In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een huurgeschil tussen [eiseres] en [gedaagde]. De partijen hebben op 8 september 2022 een overeenkomst gesloten waarbij [gedaagde] een oplegger huurde van [eiseres] voor een maandelijkse huurprijs van € 695,- exclusief btw. [eiseres] stelt dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft van € 4.174,57 en vordert betaling van dit bedrag, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] erkent de betalingsachterstand, maar betwist dat zij de facturen heeft ontvangen, omdat deze naar een onjuist postbusadres zijn gestuurd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de facturen [gedaagde] niet hebben bereikt, omdat deze naar een postbusadres zijn gestuurd dat niet van [gedaagde] is. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de achterstallige facturen moet betalen, maar geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, omdat zij pas na dagvaarding in verzuim is geraakt. De proceskosten worden gecompenseerd, omdat [eiseres] zelf heeft bijgedragen aan de procedure door de facturen niet naar het juiste adres te sturen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.