ECLI:NL:RBROT:2025:14949

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/10/694529 / HA ZA 25-154
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding uit hoofde van tekortkoming in de nakoming van een share purchase agreement

In deze zaak vordert Volharding Tankrederij B.V. schadevergoeding van Chane Terminals B.V. wegens tekortkomingen in de nakoming van een share purchase agreement (SPA). Volharding stelt dat Chane garanties heeft geschonden die zijn opgenomen in de SPA, met betrekking tot de betaling van salarissen en pensioenverplichtingen van werknemers in de Target Group. De rechtbank heeft de vorderingen van Volharding afgewezen, omdat zij niet tijdig heeft gedagvaard conform de contractuele termijnen die in de SPA zijn vastgelegd. De rechtbank oordeelt dat Volharding niet binnen de overeengekomen termijn van 12 maanden na de melding van de inbreuken een juridische procedure heeft gestart, waardoor haar vorderingen zijn vervallen. Volharding heeft geprobeerd te betogen dat het beroep van Chane op deze termijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar de rechtbank volgt deze redenering niet. De rechtbank benadrukt dat de SPA is gesloten tussen professionele partijen die goed op de hoogte waren van de risico's en verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst. De rechtbank wijst de vorderingen van Volharding af en veroordeelt haar in de proceskosten van Chane, die zijn vastgesteld op € 19.080,00.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/694529 / HA ZA 25-154
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
VOLHARDING TANKREDERIJ B.V.,
gevestigd in Dordrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Volharding,
advocaat: mr. S.H.M. Zuidervliet,
tegen
CHANE TERMINALS B.V.,
gevestigd in Zaandam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Chane,
advocaat: mr. M.F. Eliëns.

1.De zaak in het kort

Volharding stelt dat Chane tekort is geschoten in de nakoming van verbintenissen uit de tussen hen gesloten ‘share purchase agreement’ door inbreuk te maken op door Chane gegeven garanties. Op grond daarvan vordert Volharding schadevergoeding van Chane. De rechtbank wijst de vorderingen af omdat Volharding niet heeft voldaan aan de in dit kader overeengekomen contractuele eisen. De rechtbank verwerpt het beroep van Volharding op artikel 6:248 lid 2 BW omdat toepassing van de desbetreffende regels uit de share purchase agreement naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. De rechtbank legt in dit vonnis uit hoe zij tot haar beslissing is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 januari 2025, met producties;
- de brief en het B16-formulier van 20 februari 2025 van Chane met het verzoek om een regiezitting;
- het B11-formulier van 20 februari 2025 van Volharding, waarin bezwaar wordt gemaakt tegen een regiezitting;
- de e-mail van 21 februari 2025 van de rechtbank, waarbij het verzoek om een regiezitting wordt afgewezen;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de brieven van 6 mei 2025 van de rechtbank, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de e-mail van 19 september 2025 van de rechtbank met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling;
- de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 15 oktober 2025.
2.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat vonnis wordt gewezen.

3.De feiten

3.1.
Chane (tot 19 juni 2024 genoemd Koole Terminals B.V.) heeft in 2022 de aandelen in Koole Tankrederij B.V. en Star Bonaire B.V. (hierna: de Target Group) aan Volharding verkocht. Partijen hebben daartoe op 3 mei 2022 een ‘share purchase agreement’ (hierna: SPA) gesloten.
3.2.
Op 5 juli 2022 zijn de hiervoor genoemde aandelen door Chane aan Volharding geleverd (hierna: Closing).
3.3.
In artikel 10 van de SPA staat:

10. SELLER’S WARRANTIES
10.1
The Seller hereby represents and warrants to the Purchaser (i) that each and every Seller’s Warranty is true and accurate as at the Signing Protocol Date and (ii) that the Seller’s Warranties set forth in Schedule 4 and under paragraphs 1,2,3,4 (excluding 4.7), 5 (excluding 5.1g), 6, 7 (excluding 7.4), 13.1, 13.6, 13.8, 13.14, 14.1, 14.2, 14.3, 14.5, 15 (excluding 15.3), 16.1, 16.2, 16.7 and 16.8 will be true and accurate at Closing (or the specific date mentioned).
(…)
10.4
The Purchaser hereby acknowledges that: (i) the Assets held by the Target Group are acquired by the Purchaser on an "as is where is" basis and the Seller has not made and does not make any representation, warranty or guarantee of any kind with respect to the Assets, other than the Seller Warranties, (ii) it has such knowledge and experience in financial and business matters that it is reasonably capable of evaluating the Transaction, (iii) it has completed its due diligence investigation, analysis and evaluation of the Target Group, the Shares and the Business, (iv) it has made such reviews and inspections of the Target Group, the Shares, the Business and the Assets as it has deemed reasonably necessary or appropriate, and (v) in making its decision to enter into this Agreement and to consummate the Transaction it has relied on its own independent investigation, analysis and evaluation and the Seller's Warranties.
10.5
The Purchaser hereby acknowledges that when entering into this Agreement it did not rely on any warranty or statement (express or implied) other than the Seller's Warranties. The Purchaser hereby agrees that it does not rely on and shall not have the right to invoke any warranties that are in any way contained in or implied by Dutch law, including but not limited to section 6:228 and 6:230 of the Dutch Civil Code.
10.6
The applicability of sections 7:17 and 7:20 up to and including 7:23 of the Dutch Civil Code is hereby excluded.
(…)”
3.4.
In artikel 12 van de SPA staat:
“12. 1 In the event of a breach of any of the Seller's Warranties (a Breach), the Seller shall, subject to the limitations set out in this clause 12, Schedule 5 (
Limitations of liability) and any other applicable limitations of liability, compensate the Purchaser, or at the election of the Purchaser to the Target Group, for the Damages incurred by the Purchaser and/or the Target Group as a result of such Breach. The Seller can, in this context, not invoke force majeure (
overmacht).
(…)
12.3
The provisions of Schedule 5 (
Limitations of liability) shall apply in relation to any liability the Seller may have under or pursuant to this Agreement, excluding for Leakage Claims, and except that the paragraphs of Schedule 5 (
Limitations of liability) relating to 'Breaches' shall not apply in case of a liability under the Specific Indemnities (clause 15) or in in case of a liability under Schedule 7 (
Taxation).”
3.5.
In artikel 13.1 van de SPA staat:
“If the Purchaser becomes aware of any claim or potential claim by a third party that might give rise to a Claim (a
Third Party Claim), the Purchaser shall:
( a) within 15 Business Days of becoming aware of it give notice of the Third Party Claim to the Seller and ensure that the Seller is given all reasonable information and facilities to investigate such Third Party Claim;
( b) not (and ensure that each member of the Purchaser Group shall not) admit liability or make any agreement or compromise in relation to the Third Party Claim without prior written approval of the Seller; and
( c) ensure that it and each member of the Purchaser Group shall: (i) take such action as the Seller may reasonably request to avoid, resist, dispute, appeal, compromise or defend the Third Party Claim, (ii) allow the Seller (if it elects to do so) to take over the conduct of all proceedings and/or negotiations arising in connection with the Third Party Claim at the Seller's risk and cost, and (iii) provide such information and assistance as the Seller may reasonably require in connection with the preparation for and conduct of any proceedings and/or negotiations relating to the Third Party Claim, provided that at all times the Seller shall take into account the reasonable commercial interests of the Target Group (and the Purchaser shall take into account the reasonable interests of the Seller in case the Seller has not taken over the conduct as set out in this clause 13.1).”
3.6.
In bijlage 4 bij de SPA zijn onder meer de volgende garanties door Chane aan Volharding opgenomen:
“13.3 The Target Group has in relation to each Employee at all times complied with all applicable (labour and pension) laws and regulations in all material respects and, so far as the Seller is aware, no present or former employee or deemed employee, self-employed individual and/or temporary worker has a claim against the Target Group, whether for payment of salary, termination of employment, illness or otherwise, in relation to their employment or engagement with the Target Group or the termination thereof.
(…)
13.11
The Target Group has discharged its obligations in full in relation to salary, wages, fees, commissions, bonuses, overtime pay, holiday pay, sick pay, Tax, national insurance, pension schemes and all other benefits and emoluments relating to its employees, officers, workers and consultants.
13.12
In the twelve months prior to the Signing Protocol Date, the Target Group has in relation to each of its Employees and former employees, trade unions, works councils and other bodies representing Employees, at all times complied with its material obligations under any Laws, collective bargaining agreements, individual employment agreements, reorganization plans and social plans.
13.13
The Target Group is not involved in any strike or trade dispute or any dispute or negotiation regarding a claim with a trade union or other body representing Employees or former employees of any Target Group Company.
13.14
The Target Group has at all times complied with its material obligations and the applicable Laws in relation to temporary workers, payroll workers, freelancers and contractors working for the Target Group.
(…)
14.1
Other than the pension arrangements disclosed in the Data Room, there is no arrangement in respect of the Employees that the Target Group is liable to contribute to. The pension arrangements disclosed in the Data Room are true.
14.2
All contributions due and payable by the Target Group under the applicable pension arrangements have been paid or reserved.”
3.7.
In bijlage 5 bij de SPA is het volgende bepaald:
“LIMITATIONS OF LIABILITY
1.
Claim notification. If the Purchaser is notified or becomes aware of a fact, circumstance or event which may lead to a Claim, the Purchaser shall inform the Seller thereof as soon as possible, however, not later than within 20 Business Days upon being so notified or having become so aware, (i) setting out such information as is available to any member of the Purchaser Group as is reasonably necessary to enable the Seller to assess the merits of the claim and (ii) specifying information of the legal and factual basis of the claim and the evidence on which the Purchaser relies and, if possible, an estimate of the amount of Damages which are, or are to be, the subject of the claim (including any Damage which is contingent). Any failure of the Purchaser to notify the Seller within the aforementioned time limit and manner shall only limit or exclude the liability of the Seller if and to the extent that the delay caused irreparable damages to the Seller or increase of the Damages. Parties expressly exclude applicability of section 7:23 paragraph 2 DCC and section 6:89 DCC.
2.
Time Limits. The Seller shall not be liable for any Breach unless the Seller receives from the Purchaser written notice in accordance with paragraph 1 above of the Breach:
( a) in case of any Breach, other than with respect to the Tax Warranties and Fundamental Warranties, before the date that falls 18 months after Closing;
(…)
6.
Claim to be withdrawn unless litigation commenced. Any Claim shall (if it has not been previously satisfied, settled or withdrawn) be deemed to have been withdrawn twelve months after the notice is given pursuant to paragraph 1 of this Schedule 5, unless legal proceedings in respect of it have been commenced by being both issued and served and are being, or continued to be, pursued with reasonable diligence. No new Claim may be made in respect of the facts, matters, events or circumstances giving rise to any such withdrawn Claim.
(…)
9.
Matters disclosed. The Seller shall not be liable for any Breach if and to the extent that the fact, matter, event or circumstance giving rise to such Breach is Disclosed.”
3.8.
In het due diligence rapport is vermeld dat Chane haar personeel in 2020 en 2021 niet in lijn met de Cao Handelsvaart heeft beloond. Volharding heeft voorafgaand aan het sluiten van de SPA toegang gekregen tot dit door Deloitte opgestelde rapport.
3.9.
De vakbond Nautilus International (hierna: de vakbond) heeft Chane op 9 juni 2022 gevraagd naar de toepassing van de cao Handelsvaart vóór 2020.
3.10.
Op 4 juli 2022 heeft Chane tijdvakcorrecties gestuurd naar Stichting bedrijfstakpensioenfonds Rijn- & Binnenvaart (hierna: het pensioenfonds) voor de periode januari 2019 tot en met december 2021. Dit resulteerde in een naheffing over die periode.
3.11.
Bij e-mail van 28 september 2022 heeft Chane aan Volharding het volgende bericht:
“We kunnen bevestigen op basis van de eerder gestuurde loonstroken dat de indexatie van de salarissen van de medewerkers van SB [Star Bonaire B.V.; toevoeging rechtbank] die vallen onder de CAO niet overeenkomstig de cao Handelsvaart heeft plaatsgevonden in de periode vóór 2020. (…).
Vervolgvraag is wat er aan indexatie precies betaald is vs. betaald had moeten worden zodat duidelijk wordt wat het verschil is.
In dat verband zouden we jullie willen vragen de volgende informatie aan te leveren (om door te sturen aan de bonden):
(…)
Tenslotte zullen we moeten kijken hoeveel pensioen er te weinig is afgedragen, maar dat zou direct moeten volgen uit bovenstaande.”
3.12.
Op 19 oktober 2022 heeft Star Bonaire B.V. (onderdeel van de Target Group) van de vakbond het volgende bericht ontvangen:
“Rederij Star Bonaire heeft er blijkbaar voor gekozen een constructie op te zetten via Fairwind uitzendbureau te Cyprus. Dit is naar onze mening niet correct.
De heer (…) behoort een Nederlandse arbeidsovereenkomst te hebben naar Nederlands recht. Hij doet immers werk aan boord van een schip onder Nederlandse vlag met een Nederlandse zeebrief (en Nederlandse thuishaven). Door deze “malafide constructie” valt betrokkene overal buiten.
(…)
Er zijn geen andere afspraken met een vakbond op Kaapverdië over een cao, voor dienstdoen aan boord van Nederlandse zeeschepen. Derhalve is de
VWH Handelsvaart caovoor betrokkene, met terugwerkende kracht, van toepassing.”
Dit bericht is op 27 oktober 2022 door Volharding aan Chane doorgestuurd.
3.13.
Bij e-mail van 6 december 2022 heeft Chane aan Volharding bericht:
“Op 7 april 2022 heeft Nautilus aan Star Bonaire BV (SB) een brief gestuurd dat SB haar verplichtingen voortvloeiende uit de Cao voor de Handelsvaart (CAO) niet zou zijn nagekomen omdat de salarissen van de (ex-) werknemers niet geïndexeerd zouden zijn in lijn met de CAO. Wij hebben vervolgens een en ander onderzocht en geconcludeerd dat de indexatie inderdaad niet juist is toegepast in de periode vóór oktober 2021. Zodoende hebben de (ex-) werknemers het recht om vanaf de datum van de claim de misgelopen indexatie 5 jaar terug te claimen. Vervolgens hebben wij de misgelopen indexatie berekend en deze berekeningen met de bonden gedeeld. De berekeningen vind je in de bijlagen.
Naar wij begrijpen hebben de vakbonden deze berekeningen inmiddels geaccepteerd.
(…)
Koole is van mening dat er argumenten zijn op basis waarvan deze kosten voor rekening van de Volharding groep dienen te komen. Maar is – ook in het licht van de andere discussies – bereid om de compensatie die ziet op de periode voor de closing datum te vergoeden. Dit onder de voorwaarde dat de koper bereid is schriftelijk finale kwijting te verlenen ten aanzien van enige verdere aansprakelijkheid die gerelateerd is aan de indexatie op basis van de CAO Handelsvaart aan (ex-) werknemers.”
3.14.
Op 20 januari 2023 hebben Chane en Volharding contact gehad over de pensioenverhogingen en heeft Volharding aan Chane de nota van het pensioenfonds doorgestuurd.
3.15.
Bij e-mail van 13 februari 2023 heeft Volharding aan Chane het volgende bericht:

Star Bonaire B.V. I Onjuist toepassen CAO Handelsvaart
Zoals je in jouw mail van 6 december 2022 aangeeft heeft Koole (althans SB) ten onrechte salarissen van (ex-)werknemers niet geïndexeerd. Als gevolg hiervan hebben de (ex-)werknemers een loonvordering. Jullie hebben daar zelf een berekening van gemaakt en deze gedeeld met de vakbond.
In je mail van 6 december 2022 stel je voor om de door jullie berekende achterstallige (totale) loonvordering aan ons te vergoeden onder de voorwaarde dat wij Koole finale kwijting verlenen ten aanzien van dit onderwerp. Dat laatste is voor ons niet akkoord. Vaststaat immers dat Koole/SB ten onrechte geen indexering heeft toegepast waardoor er loonvorderingen zijn ontstaan. Dit dient voor jullie rekening en risico te komen. Dit omvat uiteraard de betaling van de achterstallige (totale) loonvordering. In aanvulling op deze vorderingen hebben we als gevolg van deze kwestie ook te maken met structureel hogere loonkosten. De indexering werkt immers oneindig door. Dit is voor ons ook schade, nu dit uiteraard negatieve gevolgen heeft voor het resultaat. Hier dient dus ook nog en oplossing voor te worden gevonden.
Bovendien is geen gegeven dat alle (ex-)werknemers instemmen met een finale kwijting. Mogelijk zullen zij aanspraak maken op bijvoorbeeld de wettelijke rente en -verhoging. Instemmen met een finale kwijting van onze kant jegens Koole tegen het voorgestelde bedrag zou betekenen dat wij hiervoor moeten opdraaien. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Star Bonaire B.V. I Verloning Kaapverdianen via Cyprus
Je gaf aan dat jullie voor deze kwestie al een advocaat in de arm hebben genomen. Wij vertrouwen er dan ook op dat Koole de verdere be- en afhandeling voor haar rekening neemt conform artikel 13.1.c van de koopovereenkomst. Graag ontvangen we daarvan jullie bevestiging.
Koole Tankrederij B.V. I naheffing pensioenfonds
Tot slot stuurde ik je op 20 januari 2023 de factuur van BPF voor de Rijn- en Binnenvaart inzake nabetaling over de periode 2019 t/m 2021. Kun jij deze week aan mij bevestigen dat Koole voor de betaling hiervan zal zorgdragen? Dan kan deze kwestie worden afgewikkeld.”
3.16.
Bij e-mail van 9 maart 2023 heeft Chane aan Volharding gevraagd hoe zij de achterstallige loonvordering als gevolg van het onjuist toepassen van de cao Handelsvaart en de naheffing van het pensioenfonds, voor zover die ziet op de periode tot de Effectieve Datum (31 oktober 2021, zoals opgenomen in de SPA), aan Volharding kan overmaken.
3.17.
Bij e-mail van 16 maart 2023 heeft Volharding aan Chane het volgende bericht:
“Ter voorkoming van misverstanden, merk ik op dat de naheffing pensioenfonds betrekking heeft op de periode tot en met juni 2022 (bijgaand de factuur met daarop de specificatie). Je geeft aan dat jullie de vordering zullen voldoen voor zover deze ziet op de periode tot de Effectieve Datum, zoals opgenomen in de SPA. Deze beperking (tot de periode tot de Effectieve Datum) volgt echter niet uit de SPA, zodat de volledige naheffing onder de schadevergoedingsplicht valt.”
3.18.
Op 12 april 2023 heeft Chane het bedrag van de nota van het pensioenfonds van € 139.775,78 aan Volharding betaald.
3.19.
Bij e-mail van 12 april 2023 heeft Volharding aan Chane bericht:
“Ter info; in navolging van de berichten hieronder zijn wij zojuist geïnformeerd dat de heer (…) via Nautilus een zaak wil starten. Vooralsnog zal dit tegen Fairwind zijn, maar naar alle waarschijnlijkheid zal Fairwind dit doorzetten naar Koole.
Op dit moment wachten wij zelf de verdere berichtgeving van Nautilus en Fairwind af.”
Waarop Chane een dag later heeft gereageerd:
“(…) Dank voor onderstaande update. We wachten af.”
3.20.
Op 28 november 2023 heeft de kantonrechter van deze rechtbank Fairwind veroordeeld om aan twee Kaapverdische bemanningsleden onder meer het achterstallig loon onder de cao Handelsvaart te betalen. Fairwind heeft niet voldaan aan deze veroordelingen. De Kaapverdische bemanningsleden hebben vervolgens op grond van artikel 8:211, aanhef en onder b BW en artikel 8:216 BW executoriaal beslag gelegd op twee schepen in eigendom van Star Bonaire B.V. Volharding heeft in verband hiermee een kort geding gevoerd, zonder succes, waarna zij de Kaapverdische bemanningsleden in totaal € 178.000,00 heeft betaald.
3.21.
Op 19 februari 2024, nadat Volharding met de (ex-)werknemers vaststellingsovereenkomsten heeft gesloten met betrekking tot hun cao-gecorrigeerde loonaanspraken, heeft zij aan Chane bericht dat de totale loonvordering € 111.252,80 bedraagt.
3.22.
Op 13 maart 2024 heeft Chane aan Volharding € 111.252,80 betaald, met de volgende omschrijving:
“Compensatie werknemers Star Bonaire voor delta in toegepaste indexatie in lijn met cao Handelsvaart in de periode 2017 t/m 2022”
3.23.
Op 14 juni 2024 heeft Volharding aan Chane het volgende bericht:
“Hierbij een update wat betreft de kaapverdiaanse bemanningsleden (…) en (…). Beide heren hebben de Star Bonaire en Star Curaçao onder beslag laten leggen en hebben we noodgedwongen, om de kosten niet verder te laten oplopen, een bedrag van EUR 178k moeten betalen om ze weer vrij te krijgen. Inmiddels hebben we 230k aan vonnis en advocaatkosten gemaakt. Deze kosten komen op grond van onze afspraken voor redengeving van Koole. Wil je mij laten weten dat dit akkoord is? Natuurlijk zijn wij bereid om mee te werken als Koole wil proberen deze kosten op het uitzendbureau in Cyprus of bij te verhalen. Verder is het mij nog niet helemaal helder of deze kwestie nu volledig is afgerond. (…) hebben zich na de betaling en opheffing van het beslag niet meer bij ons gemeld.”
3.24.
Op 7 augustus 2024 heeft de kantonrechter van deze rechtbank Fairwind bij verstek onder meer veroordeeld tot het betalen van € 289.498,67 en € 291.341,52 aan de twee Kaapverdiaanse bemanningsleden van het achterstallig loon onder de cao Handelsvaart vanaf 2018. Deze bedragen heeft Volharding (Star Bonaire B.V.) voldaan.

4.Het geschil

4.1.
Volharding vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Chane veroordeelt tot betaling van:
€ 1.909.184,39 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 31 oktober 2021;
€ 25.000,00 aan redelijke kosten ter vaststelling van de schade, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur;
€ 155.669,66 aan vergoeding van advieskosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de vervaldatum van de onderliggende facturen;
de proceskosten, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet tijdig worden voldaan.
4.2.
Chane voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Volharding in haar vorderingen, althans tot afwijzing van deze vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Volharding in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, te vermeerderen met rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis. Daarbij verzoekt Chane om in de kostenveroordeling te verdisconteren dat Volharding Chane op nodeloze kosten zou hebben gejaagd vanwege de evidente ongegrondheid van de vorderingen en de weigering van Volharding om processuele afspraken te maken om (kosten)efficiënt te procederen.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beslissing, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Volharding stelt dat zij schade heeft geleden doordat Chane de volgende drie inbreuken op de door Chane gegeven garanties heeft gemaakt:
1. Er is over de jaren 2018, 2019 en 2020 een lager salaris betaald aan werknemers in de Target Group dan onder de toepasselijke cao verplicht is (hierna: de cao-verhoging);
2. Chane heeft, nota bene één dag voor Closing, tijdvakcorrecties ingediend en er diende over 2019 tot en met 2021 vervolgens meer pensioen te worden afgedragen voor werknemers in de Target Group (hierna: de pensioenverhogingen);
3. De wijze waarop Kaapverdische matrozen werden ingehuurd via een Cypriotische vennootschap bleek onrechtmatig te zijn (hierna: de Fairwind-constructie).
5.2.
Ten aanzien van de schade stelt Volharding dat Chane de cao-verhoging en de pensioenverhoging al gedeeltelijk heeft gecompenseerd. Zij vordert het schadebedrag dat nodig is om haar in dezelfde positie te brengen als wanneer geen schending van de garanties zou hebben plaatsgevonden. Volharding stelt dat als zij bij het uitbrengen van haar bod geweten zou hebben dat de loonkosten substantieel hoger zouden uitvallen vanwege de cao-verhogingen, de pensioenverhogingen en de Fairwind-constructie, zij een (volgens haar € 5 miljoen) lagere kooprijs met Chane zou zijn overeengekomen.
5.3.
Chane betwist dat zij inbreuk heeft gemaakt op de garanties en voert aan dat zij bovendien al heeft voldaan aan de vorderingen met betrekking tot de cao-verhoging en de pensioenverhoging (zie 3.18 en 3.22). Ook stelt zij zich op het standpunt dat, als er al sprake zou zijn van een inbreuk, Volharding niet heeft voldaan aan de contractuele voorwaarden over de termijnen waarbinnen die melding moet zijn gedaan. Als er wel sprake zou zijn van een correcte melding conform de SPA, dan is Volharding niet binnen 12 maanden na de melding een procedure gestart, zodat de vorderingen (“Claims”) als ingetrokken hebben te gelden.
5.4.
Volharding stelt dat zij wel heeft voldaan aan de eisen in de SPA met betrekking tot het melden van de inbreuken, namelijk als volgt:
  • ten aanzien van de cao-verhoging: door de e-mail van 28 september 2022 van Chane zelf (zie in 3.11);
  • ten aanzien van de pensioenverhoging: Chane heeft er zelf op 4 juli 2022, één dag voor Closing, voor gezorgd dat de pensioenverhoging zou ontstaan (zie in 3.10);
  • ten aanzien van de Fairwind constructie: op 27 oktober 2022, binnen acht dagen, is Chane op de hoogte gesteld van de brief van de vakbond van 19 oktober 2022, waarin van de ‘malafide’ Fairwind-constructie melding wordt gemaakt (zie in 3.12).
5.5.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5.6.
Artikel 1 van bijlage 5 bij de SPA bepaalt, onder meer, dat Volharding van iedere (potentiële) claim binnen 20 werkdagen na kennisname een melding moet doen aan Chane. Voor een claim van een derde partij geldt dat Volharding binnen 15 werkdagen na kennisname een melding daarvan aan Chane moet doen (artikel 13.1 van de SPA). Artikel 2 van bijlage 5 bij de SPA bepaalt dat Chane niet aansprakelijk is als deze melding niet binnen 18 maanden na Closing (5 juli 2022) wordt gedaan, dus uiterlijk op 5 januari 2024. En artikel 6 van bijlage 5 bij de SPA bepaalt dat elke claim wordt verondersteld te zijn ingetrokken als Volharding niet binnen 12 maanden na de hiervoor genoemde melding een juridische procedure start. Dit is tussen partijen niet in geschil.
5.7.
Zelfs als de rechtbank Volharding zou volgen in haar stelling dat sprake is van inbreuken op de door Chane gegeven garanties én de meldingen van die inbreuken conform de SPA hebben plaatsgevonden zoals onder 5.4 vermeld, dan staat in rechte vast dat buiten de contractuele termijn van 12 maanden na de meldingen is gedagvaard. Er is door Volharding (pas) op 22 januari 2025 gedagvaard (tegen 19 februari 2025). Dat is ten opzichte van de drie onder 5.4 genoemde meldingen contractueel gezien te laat. De vorderingen worden daarom geacht te zijn ingetrokken en kunnen niet opnieuw worden ingesteld (zie in 3.7). Op grond van de SPA kan Volharding dus geen rechten meer ontlenen aan de garanties.
5.8.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat als Volharding de vermeende inbreuken later dan de in 5.4 genoemde momenten zou hebben gemeld, maar nog wel binnen de 18 maanden termijn, de uitkomst dezelfde zou zijn. Zelfs bij een melding op het allerlaatste moment binnen die 18 maanden, eindigt de termijn op 5 januari 2025 en Volharding heeft Chane pas gedagvaard op 22 januari 2025. Als wordt uitgaan van meldingen buiten de 18 maanden termijn, dan geldt dat Chane hoe dan ook niet aansprakelijk kan zijn op grond van de SPA (zie bijlage 5 onder 2 zoals hiervoor weergegeven in 3.7). Ook in dat geval kan Volharding dus geen rechten meer ontlenen aan de garanties.
5.9.
Volharding heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij Chane niet binnen de hiervoor vermelde termijn van 12 maanden (zie 3.7 onder 6) na de hiervoor in 5.4 vermelde momenten heeft gedagvaard, maar stelt dat het door Chane bepleite gevolg daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW. Volharding stelt ter onderbouwing hiervan samengevat het volgende:
  • Chane heeft de inbreuken verzwegen bij het sluiten van de SPA;
  • Volharding was bij gebrek aan bekendheid met de aard en de inhoud van de inbreuken en de hoogte van de schade niet in staat eerder een procedure te starten;
  • Chane stelde zich bij de betaling in maart 2024 ook niet op het standpunt dat de termijn was verlopen;
  • Chane nam de regie bij de behandeling en afwikkeling van de inbreuken;
  • Volharding heeft zich het recht om de volledige schade te vorderen expliciet voorbehouden;
  • Volharding mocht er door het handelen van Chane en de betalingen in 2023 en 2024 op vertrouwen dat zij nog niet hoefde te dagvaarden;
  • Niemand kon vermoeden hoe de kwestie met betrekking tot de Fairwindconstructie zich zou ontvouwen, dat de matrozen ook vorderingen zouden hebben op grond van boek 8 BW en dat zij zich rechtstreeks zouden kunnen verhalen op schepen;
  • Partijen waren in gesprek en hadden constructief overleg over de behandeling en afwikkeling van de inbreuken, waarbij de adviseurs op de achtergrond bleven;
  • Een dagvaarding zou de verhoudingen tussen partijen onnodig onder grote druk zetten en partijen op onnodige juridische kosten jagen, en
  • De termijn is slechts beperkt overschreden en Chane is niet benadeeld in haar bewijspositie.
5.10.
Volgens Volharding moet artikel 6 van bijlage 5 van de SPA (zie in 3.7) en de daar in genoemde sanctie zo worden uitgelegd dat deze met de rechtsgevolgen van verjaring in overeenstemming is en niet met de rechtsgevolgen van verval. Het artikel bepaalt dat elke claim wordt verondersteld te zijn ingetrokken als Volharding niet binnen 12 maanden na de melding een juridische procedure aanhangig maakt. Volgens Volharding houdt dit afstand van recht in en komen de rechtsgevolgen van verjaring daarmee overeen. Er zou daarom des te meer ruimte bestaan voor de toepassing van artikel 6:248 BW.
5.11.
Volgens Volharding geldt binnen de beoordeling van de tijdigheid een “alles-in-één-benadering”, waarbij de rechter binnen de beoordeling van de tijdigheid al rekening houdt met de belangen van partijen, de ernst van de schending, de kennis van partijen en het nadeel door late melding. De redelijkheid en billijkheid moet niet daarna als aparte correctie worden toegepast, maar zit reeds ingebakken in de beoordeling van de vraag ‘was dit nog tijdig?’. Hierdoor zou de rechtbank niet moeten oordelen “de klacht was te laat, maar het is onaanvaardbaar om de vordering om die reden niet inhoudelijk te beoordelen”, maar “gezien de omstandigheden was dit tóch nog tijdig”. Daarmee wordt de toets soepeler: de hoge drempel van artikel 6:248 lid 2 (“onaanvaardbaar”) verdwijnt naar de achtergrond, omdat de rechtbank via een passende “tijdigheidstoets” al kan corrigeren op redelijkheid en billijkheid, aldus Volharding.
5.12.
De rechtbank oordeelt over het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW als volgt.
5.13.
Een tussen partijen overeengekomen regel, zoals de tussen partijen gemaakte termijnafspraken over het melden van claims en het starten van een procedure, kan niet van toepassing zijn als toepassing van die regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). De formulering ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ brengt tot uitdrukking dat de rechter bij de toepassing van lid 2 de nodige terughoudendheid moet betrachten.
5.14.
De rechtbank vat het beroep van Volharding op artikel 6:248 lid 2 BW zo op dat dit ziet op zowel de termijn van 18 maanden als de termijn van 12 maanden, zoals hiervoor bedoeld. De rechtbank oordeelt het beroep van Chane op beide termijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar, gelet op het volgende.
5.15.
Het antwoord op de vraag of de redelijkheid en billijkheid aan een beroep op een contractueel beding in de weg staan, hangt af van tal van omstandigheden, zoals de aard en de inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt, de maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen, de mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest, en (bij exoneratiebedingen) de zwaarte van de schuld (ter zake van het veroorzaken van de desbetreffende schade), mede in verband met de aard en de ernst van de bij enige gedraging betrokken belangen. [1]
5.16.
De rechtbank ziet geen grond voor een “alles-of-niets-benadering” zoals bepleit door Volharding, volgens welke de vraag wat tijdig is afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval en van een afweging van de belangen van partijen. Een doorwerking van de rechtspraak over de uitleg van het criterium ‘binnen bekwame tijd’ als bedoeld in artikel 7:23 BW, zoals door Volharding bepleit, laat zich moeilijk voorstellen bij door partijen concreet omschreven en niet voor meerdere uitleg vatbare termijnen zoals 18 en 12 maanden, zoals hier aan de orde, waarbij partijen de toepasselijkheid van artikel 7:23 BW overigens uitdrukkelijk hebben uitgesloten. [2] De vraag is dus niet of Volharding in de gegeven omstandigheden nog op tijd was met het melden van de claim en/of met dagvaarden, maar of het contractueel overeengekomen gevolg van het overschrijden van die termijn(en) in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
5.17.
In het onderhavige geval acht de rechtbank van groot belang dat de SPA tot stand is gekomen tussen professionele partijen, die (logischerwijs) uitvoerig hebben onderhandeld over de SPA en daarbij werden bijgestaan door professionele adviseurs. Volharding heeft weliswaar aangevoerd dat zij vanwege de ‘controlled auction’ geen al te hoge eisen kon stellen en moest vertrouwen op de juistheid van de volgens Volharding beperkte informatie die door Chane beschikbaar was gesteld in de dataroom en op de garanties, maar tussen partijen is niet in geschil dat over de garanties is onderhandeld en dat als resultaat van die onderhandelingen de garanties aanzienlijk zijn uitgebreid.
5.18.
Onderwerp van de overeenkomst was een aandelentransactie ter zake de aandelen in de Target Group (Koole Tankrederij B.V. en Star Bonaire B.V.). De achtergrond van het verstrekken van garanties bij een aandelentransactie, is vooral – zoals Chane ook aanvoert – het tussen partijen contractueel vastleggen van de risicoverdeling na de aandelenoverdracht. De inhoud van de SPA is duidelijk. Op grond daarvan verkreeg Volharding aandelen met een specifiek aantal schriftelijk vastgelegde garanties met een beperkte duur. In de SPA staat daarnaast duidelijk aan welke formaliteiten moet worden voldaan om een vermeende inbreuk op een garantie aan de orde te kunnen stellen. Die garanties en de in de SPA vermelde termijnen zijn een essentieel onderdeel van de SPA en dienen het doel van deze transactie. Daarbij komt dat ze gebruikelijk zijn bij dit soort transacties. In de kern komt het erop neer dat de ondernemingen met alle daaraan verbonden voordelen en risico’s overgaan op de nieuwe eigenaar en dat de nieuwe eigenaar slechts binnen een beperkte tijd en onder bepaalde voorwaarden de overeengekomen aanspraken tegen de verkoper geldend kan maken.
5.19.
Daarnaast is relevant dat partijen de artikelen 6:228, 6:230, 7:17 en 7:20 tot en met 7:23 BW hebben uitgesloten (zie 3.3 onder 10.5 en 10.6), waarmee nog eens extra duidelijk is dat door Volharding buiten de garanties en de door partijen overeengekomen termijnen geen aanspraak kan maken op schadevergoeding.
5.20.
Volharding heeft aangevoerd dat zij niet zou kunnen dagvaarden voordat de termijn verstreek, omdat zij toen nog niet bekend was met de aard en de inhoud van de inbreuken en met alle schade. Dit argument kan niet slagen, want volgens Volharding weet zij ook nu nog niet wat de schade is. Zij had bijvoorbeeld verklaringen voor recht en/of verwijzing naar de schadestaat kunnen vorderen. Overigens heeft de rechtbank Volharding ter zitting gevraagd waarom zij niet tijdig contact heeft gezocht met Chane om te voorkomen dat er termijnen zouden verlopen, te meer omdat Volharding zelf heeft aangevoerd dat partijen in gesprek waren en constructief overleg hadden over de behandeling en afwikkeling van de gestelde inbreuken, waarbij de adviseurs op de achtergrond bleven. Juist om te voorkomen dat dagvaarden de verhoudingen tussen partijen onder druk zou zetten, had het voor de hand gelegen dat Volharding contact had gezocht met Chane, bijvoorbeeld om (zo mogelijk) aanvullende afspraken te maken over de termijnen. Volharding heeft verklaard dat zij toentertijd niet bezig was met de termijn waarbinnen zij Chane moest dagvaarden, omdat andere zaken haar bezighielden. Dat rechtvaardigt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, geen beroep op artikel 6:248 lid 2 BW.
5.21.
Ter zitting heeft de advocaat van Volharding nog aangevoerd dat Volharding op ‘dat moment’ niet eens wist dat er een claim zou aankomen en dat het voor zich spreekt dat er geen uitstel is verzocht aan Chane. De rechtbank volgt Volharding hierin niet, nu de claims allemaal voor 5 januari 2025 bekend waren. Dat volgens Volharding niemand kon vermoeden hoe de kwestie met betrekking tot de Fairwindconstructie zich zou ontvouwen, dat de matrozen vorderingen zouden hebben op grond van boek 8 BW en zich rechtstreeks zouden kunnen verhalen op schepen, ligt, gelet op wat hiervoor (in 5.17) over de totstandkoming en de ratio van de SPA is overwogen, in de risicosfeer van Volharding. Niet gesteld of gebleken is dat Volharding door toedoen van Chane niet voor 5 januari 2025 haar vorderingen in rechte aanhangig heeft kunnen maken, zoals artikel 6 bijlage 5 van de SPA vereist.
5.22.
Dat Chane zelf de regie in handen heeft genomen, is door haar gemotiveerd betwist. Bovendien heeft Volharding Chane op 12 april 2023 bericht dat zij verdere berichtgeving van Nautilus en Fairwind afwacht, waarop Chane heeft gemeld ook te zullen afwachten (zie 3.19). Dat de termijnen beperkt zouden zijn overschreden en Chane in haar bewijspositie niet is geschaad – wat Chane gemotiveerd heeft betwist – kan Volharding ook niet baten. Dat Chane geen nadeel zou lijden door een te laat beroep op een concrete, overeengekomen termijn, betekent niet dat haar beroep op het verstrijken van de vervaltermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, te meer omdat het een beroep op een beding betreft dat is overeengekomen tussen professionele partijen met deskundige juridische bijstand, zoals ook hiervoor overwogen. In de SPA is ook expliciet overeengekomen dat de aansprakelijkheid van Chane voor claims in de tijd beperkt is.
5.23.
Ook de stelling dat Chane er gelet op de expliciete afwijzing door Volharding van het verzoek om finale kwijting niet op mocht vertrouwen dat de desbetreffende kwesties binnen een jaar na de datum van de claim zouden zijn afgedaan, is onvoldoende om te oordelen dat het beroep het beroep op het verstrijken van de overeengekomen termijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het bewaken van de termijnen lag op de weg van Volharding nu zij belang had bij het respecteren ervan.
5.24.
Volharding heeft tot slot ook gesteld dat Chane de compensatie voor de cao-verhogingen na het verstrijken van de betreffende periode van 12 maanden heeft betaald en op dat moment geen beroep heeft gedaan op die termijn, waardoor Volharding erop mocht vertrouwen dat zij nog geen dagvaarding hoefde uit te brengen tot het moment dat duidelijk zou worden dat partijen in der minne niet tot een oplossing zouden komen. Dit verweer gaat niet op, omdat Chane op 9 maart 2023 al had toegezegd dat betaald zou worden (zie 3.16) en dat is binnen 12 maanden na de melding, indien wordt uitgegaan van de stelling van Volharding dat die melding op 28 september 2022 plaatsvond (zie 5.4). Tussen partijen is niet in geschil dat de daadwerkelijke betaling vervolgens een jaar heeft geduurd in verband met de vaststellingsovereenkomsten die met de werknemers moesten worden gesloten. Dat toen nog niet duidelijk was wat het exacte bedrag was van de vordering, is niet relevant, omdat Chane al akkoord was gegaan met betaling.
Conclusie
5.25.
Nu de gestelde schade op grond van de SPA niet voor vergoeding in aanmerking komt en dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is, wijst de rechtbank de vorderingen van Volharding af. De rechtbank komt daardoor niet toe aan beantwoording van de vraag of sprake is van de door Volharding gestelde schendingen van de garanties.
Proceskosten
5.26.
Volharding is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Het verzoek van Chane om in de kostenveroordeling te verdisconteren dat Volharding Chane op nodeloze kosten zou hebben gejaagd, wordt afgewezen. Hoewel de vorderingen van Volharding zijn afgewezen, acht de rechtbank het niet onbegrijpelijk dat Volharding heeft geprobeerd haar gestelde schade in rechte vergoed te krijgen en daarbij het gehele geschil aan de rechtbank voor te leggen, zonder het maken van procesafspraken. Volharding heeft hiermee niet in strijd gehandeld met de goede procesorde. De proceskosten van Chane worden daarom conform het liquidatietarief begroot op:
- griffierecht
10.188,00
- salaris advocaat
8.714,00
(2 punten × € 4.357,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.080,00
5.27.
De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Volharding af,
6.2.
veroordeelt Volharding in de proceskosten, aan de kant van Chane vastgesteld op € 19.080,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Volharding niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Volharding € 92,00 extra aan Chane betalen, plus de kosten van betekening,
6.3.
veroordeelt Volharding in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts, mr. B. van Velzen en mr. A.J.M. van Sonsbeeck, rechters, in aanwezigheid van mr. L.S. van Westen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
3242/3455/3395/3194

Voetnoten

1.HR 19 mei 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4745, HR 20 februari 1976, ECLI:NL:HR:1976:AC5695,
2.Zie ook concl. A-G W.L. Valk, ECLI:NL:PHR:2018:740, bij HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1778.