Op 8 januari 2025 vond een doorzoeking plaats naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten, waarbij een iPhone 7 plus en een geldbedrag van €1.565,- in beslag werden genomen. De klager, verdachte in een Belgisch strafrechtelijk onderzoek naar hennepteelt, diende een klaagschrift in tegen het beslag.
De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift niet-ontvankelijk was voor het beslag op de telefoon, omdat de klager het toestel inmiddels had teruggekregen en daarmee geen belang meer had. Voor het beslag op het geldbedrag was de klager wel ontvankelijk, ondanks een betoog van de officier van justitie dat het klaagschrift te laat was ingediend.
De inhoudelijke beoordeling van het beklag tegen het geldbedrag leidde tot de conclusie dat het beslag rechtmatig was gelegd op verzoek van de Belgische autoriteiten en erkend door de Nederlandse officier van justitie. Er waren geen gronden voor weigering en proportionaliteit en subsidiariteit kunnen alleen in de Belgische strafprocedure worden getoetst. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank sprak de beslissing uit op 22 september 2025, waarbij de klager tegen deze uitspraak beroep in cassatie kan instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.