ECLI:NL:RBROT:2025:14822
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiseres, een kleine verhuurder, en gedaagde, een consument, voor een woning sinds 1 februari 2018. Gedaagde heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd tot en met juli 2025, waarvoor eiseres hem dagvaardde. Omdat gedaagde niet is verschenen, is verstek verleend.
De kantonrechter beoordeelde ambtshalve of bepalingen in de huurovereenkomst oneerlijk en onredelijk bezwarend zijn. De huurprijswijzigingsbepaling, die een jaarlijkse verhoging van minimaal 2,5% zonder maximum voorschrijft, is in de praktijk niet strikt toegepast maar steeds lager dan inflatie en binnen wettelijke grenzen gebleven. Hierdoor is deze bepaling teniet gegaan en hoeft niet te worden vernietigd.
De huurovereenkomst wordt ontbonden vanwege de ernstige huurachterstand, die meer dan drie maanden bedraagt. Gedaagde wordt veroordeeld om de achterstallige huur van €4.469,15 te voldoen, de woning binnen veertien dagen na betekening te ontruimen en vanaf augustus 2025 huur en gebruiksvergoeding te betalen. Incassokosten en rente worden afgewezen vanwege een oneerlijk boetebeding in de overeenkomst. De proceskosten worden toegerekend aan gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde moet huurachterstand betalen en de woning binnen veertien dagen ontruimen.