De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonstad Rotterdam en een huurder die een huurachterstand heeft opgebouwd van €6.843,18. Woonstad eist betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden om gedaagde de gelegenheid te geven schuldhulpverlening te starten en een voorstel te doen om ontbinding te voorkomen.
Ondanks deze uitstel heeft gedaagde geen concreet voorstel gedaan en is de lopende huur niet tijdig betaald. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede gelet op het feit dat gedaagde onvoldoende heeft meegewerkt aan schuldhulpverlening. De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen te ontruimen.
Daarnaast moet gedaagde een gebruiksvergoeding betalen vanaf 1 december 2025 tot de ontruimingsdatum en wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.670,95. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.