Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- de brief van 28 april 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
Op 1 september 2023 vond een aanrijding plaats tussen de auto van eiseres en een politieauto in Rotterdam. Eiseres stelde dat de politie onrechtmatig handelde door gevaarlijk rijgedrag, waaronder plotseling remmen en een stopteken, wat leidde tot de botsing. Zij vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade.
De politie betwistte aansprakelijkheid en stelde dat eiseres het stopteken negeerde en onvoldoende afstand hield, waardoor de aanrijding haar eigen schuld was. De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen is dat de politie plotseling en zonder aanleiding hard remde of een stopteken gaf. Volgens artikel 19 RVV Pro moet een bestuurder zijn voertuig tijdig kunnen stoppen bij remmen van een voorligger, wat eiseres niet deed.
De stelling van eiseres dat een politie-inzittende met een wapen het bevel gaf handen in de lucht te doen, werd niet aannemelijk geacht en verandert niets aan de aansprakelijkheid. De rechtbank wees de vordering van eiseres af en stelde dat zij onrechtmatig handelde jegens de politie. Eiseres werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, rente en proceskosten aan de politie.
Uitkomst: Eiseres handelde onrechtmatig door niet tijdig te remmen en wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan de politie.