De ex-werknemer werkte bij Croissanterie de Snor B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigde op 30 mei 2025. Zij vorderde betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, een schadevergoeding en een aanvullende transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de wijziging van de arbeidsomvang van 30 naar 20 uur per week rechtsgeldig was overeengekomen, mede vanwege gezondheidsklachten van de werknemer. De vordering tot loonbetaling over 30 uur werd daarom afgewezen. Wel werd vastgesteld dat de werkgever vanaf januari 2025 een te laag bruto uurloon hanteerde, waarvoor zij moest bijbetalen. De inhouding van min-uren werd als terecht beoordeeld.
De gevorderde billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werd afgewezen, omdat het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst niet ernstig verwijtbaar was en de werkgever haar zorgplicht niet had geschonden. Ook de schadevergoeding wegens vermeend handelen in strijd met goed werkgeverschap werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een aanvullende transitievergoeding wegens een te laag berekend bedrag.
De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.