Op 8 september 2022 sloten eiseres en gedaagde een huurovereenkomst voor een oplegger met een maandelijkse huurprijs van € 695 exclusief btw. Eiseres vordert betaling van een betalingsachterstand van € 4.174,57 inclusief rente en incassokosten.
Gedaagde erkent de achterstand maar betwist dat de facturen haar hebben bereikt, omdat deze naar een postbusadres zijn gestuurd dat niet van haar is. Pas vanaf oktober 2024 zijn aanmaningen naar het juiste adres gestuurd, maar zonder specificatie van de vordering. Gedaagde wil de facturen betalen na ontvangst van correcte facturen, maar niet de bijkomende kosten.
De kantonrechter oordeelt dat de facturen niet aan gedaagde zijn toegekomen omdat deze naar een niet in de overeenkomst vermeld postbusadres zijn gestuurd. De betalingstermijn van 30 dagen gaat daarom pas in bij dagvaarding, waardoor gedaagde pas vanaf 18 juli 2025 in verzuim is. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf die datum, maar buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat er toen nog geen verzuim was.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat eiseres mede heeft bijgedragen aan het geschil door de facturen niet naar het juiste adres te sturen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.