De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van achterstallige VvE-bijdragen, rente, kosten van kadastrale recherche, incassokosten en toekomstige maandelijkse bijdragen van de gedaagden, die zelf procederen. De gedaagden betwisten de eis niet inhoudelijk.
De rechtbank stelt vast dat de VvE voldoende heeft onderbouwd dat er een achterstand is van € 348,34 aan VvE-bijdrage tot en met augustus 2025, inclusief rente en bijkomende kosten. De incassokosten en kadastrale kosten worden eveneens toegewezen omdat aan de voorwaarden is voldaan en deze niet zijn betwist.
De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de achterstallige bedragen en de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2025. Daarnaast worden zij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de maandelijkse VvE-bijdrage van € 174,17 per maand vanaf september 2025 tot het einde van het lopende boekjaar, met wettelijke rente over deze toekomstige bijdragen. De proceskosten worden begroot op € 632,29 en komen voor rekening van de gedaagden.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de VvE het vonnis direct kan uitvoeren ondanks eventuele hoger beroep procedures. De hoofdelijkheid betekent dat ieder van de gedaagden voor het volledige bedrag kan worden aangesproken, waarbij betaling door één gedaagde de ander bevrijdt.