Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van verzoeker tijdens de mondelinge behandeling in de hoofdzaak op 7 oktober 2025, waarbij verzoeker een brief aan de rechter van 6 oktober 2025 en een door de rechter gewezen vonnis van 26 september 2025 in een andere procedure heeft overgelegd;
- de brief van 19 november 2025 van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, inhoudende het verzoek om uiterlijk voor 1 december 2025 aan te geven welke feiten of omstandigheden er in de visie van verzoeker in dit geval toe hebben geleid dat de rechterlijke onpartijdigheid schade heeft geleden;
- de e-mailcorrespondentie van 27 en 28 november 2025 tussen de algemeen secretaris van de wrakingskamer en verzoeker, waaronder een e-mail waarin aan verzoeker uitstel is gegeven tot 5 december 2025 om aan het in het voorgaande gedachtestreepje genoemde verzoek te voldoen;
- de e-mail van 5 december 2025 van verzoeker, met twee bijlagen.