ECLI:NL:RBROT:2025:14980

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11809558 CV EXPL 25-16117
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van premieachterstand autoverzekering door StartCare aan Univé

In deze zaak vordert N.V. Univé Schade van StartCare B.V. betaling van een premieachterstand van € 1.169,34 en € 48,40 aan incassokosten, voortvloeiend uit een autoverzekering. StartCare had vanaf 14 november 2024 geen premie meer betaald, waarna Univé de verzekering per 11 maart 2025 heeft beëindigd. StartCare stelt dat zij een deel van de premie niet hoeft te betalen omdat de dekking was opgeschort, maar Univé betwist dit en stelt dat de premieverplichting doorliep tot de beëindiging van de verzekering. De kantonrechter oordeelt dat StartCare de premieachterstand moet betalen, omdat zij geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering van Univé. Daarnaast moet StartCare ook de incassokosten voldoen, omdat zij niet binnen de betalingstermijn heeft betaald. De proceskosten komen voor rekening van StartCare, die in het ongelijk is gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Univé het vonnis direct kan uitvoeren, ook als StartCare in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11809558 CV EXPL 25-16117
datum uitspraak: 19 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
N.V. Univé Schade,
vestigingsplaats: Assen,
eiseres,
gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders,
tegen
StartCare B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam].

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 juli 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek.
1.2.
De kantonrechter heeft StartCare de kans gegeven om te reageren op de repliek, maar dat heeft zij niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
StartCare had een autoverzekering bij Univé. Univé eist dat StartCare wordt veroordeeld om een premieachterstand van € 1.169,34 te betalen en € 48,40 aan incassokosten. StartCare vindt dat zij een deel van de premie niet hoeft te betalen, omdat de verzekeringsdekking was opgeschort en de verzekering inmiddels is geëindigd.
StartCare moet de premieachterstand betalen
2.2.
StartCare heeft vanaf 14 november 2024 geen premie meer betaald. Per 11 maart 2025 heeft Univé de overeenkomst daarom beëindigd. Zij eist de premie van 14 november 2024 tot en met 11 maart 2025.
2.3.
StartCare vindt dat zij de premie vanaf 7 januari 2025 niet hoeft te betalen, omdat de dekking toen is opgeschort. Univé heeft aangegeven dat dit klopt, maar dat de premieverplichting gewoon doorliep omdat de verzekering nog niet was beëindigd. Dat is pas op 11 maart 2025 gebeurd. StartCare heeft daar niet op gereageerd, dus de kantonrechter gaat ervan uit dat dit klopt. Zij begrijpt dat dit juridisch gezien gaat om opzegging van de overeenkomst. Dat betekent dat StartCare tot de einddatum de premie gewoon moet betalen.
2.4.
StartCare heeft verder geen verweer gevoerd tegen de geëiste premieachterstand van € 1.169,34. De kantonrechter veroordeelt haar daarom om die te betalen.
StartCare moet € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.5.
StartCare heeft niet binnen de betalingstermijn betaald. Ze moet daarom op basis van de wet € 48,40 inclusief btw aan incassokosten betalen (artikel 6:96 lid 4 BW).
StartCare moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van StartCare, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die StartCare aan Univé moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 825,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en StartCare daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt StartCare om aan Univé € 1.217,74 te betalen;
3.2.
veroordeelt StartCare in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 825,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394