In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiseres] en HIVAC B.V. [eiseres] vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte, alsook betaling van een achterstand in de huur en de lening die zij aan HIVAC had verstrekt. De procedure begon met een dagvaarding op 3 maart 2025, gevolgd door een zitting op 21 oktober 2025. Tijdens deze zitting was [eiseres] aanwezig met haar gemachtigde, terwijl HIVAC werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en een tolk. De kern van de zaak draait om de vraag of HIVAC in gebreke is gebleven met betalingen, zowel voor de huur als voor de lening. [eiseres] stelde dat HIVAC een betalingsachterstand had, terwijl HIVAC dit betwistte en aanvoerde dat de lening al volledig was terugbetaald en er geen huurachterstand bestond. De kantonrechter heeft vastgesteld dat [eiseres] niet in staat was om de huurachterstand deugdelijk te specificeren en dat HIVAC de lening volledig had afgelost. Hierdoor werden alle eisen van [eiseres] afgewezen, en werd zij veroordeeld in de proceskosten van HIVAC, die op € 2.035,- werden begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.