Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord van 11 juni 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder van een woning in Rotterdam werd geconfronteerd met een vordering tot ontbinding van zijn huurovereenkomst door Stichting Woonstad Rotterdam nadat de politie 162 cilinders lachgas aantrof in zijn berging. De huurder erkende de overtreding, maar stelde dat ontbinding een te vergaande maatregel zou zijn en vroeg om uitstel om verbetering te tonen.
De rechtbank constateerde dat de huurder tekort was geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat het bezit van lachgas strafbaar is. Desondanks besloot de kantonrechter de vordering tot ontbinding af te wijzen, mede omdat de burgemeester had besloten de woning niet te sluiten en de huurder inmiddels hulp ontvangt en gestopt is met middelengebruik.
Ook de reclassering pleitte voor behoud van de woning om recidive te voorkomen. De rechtbank nam mee dat het incident een jaar geleden was en dat er geen aanwijzingen waren voor onveiligheid in de buurt. De vordering tot ontbinding en ontruiming werd daarom afgewezen en Woonstad werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en Woonstad wordt veroordeeld in de proceskosten.