ECLI:NL:RBROT:2025:1479
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling spoedsluiting horeca-inrichting na explosie voor pand
Eiser, exploitant van een horeca-inrichting in Rotterdam, maakte bezwaar tegen een spoedsluiting van twee weken die de burgemeester had opgelegd na een explosie voor het pand. De burgemeester sloot het pand op grond van een explosie met een cobra-explosief, waarbij roet- en veegsporen op het rolluik werden aangetroffen en vuurwerkresten op straat lagen.
Eiser betwistte dat het vuurwerk gericht was op zijn pand en voerde aan dat de explosie niet in de directe omgeving te horen was. Tevens stelde hij dat de sluiting onredelijk was vanwege de duur en het ontbreken van een ernstig geweldsincident zoals bedoeld in de Horecanota. De rechtbank stelde vast dat het explosief daadwerkelijk voor het pand was afgegaan en dat de burgemeester op basis van de Horecanota bevoegd was tot sluiting.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester de sluiting in redelijkheid noodzakelijk en evenwichtig mocht achten om de openbare orde en veiligheid te herstellen. De duur van twee weken was passend en niet onevenredig. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van de horecagelegenheid voor twee weken.