ECLI:NL:RBROT:2025:14932

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11807616 CV EXPL 25-15942
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurachterstand en afwijzing van rente in huurzaak tussen Stichting Woonstad Rotterdam en gedaagde

In deze zaak, behandeld door de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 12 december 2025, staat de huurachterstand van gedaagde centraal. Gedaagde huurt sinds 11 mei 2007 een woning van Stichting Woonstad Rotterdam, met een maandhuur van € 564,18. Tot en met november 2025 heeft gedaagde een huurachterstand van € 4.299,40 opgebouwd. Woonstad vordert betaling van deze achterstand en heeft aanvankelijk ook ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning geëist, maar deze vorderingen zijn tijdens de zitting ingetrokken. Gedaagde erkent de huurachterstand, maar stelt dat zij door een wijziging in haar inschrijving bij de gemeente Rotterdam in financiële problemen is gekomen, wat heeft geleid tot een korting op haar AOW en het stopzetten van haar huurtoeslag.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de huurachterstand van € 4.299,40 moet betalen, maar wijst de vordering tot betaling van rente af. Dit is gebaseerd op de oneerlijke bepalingen in de algemene voorwaarden van Woonstad, die boetes opleggen voor te late betalingen. De kantonrechter concludeert dat deze bepalingen in strijd zijn met de wet en dus niet kunnen worden ingeroepen. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 1.254,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat Woonstad het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, ook als gedaagde in hoger beroep gaat.

De beslissing van de kantonrechter is als volgt: gedaagde moet € 4.299,40 aan Woonstad betalen, de proceskosten van € 1.254,45 zijn voor rekening van gedaagde, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Alle andere vorderingen zijn afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11807616 CV EXPL 25-15942
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 15 juli 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de e-mail van Woonstad van 28 oktober 2025, met bijlage.
1.2.
Op 10 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [persoon A] en de heer [persoon B] namens Woonstad, bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] was ook aanwezig met de heer [persoon C] , mevrouw [persoon D] en mevrouw [persoon E] . De zaak is tegelijk behandeld met een zaak tussen Woonstad en meerdere gedaagden, waaronder [gedaagde] (zaaknummer: 11619586 CV EXPL 25-8030).

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 11 mei 2007 de woning gelegen aan de [adres] in Rotterdam van (de voorganger van) Woonstad. De huur is nu € 564,18 per maand. Tot en met de maand november 2025 is er een huurachterstand van € 4.299,40. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt. Woonstad eiste dat de huurovereenkomst zou worden ontbonden en de woning moest worden ontruimd, maar heeft tijdens de zitting de vorderingen die betrekking hebben op de ontbinding en de ontruiming ingetrokken. Zij vordert alleen nog betaling van de huurachterstand.
2.2.
[gedaagde] erkent dat er een huurachterstand is. Zij geeft aan dat zij de huur niet kon betalen, omdat de gemeente Rotterdam haar na een woonplaatsonderzoek heeft ingeschreven op een ander adres. Hierdoor is haar AOW gekort en de huurtoeslag stopgezet, waardoor [gedaagde] de huur niet meer kon betalen.
2.3.
[gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen. De wettelijke rente wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.299,40 betalen
2.4.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 4.299,40 aan Woonstad te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand november 2025 zit hier dus bij.
[gedaagde] hoeft geen rente te betalen
2.5.
De kantonrechter wijst de rente af. In de algemene voorwaarden van Woonstad is zowel in artikel 5.3 als in artikel 14.5 een boetebepaling opgenomen. In artikel 5.3 van de algemene voorwaarden is opgenomen dat [gedaagde] een boete van € 35,- verschuldigd is voor elke maand dat zij in verzuim is met het op tijd betalen van de huur. Op grond van artikel 14.5 van de algemene voorwaarden moet [gedaagde] daarnaast ook een boete van € 25,- per kalenderdag betalen als zij de bepalingen van de algemene voorwaarden overtreedt. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Omdat in ieder geval het cumulatieve effect van die bepalingen oneerlijk is, mag Woonstad daar geen beroep op doen en kan zij, in tegenstelling tot artikel 14.3 van de algemene voorwaarden, ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. [1] Op grond van de wet zou [gedaagde] als zij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Woonstad wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepalingen hier oneerlijk.
Verder geen oneerlijke bepalingen
2.6.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.254,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 4.299,40;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.254,45;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia).