ECLI:NL:RBROT:2025:14817

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11738033 CV EXPL 25-13241
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling van VvE-bijdrage in een civiele procedure

In deze zaak heeft de Vereniging Van Eigenaars (VvE) een rechtszaak aangespannen tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om hen te veroordelen tot betaling van een achterstallige VvE-bijdrage. De VvE vorderde een totaalbedrag van € 404,12, bestaande uit de VvE-bijdrage tot en met augustus 2025, kosten van kadastrale recherche, rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagden hebben de eis betwist, maar hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de repliek van de VvE.

De kantonrechter heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen. Het gevorderde bedrag van € 404,12 werd toegewezen, inclusief de wettelijke rente over een deel van het bedrag. De kantonrechter heeft ook bepaald dat de gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de VvE-bijdrage van € 174,17 per maand, te betalen vanaf september 2025 tot het einde van het boekjaar. De proceskosten zijn begroot op € 632,29, die ook door de gedaagden moeten worden betaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, zelfs als de gedaagden in hoger beroep gaan.

De beslissing van de kantonrechter is gebaseerd op de feiten dat de VvE de achterstand aan VvE-bijdrage heeft onderbouwd en dat de gedaagden deze niet hebben betwist. De kantonrechter heeft ook de incassokosten toegewezen, omdat aan de voorwaarden voor vergoeding is voldaan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11738033 CV EXPL 25-13241
datum uitspraak: 28 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Vereniging Van Eigenaars [naam VvE] te [plaats] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: BoitenLuhrs incasso gerechtsdeurwaarders,
tegen

1..[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [gedaagde 2] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘de VvE’, ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaardingen van 3 juni 2025, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord;
  • de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] overgelegde bijlagen;
  • de repliek, met eisvermeerdering en bijlagen.
1.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de repliek. Van die mogelijkheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
De VvE eist, na eisvermeerdering, om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen:
tot betaling van € 404,12 aan verschuldigde VvE-bijdrage tot en met de maand augustus 2025, kosten van kadastrale recherche, verschuldigd geworden rente, en buitengerechtelijke incassokosten;
tot betaling van de wettelijke rente over € 348,34 vanaf 4 augustus 2025;
tot betaling van € 174,17 per maand aan VvE-bijdrage vanaf de maand september 2025 en te bepalen dat het bedrag van € 174,17 zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten;
in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn het niet eens met de eis.
Wat vindt de kantonrechter
Gedeeltelijke toewijzing eis
2.3.
Het geëiste bedrag van € 404,12 wordt toegewezen. Het betreft de som van € 348,34 aan VvE-bijdrage tot en met de maand augustus 2025, € 6,05 aan kosten van kadastrale recherche, € 1,33 aan verschuldigd geworden rente, en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten. Ook wordt de wettelijke rente toegewezen over € 348,34 vanaf 4 augustus 2025. Tevens worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling van de maandelijks VvE-bijdrage van € 174,17 per maand, maar alleen voor dit boekjaar. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Openstaande VvE-bijdrage en rente
2.4.
De VvE heeft onderbouwd gesteld dat er een achterstand is van € 348,34 aan VvE-bijdrage, waarbij rekening gehouden is met de bedragen die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wel betaald hebben. Dat is niet weersproken. Dat geldt ook voor de rente. Omdat het gaat om maandelijks te betalen VvE-bijdrage treedt steeds verzuim in zodra niet op tijd betaald wordt, waardoor dan rente verschuldigd wordt.
Kadastrale kosten
2.5.
De VvE heeft € 6,05 aan kosten gemaakt voor kadastraal onderzoek. De noodzaak van dit onderzoek en de hoogte van kosten zijn niet betwist.
Incassokosten
2.6.
De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen [1] .
Maandelijkse VvE-bijdrage
2.7.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om, zo lang zij eigenaren zijn van de woning, vanaf de maand september 2025 tot het einde van dit boekjaar de VvE-bijdrage van
€ 174,17 per maand op tijd te betalen. Dat is een kortere periode dan de VvE eist, omdat nog niet duidelijk is hoe hoog de bijdrage in het nieuwe jaar is. De wettelijke rente over deze (toekomstige) VvE-bijdragen wordt toegewezen.
Proceskosten
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , omdat zij ongelijk krijgen [2] . De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan de VvE moeten betalen op € 292,29 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 632,29. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Hoofdelijke veroordeling
2.9.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden als echtgenoten [3] hoofdelijk veroordeeld, wat betekent dat ieder van hen voor het geheel kan worden aangesproken, zij het in totaal niet voor meer dan genoemde bedragen. Als de één betaalt, is de ander is bevrijd.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [4] , omdat de VvE dat eist en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, om aan de VvE te betalen:
  • € 404,12 aan verschuldigde VvE-bijdrage tot en met de maand augustus 2025, kosten van kadastrale recherche, verschuldigd geworden rente, en buitengerechtelijke incassokosten;
  • de wettelijke rente over € 348,34 vanaf 4 augustus 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
  • € 174,17 per maand aan VvE-bijdrage, zo lang zij eigenaar zijn van de woning, vanaf de maand september 2025 tot het einde van dit boekjaar, en steeds op tijd, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de uiterlijke betaaldag van iedere termijn tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, in de proceskosten, die aan de kant van de VvE worden begroot op € 632,29;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 6:96 BW
2.Artikel 237 Rv
3.Artikel 1:85 BW
4.Artikel 233 Rv