De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2011. De kinderrechter had reeds een spoedmachtiging verleend voor een periode van vier weken en beoordeelde nu het verzoek voor een langduriger machtiging van zes maanden.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de minderjarige, zijn advocaat, de moeder, en vertegenwoordigers van de GI en het college aanwezig. De vader was correct opgeroepen maar niet verschenen. De minderjarige gaf aan liever bij zijn vader of moeder te wonen en ervaart het verblijf in de gesloten accommodatie als zwaar. De moeder stemde in met de plaatsing, mits deze in de buurt is.
De kinderrechter oordeelde dat de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen van de minderjarige, waaronder suïcidale uitspraken en wegloopgedrag, een gesloten setting noodzakelijk maken om zijn veiligheid en ontwikkeling te waarborgen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, met de mogelijkheid tot vervroegde beëindiging zodra een passende plek is gevonden. De rechter benadrukte de noodzaak van serieuze inspanningen van betrokken instanties om een geschikte plek te vinden.