In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 30 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen het besluit van de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank behandeld. Eiseres, die in Rotterdam woont, is het niet eens met de toekenning van kinderbijslag en stelt dat zij recht heeft op kinderbijslag voor haar kinderen over de periode van het derde kwartaal van 2023 tot en met het eerste kwartaal van 2024. De rechtbank beoordeelt de zaak aan de hand van de Algemene Kinderbijslagwet (Akw) en de argumenten die eiseres aanvoert. Eiseres heeft op 20 maart 2024 een aanvraag voor kinderbijslag ingediend, maar de rechtbank oordeelt dat de ex-partner van eiseres, die de kinderbijslag voor de kinderen ontving, in de relevante periode aan de onderhoudseis voldeed. De rechtbank concludeert dat eiseres geen recht heeft op kinderbijslag voor de genoemde periode, omdat zij niet eerder dan 20 maart 2024 een aanvraag heeft ingediend. De rechtbank wijst het beroep van eiseres af, waardoor zij geen gelijk krijgt en het beroep ongegrond wordt verklaard. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht en geen vergoeding van proceskosten.