ECLI:NL:RBROT:2025:14883

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
EOB-l-2024022830; EBB-l-2025002696
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klaagschrift beslag ex. artikel 552a Sv met betrekking tot een Europees Onderzoeksbevel en Europees Bevriezingsbevel

Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin een klaagschrift werd ingediend door een klager met betrekking tot beslaglegging op een telefoon en een geldbedrag. De klager was niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen het beslag op de telefoon, omdat hij deze inmiddels had teruggekregen. Het beklag tegen het beslag op het geldbedrag van € 1.565,- werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was gelegd op basis van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) en een Europees Bevriezingsbevel (EBB) van de Belgische autoriteiten, die de klager verdenken van het telen van hennep. De klager had het geld verdiend met werkzaamheden voor zijn onderneming en voerde aan het geld nodig te hebben voor toekomstige klussen. De rechtbank stelde vast dat de klager ontvankelijk was in zijn beklag over het geldbedrag, maar dat het beslag rechtmatig was en er geen gronden waren voor weigering van het EBB. De rechtbank benadrukte dat de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag aan de Belgische rechter moesten worden voorgelegd. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2
dias-nummers : EOB-l-2024022830; EBB-l-2025002696
raadkamernummer : 25-005433
datum : 22 september 2025
Beslissingvan de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 juncto artikel 552a en artikel 5.5.18 juncto artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager], klager,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
wonende: [adres].

Feiten

Op 8 januari 2025 heeft naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van
11 december 2024 van de Belgische autoriteiten (de onderzoeksrechter in Antwerpen) een doorzoeking plaatsgevonden op het adres waar de klager verbleef. De politie heeft daarbij beslag gelegd op een telefoon iPhone 7 plus. Dit gebeurde om het EOB uit te voeren. De wettelijke basis is artikel 94, eerste lid, Sv.
Verder heeft de politie conservatoir beslag gelegd op een contant geldbedrag van € 1.565,=. Dit is gebeurd tijdens de doorzoeking. Hiervoor was door de rechter-commissaris een mondelinge machtiging verleend. De reden voor het beslag was om op dat bedrag verhaal te kunnen halen in geval van wederrechtelijk verkregen voordeel. De wettelijke basis is artikel 94a Sv.
Op 20 januari 2025 heeft de onderzoeksrechter in Antwerpen voor het in beslag genomen geld een Europees Bevriezingsbevel (EBB) uitgevaardigd.
Het EOB en het EBB zijn uitgevaardigd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de klager. België verdenkt hem van het samen met anderen telen van een grote hoeveelheid hennep.
De politie heeft aan de partner van de klager bij de doorzoeking op 8 januari 2025 een brief gegeven. Hierin staan een kennisgeving van het beslag en wordt gewezen op het beklagrecht.

Procedure

De klager heeft op grond van artikel 552a Sv een klaagschrift ingediend. De officier van justitie heeft dit klaagschrift op 19 februari 2025 ontvangen. Zij heeft het doorgezonden aan de rechtbank.
De officier van jusitie heeft voor de zitting haar standpunt schriftelijk aan de rechtbank gestuurd.
De rechtbank heeft het klaagschrift op 8 september 2025 in het openbaar behandeld. Zij heeft de klager en de officier van justitie, mr. E.M. ter Braak, gehoord. Belanghebbende [naam] is opgeroepen, maar niet verschenen.

Ontvankelijkheid

De telefoon iPhone 7 plus
De klager heeft tijdens de behandeling in raadkamer laten weten dat hij de telefoon inmiddels terug heeft. De klager heeft op dit punt geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beklag. Op dit punt is het beklag daarom niet-ontvankelijk.
Het geldbedrag van € 1.565,-
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het klaagschrift niet op tijd is ingediend, zodat de klager niet-ontvankelijk is en het beklag niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. Op grond van artikel 5.4.10, eerste lid, Sv moet het beklag namelijk binnen veertien dagen na de kennisgeving van het beslag worden gedaan. Dit heeft de klager niet gedaan.
Beoordeling
Uit artikel 5.5.18 Sv blijkt dat over de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een EBB, schriftelijk beklag kan worden gedaan. Daarbij is onder meer artikel 552a Sv van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 552a, derde lid, Sv, is het klaagschrift niet-ontvankelijk indien het niet zo spoedig mogelijk, of in ieder geval niet binnen drie maanden na het einde van een vervolgde zaak is ingediend.
De officier van justitie heeft in raadkamer toegelicht dat het Belgisch strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte nog voortduurt. Klager heeft gezegd dat hij op borgtocht vrij is en dat hij nog geen beslissing van de Belgische rechter heeft gehad. De termijn voor indiening van het klaagschrift was daarom op 19 februari 2025 nog niet verstreken.
De klager is dus voor wat betreft het geldbedrag ontvankelijk in het beklag.

Beoordeling van het beklag

Standpunt van de klager
Het klaagschrift strekt tot teruggave aan de klager van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.565,=. De klager voert aan dat hij dit geld heeft verdiend met werkzaamheden voor zijn onderneming. Het geld is afkomstig van een klus die hij had afgerond. Hij heeft dit geld nodig om voor een nieuwe klus bouwmaterialen te kopen.
Beoordeling
Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. In het geval van inbeslagname op grond van een EBB toetst de beklagrechter in verband met de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring van het beslag, of aan de eisen van de wet is voldaan, en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden.
Het beslag is gelegd op verzoek van de Belgische autoriteiten in het kader van een lopend Belgisch strafrechtelijk onderzoek. Het gaat om feiten die volgens de wet zowel in België als in Nederland strafbaar zijn. De Belgische autoriteiten hebben een EBB uitgevaardigd en de Nederlandse officier van justitie heeft dat erkend. De rechter-commissaris heeft een machtiging afgegeven voor het conservatoir beslag. De inzet van de bevoegdheden was naar Nederlands recht rechtmatig. In de wet staan redenen op grond waarvan de officier van justitie een EBB moet weigeren. Hiervoor verwijst de wet naar Europees recht. Er zijn in deze zaak echter geen gronden voor weigering als bedoeld in artikel 5.5.16 Sv.
Een verdere rechterlijke toets over de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag is aan de Belgische rechter. Inhoudelijke argumenten van de klager over de verdenking of het beslag, kunnen alleen in de Belgische strafprocedure aan de orde gesteld worden.
De rechtbank zal het beklag voor wat betreft het geldbedrag daarom ongegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de klager niet-ontvankelijk voor het beklag ten aanzien van de telefoon iPhone 7 plus;
  • verklaart het beklag ongegrond ten aanzien van het geldbedrag van € 1.565,=.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing.