ECLI:NL:RBROT:2025:14976

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11813354 VZ VERZ 25-5327
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vernietiging van besluit van de Vereniging van Eigenaars afgewezen

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een verzoeker, eigenaar van een appartementsrecht in Rotterdam, en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het appartementencomplex. De verzoeker heeft verzocht om vernietiging van een besluit van de VvE, waarin werd besloten dat alle eigenaren in 2026 een eenmalige extra bijdrage van € 40.000,- moesten betalen voor het onderhoud van de parkeergarage. De verzoeker was van mening dat dit besluit onredelijk was en dat het onderhoud gespreid uitgevoerd moest worden volgens het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). De VvE heeft echter gesteld dat het onderhoud in één keer noodzakelijk was vanwege verzakkingen en andere problemen met de bestrating. Tijdens de zitting op 5 december 2025 was de verzoeker aanwezig, evenals de gemachtigde van de VvE en andere belanghebbenden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de VvE in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en heeft het verzoek van de verzoeker tot vernietiging van het besluit afgewezen. Daarnaast is de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren, omdat dit verzoek niet op de juiste wijze was ingediend. De proceskosten zijn voor rekening van de verzoeker, die in het ongelijk is gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11813354 VZ VERZ 25-5327
datum uitspraak: 18 december 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: Rotterdam,
verzoeker,
die zelf procedeert,
tegen
Vereniging van Eigenaars [naam VvE] te Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: mr. A.J.C. Goldhoorn.
De partijen worden ‘ [verzoeker] ’ en ‘de VvE’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 28 juli 2025), met bijlagen 1 tot en met 11;
  • het verweerschrift, met een bijlage.
1.2.
Op 5 december 2025 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken. Daarbij was [verzoeker] aanwezig. Namens de VvE is verschenen de heer [persoon A] (werkzaam bij Stichting Hef Wonen), bestuurder van de VvE, bijgestaan door de gemachtigde.
Verder was als belanghebbende aanwezig de heer [persoon B] ( [adres 1] ).
Alle stemgerechtigde leden zijn opgeroepen en hebben ter zitting de gelegenheid gehad hun standpunt naar voren te brengen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht [adres 2] in Rotterdam. [verzoeker] is daardoor lid van de VvE. Alle woningen in het complex beschikken over een stallingsplaats in de beklinkerde parkeergarage. Een deel van de stallingsplaatsen is bestraat en een deel van de plaatsen heeft een betonnen vloer. De stallingsplaats van [verzoeker] heeft een betonnen vloer.
2.2.
De VvE-leden zijn bij brief van 8 juli 2025 uitgenodigd voor de vergadering van de VvE op 23 juli 2025. Op deze vergadering is het besluit genomen dat de eigenaren in 2026 een eenmalige extra bijdrage van in totaal € 40.000,-, derhalve € 1.052,63 per eigenaar, moeten betalen voor het ophogen en opnieuw bestraten van het binnenterrein/de parkeergarage (agendapunt 3b).
2.3.
[verzoeker] is het niet eens met dit besluit en verzoekt in deze procedure dit besluit te vernietigen en het onderhoud conform het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en de Meerjaren Onderhoudsbegroting (MJOB) uit te laten voeren. Daarnaast verzoekt [verzoeker] (kort gezegd) om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren.
[verzoeker] stelt dat het nu nog niet nodig is om de bestrating in en van de parkeergarage (in één keer) op te hogen en opnieuw aan te leggen. In de MJOB is vermeld dat deze werkzaamheden gespreid, in vier delen, worden uitgevoerd vanaf 2026. In dat geval was geen eenmalige extra bijdrage nodig geweest. De beklinkerde parkeerplaatsen zijn ook niet dienstbaar aan alle eigenaren. Omdat [verzoeker] een parkeerplaats met een betonnen vloer heeft, hoeft hij op grond van de splitsingsakte niet mee te betalen aan de werkzaamheden, aldus [verzoeker] .
De VvE is het hier niet mee eens. Zij voert aan dat het in één keer uitvoeren van het onderhoud aan de bestrating van de parkeergarage noodzakelijk is. Het binnenterrein is op grond van de splitsingsakte gemeenschappelijk. De onderhoudskosten komen dus voor rekening van de VvE. Ook [verzoeker] maakt gebruik van het terrein om bij zijn stallingsplaats te kunnen komen.
2.4.
De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het besluit af. Daarnaast verklaart de kantonrechter [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Toetsingskader
2.5.
De kantonrechter is bevoegd om een besluit van de vergadering van de VvE te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:15 lid 1 sub b BW in samenhang gelezen met artikel 5:130 lid 1 BW). Bij de beoordeling geldt als toetsingsmaatstaf of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Het besluit wordt niet vernietigd
2.6.
In het MJOP van 16 mei 2024 is vermeld dat sprake is van verzakking en hoogteverschillen in de bestrating van de parkeergarage, dat de ernst van de situatie serieus is en dat sprake is van een slechte score (score 5). Daarom is in de MJOB van 16 mei 2024 bepaald dat het binnenterrein vanaf 2026 opnieuw wordt bestraat in vier delen. De vergadering van de VvE heeft hier destijds ook mee ingestemd. De VvE had al een offerte voor het her bestraten van de parkeergarage met de VvE-leden gedeeld en deze kwestie was ook al eerder op een VvE-vergadering aan de orde gekomen.
Dat op de vergadering van de VvE van 23 juli 2025 het besluit is genomen om het onderhoud in één keer (in 2026) uit te voeren en dat daarom een eenmalige extra bijdrage van € 1.052,63 per eigenaar nodig is, is naar het oordeel van de kantonrechter niet onredelijk. Uit de door [verzoeker] zelf overgelegde stukken blijkt voldoende dat het op korte termijn noodzakelijk is om het binnenterrein op te hogen en opnieuw te bestraten. Op de foto’s is goed te zien dat de bestrating fors is verzakt. De VvE heeft gemotiveerd toegelicht dat het onderhoud eerder dan gedacht in één keer nodig is omdat de verzakkingen na het onderzoek in het voorjaar van 2024 nog ernstiger en complexer zijn geworden en omdat uitvoering in delen grote praktische nadelen kent voor de bewoners. In zowel de agenda als in de notulen van de vergadering is bovendien vermeld dat verdere verzakking en eventuele gevolgschade moet worden voorkomen. [verzoeker] heeft ook niet gesteld dat de hoogte van de eenmalige bijdrage onredelijk is.
Verder is van belang dat [verzoeker] de enige is die heeft verzocht om vernietiging van het besluit. Dat de vergadering van 23 juli 2025 in de vakantieperiode viel en dat daardoor niet alle eigenaren fysiek aanwezig konden zijn doet niet af aan de rechtsgeldigheid van het genomen besluit. De VvE heeft tijdens de zitting onweersproken gesteld dat het een uitgestelde jaarvergadering betrof, omdat het niet was gelukt om deze vergadering eerder in 2025 te houden.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vergadering in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
2.7.
De kantonrechter overweegt nog wel dat het [verzoeker] vrij staat om aan het bestuur van de VvE te verzoeken om een nieuwe vergadering te houden waarin de onderhavige kwestie wederom op de agenda wordt gezet. Een dergelijk verzoek kan worden gedaan indien eigenaren tenminste 10% van het aantal stemmen kunnen uitbrengen (artikel 45 lid 3 van de splitsingsakte).
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle eigenaren
2.8.
Het verzoek om vast te stellen of de beklinkerde stallingsplaatsen in de parkeergarage dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren moet worden opgevat als een verklaring voor recht (het vaststellen van een rechtstoestand). Een dergelijke vordering is van onbepaalde waarde en moet worden ingesteld door middel van een exploot van dagvaarding bij de afdeling handel en haven van deze rechtbank. Daarom wordt [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog wel dat uit artikel 17 lid 1 sub a en lid 5 van de splitsingsakte blijkt dat het gehele terrein, inclusief de uitdrukkelijk genoemde stallingsplaatsen, gemeenschappelijk is. Dit betekent dat de onderhoudskosten van dit terrein in beginsel voor rekening komen van de VvE. Ook [verzoeker] moet gebruik maken van de beklinkerde toegangsweg om bij zijn parkeerplaats (die hij als opslagruimte gebruikt) te kunnen komen. Zijn stallingsplaats grenst ook direct aan de bestrating. Bovendien heeft hij tijdens de zitting zelf gesteld dat op een ander deel van het beklinkerde terrein bergingen aanwezig zijn en dat hij ook gebruik moet maken van dat gedeelte van het terrein om bij zijn berging te komen. Het gemeenschappelijke terrein is dus ook dienstbaar aan [verzoeker] .
Dit betekent naar voorlopig oordeel dat artikel 8 lid 4 van de splitsingsakte hier niet geldt en dat ook [verzoeker] moet meebetalen aan de bestratingswerkzaamheden.
[verzoeker] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [verzoeker] aan de VvE moet betalen op € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 510,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Deze beschikking wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek van [verzoeker] voor wat betreft de verzochte vernietiging af;
3.2.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn overige verzoeken;
3.3.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van de VvE worden begroot op € 510,-;
3.4.
verklaart deze beschikking voor zover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
764