Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:14980

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11809558 CV EXPL 25-16117
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 4 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premieachterstand autoverzekering ondanks opschorting dekking

StartCare had een autoverzekering bij Univé en stopte met het betalen van premies vanaf 14 november 2024. Univé beëindigde de verzekering op 11 maart 2025 vanwege deze achterstand en vorderde betaling van de premie vanaf 14 november 2024 tot de beëindigingsdatum, plus incassokosten.

StartCare stelde dat zij vanaf 7 januari 2025 geen premie hoefde te betalen omdat de dekking was opgeschort. Univé erkende de opschorting van de dekking, maar stelde dat de premieverplichting bleef bestaan tot de daadwerkelijke beëindiging van de verzekering op 11 maart 2025. StartCare gaf geen reactie hierop, waardoor de kantonrechter dit standpunt aannam.

De kantonrechter oordeelde dat de premieverplichting doorliep tot de beëindiging van de verzekering en veroordeelde StartCare tot betaling van de premieachterstand van €1.169,34 plus €48,40 aan incassokosten. Daarnaast werden de proceskosten van €825,54 aan StartCare opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: StartCare is veroordeeld tot betaling van de premieachterstand, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11809558 CV EXPL 25-16117
datum uitspraak: 19 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
N.V. Univé Schade,
vestigingsplaats: Assen,
eiseres,
gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders,
tegen
StartCare B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam].

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 juli 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek.
1.2.
De kantonrechter heeft StartCare de kans gegeven om te reageren op de repliek, maar dat heeft zij niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
StartCare had een autoverzekering bij Univé. Univé eist dat StartCare wordt veroordeeld om een premieachterstand van € 1.169,34 te betalen en € 48,40 aan incassokosten. StartCare vindt dat zij een deel van de premie niet hoeft te betalen, omdat de verzekeringsdekking was opgeschort en de verzekering inmiddels is geëindigd.
StartCare moet de premieachterstand betalen
2.2.
StartCare heeft vanaf 14 november 2024 geen premie meer betaald. Per 11 maart 2025 heeft Univé de overeenkomst daarom beëindigd. Zij eist de premie van 14 november 2024 tot en met 11 maart 2025.
2.3.
StartCare vindt dat zij de premie vanaf 7 januari 2025 niet hoeft te betalen, omdat de dekking toen is opgeschort. Univé heeft aangegeven dat dit klopt, maar dat de premieverplichting gewoon doorliep omdat de verzekering nog niet was beëindigd. Dat is pas op 11 maart 2025 gebeurd. StartCare heeft daar niet op gereageerd, dus de kantonrechter gaat ervan uit dat dit klopt. Zij begrijpt dat dit juridisch gezien gaat om opzegging van de overeenkomst. Dat betekent dat StartCare tot de einddatum de premie gewoon moet betalen.
2.4.
StartCare heeft verder geen verweer gevoerd tegen de geëiste premieachterstand van € 1.169,34. De kantonrechter veroordeelt haar daarom om die te betalen.
StartCare moet € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.5.
StartCare heeft niet binnen de betalingstermijn betaald. Ze moet daarom op basis van de wet € 48,40 inclusief btw aan incassokosten betalen (artikel 6:96 lid 4 BW Pro).
StartCare moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van StartCare, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die StartCare aan Univé moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 825,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en StartCare daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt StartCare om aan Univé € 1.217,74 te betalen;
3.2.
veroordeelt StartCare in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 825,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394