dat de uitlating mondeling, bij geschrift of afbeelding is gedaan. Bedoeld is dat de door een verdachte gedane uiting aanspoort tot het plegen van enig strafbaar feit in de betekenis van: iemand proberen iets te laten doen. Bij de beoordeling of de gedane uitingen van een verdachte aansporen tot enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van
artikel 131 Sr, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard.
Niet ter discussie staat dat de verdachte propaganda in het openbaar heeft verspreid, bestaande uit het plakken van oranje stickers in de openbare ruimte. Hierop stonden de teksten ‘marcheer mee’ en ‘maak Nederland wakker’ en was een QR-code zichtbaar die leidde naar de besloten Telegramgroep ‘D.W.M. Gemeenschap’. De rechtbank stelt vast dat de inhoud en de strekking van die uitingen op zichzelf beschouwd niet oproepen tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van dit feit, omdat het opruiend karakter ontbreekt.
4.2.3.
Conclusie
Het onder 5 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.3.
Bewijswaardering feit 1
4.3.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 ten laste gelegde groepsbelediging. De verdachte erkent dat hij de ten laste gelegde uitlatingen heeft gedaan en berichten en afbeeldingen heeft geplaatst. De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de berichten en afbeeldingen die via de openbare Telegramgroep ‘D.W.M.’ zijn gedeeld, maar stelt zich op het standpunt dat de uitlatingen die zijn gedaan in de besloten Snapchat groepsapp ‘D-W-M’ niet voldoen aan het criterium van openbaarheid. Er is verzocht om de verdachte hiervan partieel vrij te spreken. Ook is partiële vrijspraak bepleit van het bestanddeel medeplegen en van het delen van een afbeelding van een persoon met een Prinsenvlag (vierde gedachtestreepje). Het delen van een Prinsenvlag is niet strafbaar en het is geen feit van algemene bekendheid dat een Prinsenvlag een beledigend karakter heeft.
4.3.2.
Beoordeling
Niet ter discussie staat dat de verdachte in de openbare Telegramgroep ‘D.W.M. Gemeenschap’ en de (besloten) Snapchat groepsapp ‘D-W-M’ diverse berichten en afbeeldingen heeft gedeeld. De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde berichten en afbeeldingen, mede gezien de context waarin deze zijn gedaan, beledigend zijn voor groepen mensen wegens hun ras en/of godsdienst.
Hoewel het tonen van een Prinsenvlag op zichzelf niet strafbaar is, is deze vlag wel controversieel vanwege de associatie met het gebruik door de NSB tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelet hierop acht de rechtbank het tonen van een Prinsenvlag met daarop symbolen als een lauwerenkrans en een Wolfsangel, mede in het licht bezien van het nationaalsocialistisch gedachtegoed dat door de leden van ‘D.W.M.’ in de groepschat werd uitgedragen, van beledigende aard.
Openbaarheid
Bij de beoordeling van de vraag of uitlatingen in het openbaar zijn gedaan, komt het aan op de bijzondere omstandigheden van het geval. Tot de – al dan niet in onderling verband en samenhang te beschouwen – omstandigheden behoren: de omvang van de kring van personen tegenover wie de uitlating is gedaan; de functie of hoedanigheid van degene tegenover wie de uitlating is gedaan; het ontbreken van voorafgaande betrokkenheid van degene tegenover wie de uitlating is gedaan bij degene die de uitlating doet; de mate waarin aan de uitlating door inhoud of vormgeving kenbaar een min of meer vertrouwelijk karakter moet worden ontzegd; de mate waarin de uitlating geëigend is om aan de inhoud daarvan bekendheid te geven buiten de kring van personen tot wie de uitlating rechtstreeks is gericht; de mate waarin de uitlating door de wijze waarop zij is gedaan – mondeling, bij brief, per e-mail, door plaatsing op een voor anderen toegankelijke site of anderszins – vatbaar is voor kennisneming door anderen dan de rechtstreeks geadresseerde, en de kans dat de inhoud van de uitlating ter kennis komt van anderen dan degenen tot wie de uitlating rechtstreeks is gericht (Vgl. HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952).
Vast staat dat de (besloten) Snapchatgroep ‘D-W-M’ in de periode van 21 januari 2024 tot en met 20 februari 2024 28 deelnemers had. Dat een chatgroep enkel voor leden toegankelijk is, is zoals uit de hiervoor vermelde criteria van de Hoge Raad volgt niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of de uitlatingen in het openbaar zijn gedaan. Gelet op het aantal leden van de groep en de anonimiteit die het sociale mediaplatform de leden biedt waardoor de werkelijke identiteit voor leden onderling onbekend kan blijven, vormen de deelnemers van deze groep op zichzelf een publiek. Ook is redengevend het betrekkelijk grote gemak waarmee iemand tot de chatgroep kon toetreden en de openbare werving van leden door middel van het verspreiden van propaganda. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat ook het delen van de berichten en afbeeldingen in de Snapchatgroep ‘D-W-M’ in het openbaar heeft plaatsgevonden.
Medeplegen
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte(n) niet is komen vast te staan. Daarom zal de verdachte partieel worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.
4.3.3.
Conclusie
Het onder 1 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de verdachte partieel zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.
4.4.
Bewijswaardering feiten 3 en 4
4.4.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. De verdachte erkent de berichten te hebben gedeeld via TikTok. Ten aanzien van feit 3 is opgemerkt dat op grond van de inhoud van het bericht niet kan worden opgemaakt dat hiermee is bedoeld om Goebbels te verheerlijken. Het kan de verdachte niet worden verweten dat in de hashtags diverse codes worden genoemd, die zijn te relateren aan een bepaald gedachtegoed. Niet kan worden vastgesteld dat de afbeeldingen en video’s een beledigend karakter hebben en dat de verdachte opzet heeft gehad om zich beledigend uit te laten over een groep mensen. Er is voorts partiële vrijspraak bepleit van het bestandsdeel medeplegen en van het bestanddeel gewoonte maken.
4.4.2.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat de verdachte via TikTok een video heeft herplaatst aangaande Joseph Goebbels. In diverse hashtags bij deze video wordt verwezen naar Nazi-Duitsland, zoals met de nummers
#14en
#88. Het nummer 14 in deze term staat voor de 14 woorden van David Lane ‘
we must secure the existence of our people and a future for white children’en het nummer 88 staat voor ‘
Heil Hitler’. De film ‘
Europe The Last Battle’, waarnaar wordt verwezen, is bekend als een film met onder andere antisemitische inhoud. Ook wordt in één van de door de verdachte herplaatste video’s verwezen naar een rassenvermengingstheorie. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de berichten, die door de verdachte via TikTok zijn gedeeld, naar hun aard een beledigend karakter.
Opzet
De verdachte heeft de video aangaande Joseph Goebbels bewust herplaatst via zijn TikTok profiel. Hieruit leidt de rechtbank af dat het de bedoeling van de verdachte is geweest om zijn extreemrechtse, nationaalsocialistische gedachtegoed en persoonlijke overtuiging uit te dragen, namelijk dat verschillende rassen zich niet zouden moeten vermengen. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij anderen hiermee zou beledigen vanwege hun ras en/of godsdienst.
Gewoonte
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het beledigen van groepen mensen door de berichten, zoals onder 4 ten laste gelegd, te herplaatsen op TikTok. De rechtbank weegt hierbij mee dat de verdachte zich in de periode daarvoor ook opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over groepen mensen op social media en hiervoor was aangehouden. Kort na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op 3 juli 2024, heeft hij opnieuw berichten met extreemrechts gedachtegoed en met verwijzingen naar het nationaalsocialisme en Nazi-Duitsland herplaatst. Dit is enkel gestopt door toedoen van het optreden van de politie.
Medeplegen
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte(n) niet is komen vast te staan. Daarom zal de verdachte partieel worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.
4.4.3.
Conclusie
Het onder 3 en 4 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de verdachte partieel zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.
4.5.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij,
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 21 januari 2024 tot en met
6 maart 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
zich in het openbaar
mondeling,bij geschrift en
/ofbij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en
/ofnegroïde mensen en
/ofpersonen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras
,en/of godsdienst
en/of levensovertuigingdoor via sociale media, te weten in een openbare Telegramgroep genaamd ‘D.W.M. Gemeenschap’ en in een snapchat groepsapp genaamd ‘D-W-M’ de volgende
uitlatingen en/ofberichten en
/ofafbeeldingen te delen:
-
meerdere, althans een,bericht
(en
)met de teksten: ‘Heil Hitler’ en
/of‘Ik zweer je, Adolf Hitler, als Führer van het Duitse Rijk, dat ik loyaal en moedig zal zijn. Ik beloof gehoorzaamheid tot de dood aan u en degenen die u aanwijst om leiding te geven aan de DWM, dus help mij God’ en
/of‘Ik wil gewoon al die fucking buitenlanders weg hebben, al die kk ratten’ en
/of‘88’ en
/of
- een link naar het boek Mein Kampf geschreven door Adolf Hitler en
/of
- een foto van Adolf Hitler met daarop symbolen als
een lauwerenkrans en/ofeen Wolfsangel met daarbij de tekst: ‘Hij was het geschenk van Jezus, een geschenk die de wereld zou gaan veranderen, maar door de Jood gebeurde het niet’ en
/of
-
meerdere, althans een,afbeelding
(en
)van
meerdere, althans een,perso
(o)n
(en
)die een Hitlergroet
brengt/brengen met daarop symbolen als een lauwerenkrans en
/ofeen Wolfsangel
en/of een totenkopffen
/of
- meerdere
, althans een,afbeelding
(en
)van een persoon, welke persoon een Prinsenvlag vast heeft met daarop symbolen als een lauwerenkrans en
/ofeen Wolfsangel en
/of
- een afbeelding met daarop een brandend hakenkruis,
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;
3
hij,
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 8 juli 2024 tot en met
18 juli 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en
/ofbij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en
/ofnegroïde mensen en
/ofpersonen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras
,en/of godsdienst
en/of levensovertuigingdoor het
plaatsen en/ofdelen van
uitlatingen en/ofberichten
en/of geschriftenen
/ofafbeeldingen
invia TikTok, gebruikmakend van profiel ‘ [profielnaam 1] ’ (voorheen profiel ‘ [profielnaam 2] ’), te weten
-
meerdere, althanseen
,bericht
(en)aangaande (de verheerlijking van) Joseph Goebbels en
/ofmet nazisymboliek, waaronder ‘1161’ (verwijzing naar Anti-Anti Fascist Action), ‘131’ (verwijzing naar NSC-131), ‘14’ (verwijzing naar 14 words van David Lane), ‘88’ (verwijzing naar Heil Hitler),
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;
4
hij,
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 8 juli 2024 tot en met
19 juli 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving,
via TikTok, gebruikmakend van profiel ‘ [profielnaam 1] ’ (voorheen profiel [profielnaam 2] ’), een of meer uitlatingen openbaar heeft gemaakt die, naar hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden, voor een groep mensen, te weten Joden en
/ofnegroïde mensen en
/ofpersonen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras en/of geloof, beledigend
was/waren, door het openbaar maken van:
- een afbeelding waarop communistisch, kapitalistisch en nationaalsocialistisch gedachtegoed wordt afgebeeld, waarbij de laatste variant wordt verheerlijkt, en
/of
- een afbeelding met de tekst ‘a good film can change your life’, met verwijzingen naar de film Europathelastbattle, en
/of
- een video waarin rassenvermen
gingstheorie wordt verkondigd
,
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
1.
zich in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras en godsdienst, terwijl het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd
3.
zich in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras en godsdienst, terwijl het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt
4.
anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een uitlating openbaar maken die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras en godsdienst beledigend is, terwijl het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte was de oprichter en leider van ‘D.W.M. (De Ware Mens) Gemeenschap’. Hij had binnen die groep een actieve rol in het verspreiden en verheerlijken van extreemrechts en nationaalsocialistisch gedachtegoed. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beledigen van verschillende groepen mensen wegens hun ras en/of geloof door beledigende uitingen te doen op voor het publiek toegankelijke sociale media platforms, dan wel daar berichten van anderen te herplaatsen. Hiermee heeft hij zich tevens schuldig gemaakt aan het openbaar maken van deze strafbare uitingen. Door de verdachte is op zeer aanstootgevende wijze gesproken over verschillende bevolkingsgroepen, waaronder Joden. De rechtbank acht dergelijke uitlatingen onacceptabel. De Nederlandse samenleving is divers en een ieder die in Nederland woont moet van de zich toekomende burgerrechten kunnen genieten en zich veilig en geaccepteerd kunnen voelen. Dit alles neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
30 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
Psycholoog [naam 1] en forensisch milieuonderzoeker [naam 2]hebben een Pro Justitia-rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 januari 2024. Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van een psychologisch- en forensisch milieuonderzoek en houdt voor zover van belang het volgende in.
Er is bij de verdachte geen sprake van een psychische stoornis of verstandelijke beperking. Wel zijn er een aantal psychische functies die aandacht behoeven, zoals zijn zorgelijke gewetensontwikkeling, zijn beperkt empathisch vermogen, zijn afweer met betrekking tot het delen van zijn binnenwereld en een disharmonisch, overwegend beneden gemiddeld, intelligentieprofiel. Deze functiebeperkingen zijn momenteel echter niet van pathologisch niveau. Wel wordt zijn persoonlijkheidsontwikkeling als bedreigd gezien. Er wordt geen stoornis vastgesteld, derhalve ook geen doorwerking van een stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. Er zijn geen aanwijzingen voor verminderde toerekenbaarheid.
Bij een bewezenverklaring wordt de kans op gewelddadig extremisme bij de verdachte op dit moment op matig tot hoog geschat zonder interventies. De verdachte uit zich gedurende het onderzoek in zijn overtuigingen uitgesproken extreemrechts en toont geen bereidheid om afstand te doen van het gedachtengoed. De verdachte lijkt, naast zijn extreemrechtse overtuiging, te zijn getriggerd door de positie en macht die hij bereikt heeft en kon bereiken: zijn hang naar macht vormt een belangrijke risicofactor. Zijn houding ten opzichte van de schorsingsvoorwaarden is te omschrijven als negatief: hij heeft de voorwaarden overtreden en uit zijn irritatie over alle bemoeienissen. Daarentegen komt hij de fysieke afspraken met bijvoorbeeld zijn reclassering wel na. Het is voorstelbaar dat de verdachte vanuit zijn ideologie en hang naar aanzien, zal zoeken naar wegen om dit opnieuw te vergaren, waarbij hij de grenzen van de wet op zal zoeken en zal overschrijden, zonder interventies.
Om het recidiverisico te verminderen is sturing en toezicht nodig. Daarnaast is behandeling wenselijk om de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling zo gunstig mogelijk te stimuleren, gericht op het vaker en beter leren uiten van zijn gedachten en gevoelens, het verbeteren van zijn gewetensontwikkeling en het bevorderen van prosociale gedragskeuzes. Een optie hierbij is forensische zorg in de vorm van PRO-ZORG bij De Waag. Deze vorm van hulpverlening richt zich tevens op het radicaliseringsproces. Met betrekking tot dit laatste is reeds het Landelijk Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) ingeschakeld. Het is zonder meer wenselijk dat de verdachte in gesprek gaat over zijn ideologie, hierin begeleid wordt en dat er zicht komt op zijn gewelddadige overtuigingen. Het bovenstaande interventieadvies kan bij een bewezenverklaring worden vormgegeven in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel als juridisch kader (Individuele Trajectbegeleiding ‘Harde Kern Aanpak’).
Team Terrorisme, Extremisme en Radicalisering (TER) van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
4 april 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte identificeert zich nog steeds met het extremistische gedachtegoed van het nationaalsocialisme. Hij heeft een geïnternaliseerd extremistisch denkkader gevormd onder invloed van (online) rechts-extremistische en antisemitische propaganda.
Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat hij daadwerkelijk geweld zou hebben toegepast, is de reclassering van oordeel dat op basis van de beschikbare informatie het risico op gewelddadig extremisme door zijn geïnternaliseerd extremistisch denkkader als hoog moet worden ingeschat. De reclassering ondersteunt de inzet van PRO-ZORG als onderdeel van de door het NIFP geadviseerde ambulante (forensische) behandeling door De Waag.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
11 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het verloop van de schoolgang van de verdachte is overwegend goed. Ook heeft hij een gestructureerde en zinvolle vrijetijdsbesteding. De verdachte geeft aan het gedachtegoed nog wel te hebben, maar hier momenteel geen actieve uiting aan te geven. De Waag is reeds gestart met PRO-ZORG, gericht op de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en het radicaliseringsproces. Het traject bij De Waag bevindt zich in de beginfase, waarin kennis wordt gemaakt met de verdachte, een analyse wordt gemaakt en de vaardigheden van de verdachte worden ingeschat. De verdachte werkt mee aan de hulpverlening. Daarnaast is het LSE betrokken bij het gezin. Het LSE biedt begeleiding gericht op bewustwording en het verminderen van extremistische overtuigingen.
De schorsing van de voorlopige hechtenis is goed verlopen. De verdachte werkt mee met de afspraken en er is sprake van een betrokken, ondersteunend netwerk. De jeugdreclassering schat, in lijn met de onderzoeken, het recidiverisico matig tot hoog in. Dit contrasteert met de uitkomsten van het meetinstrument Ritax, waarin zowel het algemeen recidiverisico als het dynamisch risicoprofiel laag uitvallen.
De jeugdreclassering acht het wenselijk om het toezicht en de begeleiding te continueren binnen een voorwaardelijke setting, met een voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur. De jeugdreclassering adviseert hierbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school/stage gaat conform rooster, een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van sport en/of een bijbaan, meewerkt aan behandeling en begeleiding bij De Waag en het LSE, meewerkt aan aanvullende hulpverlening (indien de jeugdreclassering dat nodig acht) en zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering.
J.V. Hogenboom, werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR, heeft op de terechtzitting het rapport nader toegelicht en medegedeeld dat er wel een bepaalde verandering zichtbaar is bij de verdachte. Bij aanvang van de schorsing van de voorlopige hechtenis was de verdachte verhard in zijn ideologie. Hij ziet nu wat het teweeg heeft gebracht. Het LSE heeft een plan van aanpak opgesteld. In december 2025 staat en afspraak gepland met De Waag, het LSE en de ouders om te evalueren. Het PRO-ZORG traject bij De Waag is sinds enkele weken gestart. De verdachte heeft lange tijd op de wachtlijst gestaan. Er zijn wekelijks gesprekken.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De Raad acht het van belang dat de forensische zorg in de vorm van PRO-ZORG wordt voortgezet. Vanuit het NIFP wordt ook aangegeven dat het zonder meer wenselijk is dat de verdachte in gesprek gaat over zijn ideologie, hierin begeleid wordt en dat er zicht komt op zijn gewelddadige overtuigingen. De Raad staat achter dit advies om de zorgen omtrent de scheefgroei in zijn persoonlijkheidsontwikkeling te doen afnemen.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, dat de verdachte naar school/stage gaat conform rooster, een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van sport en/of een bijbaan, meewerkt aan behandeling en begeleiding bij De Waag en het LSE en meewerkt aan aanvullende hulpverlening (indien de jeugdreclassering dat nodig acht). De Raad gaat niet mee in het advies ITB-HKA, zoals geadviseerd door het NIFP. Door de reeds verstreken tijd is gebleken dat de verdachte zich houdt aan gemaakte afspraken met de jeugdreclassering en de behandelaren. In een ITB-HKA traject zullen er weer meer beperkingen worden opgelegd waarmee het reeds opgebouwde onder druk komt te staan.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en de verklaring van de deskundige op de terechtzitting.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een lichte overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Met de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank in de strafmaat rekening houden.
Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf opleggen. Bij de bepaling van de duur van de werkstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de verdachte een leidende rol heeft vervuld in de ‘D.W.M.’ groepen en dat hij, kort na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden door zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van een soortgelijk strafbaar feit. Daar komt bij dat de verdachte vasthoudend lijkt in zijn overtuigingen. De rechtbank acht dit zorgelijk.
De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden zoals geadviseerd, waaronder een behandelverplichting. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8.In beslag genomen voorwerpen

8.1.
Beslaglijst
Op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met strafrechtelijk beslagtitel staan de volgende voorwerpen:
STK Vlag, voorwerpnummer 821060;
1 STK Papier, voorwerpnummer 821061;
1 STK Vlag, voorwerpnummer 821062;
1 STK Vlag, voorwerpnummer 821063;
1 STK Vlag, voorwerpnummer 821064;
1 STK Vlag, voorwerpnummer 821065;
1 STK Poster, voorwerpnummer 821066;
1 STK Telefoonautomaat, Iphone, voorwerpnummer 821067;
1 STK Telefoonautomaat, Iphone, voorwerpnummer 821068;
1 STK Vlag, voorwerpnummer 821069;
1 STK Pet, voorwerpnummer 821070;
1 STK Pet, voorwerpnummer 821071;
1 STK Pet, voorwerpnummer 821072;
2 STK Band, voorwerpnummer 821073;
1 STK Tas, voorwerpnummer 821074;
1 STK Box, voorwerpnummer 821075;
1 STK Gasmasker, voorwerpnummer 821076;
1 STK Pet, voorwerpnummer 821077;
1 STK Koker, voorwerpnummer 821078;
14 STK Munitie, voorwerpnummer 821079;
1 STK Knipmes, voorwerpnummer 821080;
1 STK Wapen, voorwerpnummer 821081;
1 STK Draad, voorwerpnummer 821082;
1 STK Hout, voorwerpnummer 821083;
1 STK Ring, voorwerpnummer 821084;
1 STK Knoop, voorwerpnummer 821085;
1 STK Telefoonautomaat, Apple, voorwerpnummer 821086;
1 STK Computer, voorwerpnummer 821087;
1 STK Sticker, voorwerpnummer 821088;
1 STK Masker, voorwerpnummer 821089;
1 STK Schrift, voorwerpnummer 821090;
1 STK Computer, voorwerpnummer 821091;
1 STK Harddisk, voorwerpnummer 821092.
8.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft primair gevorderd de voorwerpen onder 1 t/m 7, 10 t/m 26 en 29 t/m 31 te onttrekken aan het verkeer, subsidiair is gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren. Ten aanzien van de voorwerpen onder 8, 27, 28 en 32 is gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren. Ten aanzien van de voorwerpen onder 9 en 33 is gevorderd de in beslag genomen voorwerpen terug te geven aan de verdachte.
8.3.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht om teruggave van de gegevensdragers (voorwerpen 8, 9, 27, 28, 32 en 33) aan de verdachte. Er is door de verdediging niet verzocht om teruggave van de voorwerpen onder 1 t/m 7, 10 t/m 26 en 29 t/m 31.
8.4.
Beoordeling
VerbeurdverklaringDe rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst onder 8, 27, 28, 29 en 32 vermelde voorwerpen, die onder de verdachte in beslag zijn genomen en niet zijn teruggegeven, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deze voorwerp de verdachte toebehoren en dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst onder 1 t/m 7, 10 t/m 26, 30 en 31 vermelde voorwerpen, die onder de verdachte in beslag zijn genomen en niet zijn teruggegeven, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Teruggave aan de verdachteTen aanzien van de op de beslaglijst onder 9 en 33 vermelde voorwerpen zal een last
worden gegeven tot teruggave aan de verdachte, nu op deze gegevensdragers geen relevante
informatie met betrekking tot de bewezen feiten is aangetroffen.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 137c en 137e van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 5 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
144 (honderdvierenveertig)
uren
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
110 (honderdtien) urente verrichten werkstraf resteren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf, te weten
50 (vijftig) uren, niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
25 (vijfentwintig) dagen;
bepaalt dat de vervangende jeugddetentie ten uitvoer kan worden gelegd als vervangende hechtenis, indien de veroordeelde bij aanvang van de eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;
bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot
60 (zestig) uren, subsidiair 30 (dertig) dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
  • zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
  • naar school en/of stage zal gaan volgens het rooster;
  • zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
  • zal meewerken aan behandeling en begeleiding bij De Waag en het Landelijk Steunpunt Extremisme, zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
  • zal meewerken aan aanvullende hulpverlening, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
  • op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 3], geboren op [geboortedatum 2] 2008, en [naam 4], geboren op
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
  • de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
  • de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
-
verklaart verbeurdals bijkomende straf voor de feiten 1, 3 en 4:
Voorwerp 8: Telefoonautomaat, nummer 821067;
Voorwerp 27: Telefoonautomaat, nummer 821086;
Voorwerp 28: Computer, nummer 821087;
Voorwerp 29: Sticker, nummer 821088;
Voorwerp 32: Computer, nummer 821091;
-
verklaart onttrokken aan het verkeer:
Voorwerp 1: Vlag, nummer 821060;
Voorwerp 2: Papier, nummer 821061;
Voorwerp 3: Vlag, nummer 821062;
Voorwerp 4: Vlag, nummer 821063;
Voorwerp 5: Vlag, nummer 821064;
Voorwerp 6: Vlag, nummer 821065;
Voorwerp 7: Poster, nummer 821066;
Voorwerp 10: Vlag, nummer 821069;
Voorwerp 11: Pet, nummer 821070;
Voorwerp 12: Pet, nummer 821071;
Voorwerp 13: Pet, nummer 821072;
Voorwerp 14: Band, nummer 821073;
Voorwerp 15: Tas, nummer 821074;
Voorwerp 16: Box, nummer 821075;
Voorwerp 17: Gasmasker, nummer 821076;
Voorwerp 18: Pet, nummer 821077;
Voorwerp 19: Koker, nummer 821078;
Voorwerp 20: Munitie, nummer 821079;
Voorwerp 21: Knipmes, nummer 821080;
Voorwerp 22: Wapen, nummer 821081;
Voorwerp 23: Draad, nummer 821082;
Voorwerp 24: Hout, nummer 821083;
Voorwerp 25: Ring, nummer 821084;
Voorwerp 26: Knoop, nummer 821085;
Voorwerp 30: Masker, nummer 821089;
Voorwerp 31: Schrift, nummer 821090;
-
gelast de teruggave aan de verdachtevan:
Voorwerp 9: Telefoonautomaat, nummer 821068;
Voorwerp 33: Harddisk, nummer 821092;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Riege en C.C. Peterse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 december 2025.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 januari 2024 tot en met 06 maart 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en/of negroïde mensen en/of personen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras, en/of godsdienst en/of levensovertuiging door via sociale media, te weten in een openbare Telegramgroep genaamd ‘D.W.M. Gemeenschap’ en in een snapchat groepsapp genaamd ‘D-W-M’ de volgende uitlatingen en/of berichten en/of afbeeldingen te delen:
- meerdere, althans een, bericht(en) met de teksten: 'Heil Hitler’ en/of ‘Ik zweer je, Adolf Hitler, als Führer van het Duitse Rijk, dat ik loyaal en moedig zal zijn. Ik beloof gehoorzaamheid tot de dood aan u en degenen die u aanwijst om leiding te geven aan de DWM, dus help mij God’ en/of ‘Ik wil gewoon al die fucking buitenlanders weg hebben, al die kk ratten’ en/of ‘88’ en/of
- een link naar het boek Mein Kampf geschreven door Adolf Hitler en/of
- een foto van Adolf Hitler met daarop symbolen als een lauwerenkrans en/of een Wolfsangel met daarbij de tekst: ‘Hij was het geschenk van Jezus, een geschenk die de wereld zou gaan veranderen, maar door de Jood gebeurde het niet’ en/of
- meerdere, althans een, afbeelding(en) van meerdere, althans een, perso(o)n(en) die een Hitlergroet brengt/brengen met daarop symbolen als een lauwerenkrans en/of een Wolfsangel en/of een totenkopff en/of
- meerdere, althans een, afbeelding(en) van een persoon, welke persoon een Prinsenvlag vast heeft met daarop symbolen als een lauwerenkrans en/of een Wolfsangel en/of
- een afbeelding met daarop een brandend hakenkruis,
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;
2
hij, op of omstreeks 1 maart 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten Joden, door het plaatsen en/of delen van uitlatingen en/of berichten in de Telegram groep D.W.M. Gemeenschap, te weten een bericht met de tekst: ‘maar je moet snappen dat tegenwoordig alles realistisch gaat, daar bedoel ik mee dat je geweld moet gaan gebruiken voor om zoiets te gaan starten en te bereiken’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
3
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2024 tot en met
18 juli 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden en/of negroïde mensen en/of personen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras, en/of godsdienst en/of levensovertuiging door het plaatsen en/of delen van uitlatingen en/of berichten en/of geschriften en/of afbeeldingen in via TikTok, gebruikmakend van profiel ‘ [profielnaam 1] ’ (voorheen profiel ‘ [profielnaam 2] ’), te weten
- meerdere, althans een, bericht(en) aangaande (de verheerlijking van) Joseph Goebbels en/of met nazisymboliek, waaronder ‘1161’ (verwijzing naar Anti-Anti Fascist Action), ‘131’ (verwijzing naar NSC-131), ‘14’ (verwijzing naar 14 words van David Lane), ‘88’ (verwijzing naar Heil Hitler),
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;
4
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2024 tot en met
19 juli 2024 te Spijkenisse, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving,
via TikTok, gebruikmakend van profiel ‘ [profielnaam 1] ’ (voorheen profiel [profielnaam 2] ’), een of meer uitlatingen openbaar heeft gemaakt die, naar hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden, voor een groep mensen, te weten Joden en/of negroïde mensen en/of personen met een buitenlandse afkomst, wegens hun ras en/of geloof, beledigend was/waren, door het openbaar maken van:
- een afbeelding waarop communistisch, kapitalistisch en nationaalsocialistisch gedachtegoed wordt afgebeeld, waarbij de laatste variant wordt verheerlijkt, en/of
- een afbeelding met de tekst ‘a good film can change your life’, met verwijzingen naar de film Europathelastbattle, en/of
- een video waarin rassenvermeningstheorie wordt verkondigd
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;
5
hij, op of omstreeks 8 april 2024, te Hoogvliet, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in het openbaar
mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding
tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid,
door in het openbaar oranje stickers te plakken waarop een prinsenvlag en/of lauwerkrans en/of wolfsangel te zien is en waarop de volgende tekst staat ‘marcheer mee’ en ‘maak Nederland wakker’ en door hiervan een foto via sociale media, te weten in een openbare Telegramgroep genaamd ‘D.W.M. Gemeenschap’ te plaatsen en/of delen.