ECLI:NL:RBROT:2025:14954
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoek tot goedkeuring afwijkende huurbedingen in huurovereenkomst
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot goedkeuring van afwijkende huurbedingen in een huurovereenkomst tussen [verzoekster] en [medeverzoekster]. De verzoekers hebben een huurovereenkomst gesloten voor een bedrijfsruimte in Rotterdam, bestemd voor de verkoop van koffie en ijs. De huurovereenkomst is meerdere keren verlengd, en de verzoekers vroegen goedkeuring voor bedingen die afwijken van de wettelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, specifiek artikel 7:292 e.v. BW. Tijdens de zitting op 18 november 2025 werd duidelijk dat de huurovereenkomst niet op 31 maart 2025 eindigde, zoals in het verzoekschrift werd gesteld, maar doorliep tot 1 mei 2029. De kantonrechter oordeelde dat de voorgestelde afwijkingen een wezenlijke aantasting van de rechten van [medeverzoekster] vormden, aangezien deze haar wettelijke huurbescherming zouden ondermijnen. De kantonrechter wees het verzoek af en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij de eigen kosten draagt. De beslissing benadrukt het belang van huurbescherming voor huurders, vooral voor kleinere ondernemers zoals [medeverzoekster].