De man vordert in kort geding dat de vrouw wordt veroordeeld mee te werken aan de zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling die eerder door de rechtbank zijn vastgesteld, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vrouw heeft sinds 7 november 2025 de fysieke omgang met de minderjarige gestopt wegens zorgen over veiligheid, die zij onvoldoende onderbouwt. De voorzieningenrechter oordeelt dat de man een spoedeisend belang heeft, omdat videobelcontacten geen volwaardige vervanging zijn voor fysiek contact met een 5½-jarige.
De rechtbank stelt vast dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die nakoming van de zorgregeling in strijd met het belang van de minderjarige maken, noch dat de eerdere beschikking op onjuiste of onvolledige gegevens is gebaseerd. De vrouw heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd voor haar zorgen, en er zijn geen onafhankelijke signalen van onveiligheid. De raad voor de kinderbescherming adviseert hervatting van de fysieke omgang onder begeleiding.
De voorzieningenrechter veroordeelt de vrouw tot nakoming van de zorgregeling, legt een dwangsom op voor niet-nakoming, en wijst de machtiging tot tenuitvoerlegging met politie af. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.