Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de pleitaantekeningen van [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 2017 in dienst bij de werkgever en werkt op basis van een uitzendovereenkomst met een arbeidsomvang van 36 uur per week. Tijdens twee ziekteperiodes in 2024 en 2025 betaalde de werkgever loon door op basis van deze overeengekomen arbeidsomvang. De werknemer stelt dat op grond van artikel 25 lid 5 onder Pro c van de ABU cao ook rekening gehouden had moeten worden met zijn structureel gewerkte meer-uren en overuren, waardoor hij te weinig loon heeft ontvangen.
De rechtbank beoordeelt de uitleg van de cao-bepaling en stelt vast dat overuren alleen bij structureel overwerk mogen worden meegenomen. Structureel overwerk betekent dat het overwerk bijna altijd voorkomt, wat in deze zaak niet het geval is. De werknemer heeft in de eerste ziekteperiode niet structureel meer-uren gemaakt, maar in de tweede ziekteperiode wel, namelijk in twaalf van de dertien weken voorafgaand aan de ziekmelding.
Hierdoor is de werkgever veroordeeld om over de tweede ziekteperiode het loon te betalen op basis van het gemiddelde aantal gewerkte uren inclusief meer-uren, maar exclusief overuren. Dit leidt tot een loonvordering van €500,25 bruto, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Daarnaast is de werkgever veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over de tweede ziekteperiode inclusief wettelijke verhoging en incassokosten.