ECLI:NL:RBROT:2025:14862

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/10/701553 / HA ZA 25-514
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Incident over relatieve onbevoegdheid en forumkeuze in civiele procedure tussen Innovencio B.V. en Plant One Rotterdam B.V.

In deze zaak, die zich afspeelt voor de Rechtbank Rotterdam, is er een incident aanhangig gemaakt door Plant One Rotterdam B.V. tegen Innovencio B.V. Het incident betreft de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank Rotterdam, waarbij Plant One stelt dat er een forumkeuze is overeengekomen voor de rechtbank Midden-Nederland. Innovencio heeft een vordering ingesteld tegen Plant One voor een bedrag van € 448.011,89, inclusief rente en kosten, op basis van een overeenkomst met algemene voorwaarden. Plant One heeft in het incident verzocht om verwijzing naar de rechtbank Midden-Nederland, terwijl Innovencio ook om verwijzing verzoekt, maar met een verzoek om compensatie van de proceskosten. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat er een forumkeuze is overeengekomen, maar dat het voor het incident niet van belang is op basis van welke specifieke algemene voorwaarden dit is. De rechtbank heeft zich vervolgens onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland. Innovencio is veroordeeld in de proceskosten van het incident, die zijn begroot op € 792,00, en de proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing is op 3 december 2025 openbaar uitgesproken door rechter J.M.J. Arts.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701553 / HA ZA 25-514
Vonnis in incident van 3 december 2025
in de zaak van
INNOVENCIO B.V.,
te Rossum,
eiseres in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
advocaat: mr. W. Meijs,
tegen
PLANT ONE ROTTERDAM B.V.,
te Botlek Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. O. Diels.
Partijen worden hierna Innovencio en Plant One genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 2 juni 2025 met producties 1-8 en de beslagstukken;
  • de incidentele conclusie tot onbevoegdheid;
  • de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil in de hoofdzaak

2.1.
Innovencio vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om Plant One te veroordelen tot betaling van € 448.011,89, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en met de proces- en beslagkosten met rente.
2.2.
Innovencio heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij op basis van een tussen partijen gesloten overeenkomst met algemene voorwaarden werkzaamheden voor Plant One heeft verricht, waarvoor Plant One de overeengekomen prijs moet betalen.
2.3.
Plant One heeft in de hoofdzaak nog niet voor antwoord geconcludeerd.

3.Het geschil in het incident

3.1.
Plant One vordert, voor zover aan de orde in het incident, dat de rechtbank de zaak verwijst naar de rechtbank Midden-Nederland, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Innovencio in de proceskosten.
3.2.
Hieraan legt Plant One ten grondslag dat deze rechtbank onbevoegd is vanwege een overeengekomen forumkeuze voor rechtbank Midden-Nederland.
3.3.
Innovencio concludeert eveneens tot verwijzing en vraagt om compensatie van de proceskosten in het incident. Aan dit laatste legt Innovencio ten grondslag dat zij er voor heeft gekozen om de procedure aanhangig te maken bij rechtbank Rotterdam om de bestuurder van Plant One tegemoet te komen in verband met zijn verklaringen over zijn gezondheid. Innovencio heeft geen bezwaar tegen de toepassing van de (in haar algemene voorwaarden opgenomen) forumkeuze, zodat het geschil kan worden beslecht door rechtbank Midden-Nederland.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Ingevolge artikel 99 Rv is in beginsel de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Op grond van artikel 108 lid 1 Rv kunnen partijen bij overeenkomst een andere rechter aanwijzen.
4.2.
Volgens Plant One baseert Innovencio haar vordering op een overeenkomst (met haar) en op de toepasselijkheid van haar (Innovencio’s) algemene voorwaarden. Volgens Plant One heeft Innovencio echter twee sets algemene voorwaarden overgelegd, maar - zo voert Plant One aan - beiden verwijzen naar de relatieve bevoegdheid van rechtbank Midden-Nederland. Daarom is de rechtbank Rotterdam relatief onbevoegd, aldus Plant One. Plant One betwist in het incident op zichzelf niet de toepasselijkheid van (een van de twee sets van) de algemene voorwaarden. Integendeel, voor de relatieve bevoegdheid van deze rechtbank beroept Plant One zich op het forumkeuzebeding in die algemene voorwaarden en daarmee op het in artikel 108 lid 3 Rv bedoelde geschrift. Een andere grond voor onbevoegdheid voert zij immers niet aan. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat partijen het erover eens zijn dat tussen hen rechtsgeldig een forumkeuze is overeengekomen. Op grond van welke specifieke algemene voorwaarden van Innovencio dat het geval is, is voor dit incident niet van belang. Dat komt mogelijk aan bod in de hoofdzaak.
4.3.
De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Midden-Nederland. [1] Partijen dienen de zaak daar zelf aanhangig te maken. [2]
4.4.
Innovencio zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Niet gesteld of gebleken is dat zij vooraf de instemming heeft gezocht om af te wijken van de overeengekomen forumkeuze. Dat zij daarbij, zoals zij stelt, de belangen van de bestuurder van Plant One voor ogen had, doet daaraan niet af.
4.5.
De kosten in het incident worden begroot op:
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 792,00
4.6.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat dat met een wettelijke grondslag is gevorderd en er geen afzonderlijk verweer tegen is gevoerd.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak,
5.2.
veroordeelt Innovencio in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Innovencio niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Innovencio € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
5.4.
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Midden-Nederland, Civiel Recht, locatie Utrecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
3995/3268/3455

Voetnoten

1.Artikel 110 lid 2 Rv
2.Artikel 74 lid 1 Rv