Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer S. Alsaadi, werkzaam bij Global Talk als tolk (telefonisch verschenen).
Rechtbank Rotterdam
Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b van de Faillissementswet. Verzoeker, die te maken heeft met een huurachterstand, heeft op 19 november 2025 een verzoekschrift ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, omdat hij dreigde ontruimd te worden uit zijn woning. Tijdens de zitting op 2 december 2025 was de verweerster, Stichting Woonkracht10, niet verschenen. Verzoeker heeft aangegeven dat zijn huurachterstand is opgelopen door een gebrek aan inkomsten, mede door persoonlijke omstandigheden en een beëindigd dienstverband. Hij heeft zich gemeld bij de schuldhulpverlening om zijn schuldenproblematiek aan te pakken.
De rechtbank heeft beoordeeld of er sprake was van een bedreigende situatie, zoals vereist in artikel 287b, tweede lid, Fw. Verzoeker heeft bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat er een ontruiming op handen was. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker niet in staat is om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, aangezien hij al geruime tijd geen huur heeft betaald en momenteel geen inkomsten heeft. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het belang van de verweerster, die de ontruiming wil doorzetten, zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om in de woning te blijven.
Daarom heeft de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft aangegeven dat verzoeker in de toekomst een nieuw verzoek kan indienen indien nodig.