Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord van 11 juni 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Woonstad Rotterdam en een huurder, aangeduid als [gedaagde]. De huurder huurt sinds 2016 een woning van Woonstad en in de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst is bepaald dat het verboden is gevaarlijke stoffen op te slaan. Op 9 december 2024 heeft de politie 162 cilinders lachgas aangetroffen in de berging van de woning van de huurder. Woonstad vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, maar de kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. De kantonrechter overwoog dat, hoewel de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst, de omstandigheden van het geval, waaronder het feit dat de burgemeester de woning niet heeft gesloten en de huurder inmiddels hulp heeft gezocht, meebrachten dat ontbinding niet gerechtvaardigd was. De kantonrechter heeft Woonstad veroordeeld in de proceskosten van de huurder, die zijn vastgesteld op € 677,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de proceskostenveroordeling direct kan worden afgedwongen.