Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 28 juli 2025), met bijlagen 1 tot en met 11;
- het verweerschrift, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een verzoeker, eigenaar van een appartementsrecht in Rotterdam, en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het appartementencomplex. De verzoeker heeft verzocht om vernietiging van een besluit van de VvE, waarin werd besloten dat alle eigenaren in 2026 een eenmalige extra bijdrage van € 40.000,- moesten betalen voor het onderhoud van de parkeergarage. De verzoeker was van mening dat dit besluit onredelijk was en dat het onderhoud gespreid uitgevoerd moest worden volgens het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). De VvE heeft echter gesteld dat het onderhoud in één keer noodzakelijk was vanwege verzakkingen en andere problemen met de bestrating. Tijdens de zitting op 5 december 2025 was de verzoeker aanwezig, evenals de gemachtigde van de VvE en andere belanghebbenden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de VvE in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en heeft het verzoek van de verzoeker tot vernietiging van het besluit afgewezen. Daarnaast is de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren, omdat dit verzoek niet op de juiste wijze was ingediend. De proceskosten zijn voor rekening van de verzoeker, die in het ongelijk is gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.