ECLI:NL:RBROT:2025:15041

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
10.005675.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van ontuchtige handelingen met een minderjarige door een negentienjarige, waarbij het ontuchtige karakter ontbreekt

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 24 november 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een negentienjarige verdachte die beschuldigd werd van het plegen van ontuchtige handelingen met een vijftienjarig meisje. De tenlastelegging omvatte het seksueel binnendringen van het lichaam van de aangeefster, die op dat moment vijftien jaar oud was, door de verdachte. De rechtbank heeft vastgesteld dat het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen ontbrak, omdat de mentale leeftijd van de verdachte dichter bij die van de aangeefster lag dan bij een gemiddelde jongere van zijn leeftijd. Dit leidde tot de conclusie dat er sprake was van een gering leeftijdsverschil en een min of meer gelijkwaardige verhouding tussen de betrokkenen.

De officier van justitie had gevorderd dat de verdachte zou worden veroordeeld tot 180 dagen jeugddetentie, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 150 uren. De verdediging pleitte echter voor vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het feit niet bewezen kon worden, omdat de verklaringen van de verdachte en de aangeefster niet in strijd waren met elkaar en er onvoldoende bewijs was dat de seksuele handelingen niet vrijwillig waren. De rechtbank concludeerde dat de verdachte, gezien zijn mentale en emotionele ontwikkeling, niet in staat was om de gevolgen van zijn handelen volledig te overzien, wat bijdroeg aan de beslissing om de verdachte vrij te spreken van de beschuldigingen.

De uitspraak benadrukt de noodzaak om rekening te houden met de mentale en emotionele ontwikkeling van jongeren in strafzaken, vooral wanneer het gaat om seksuele relaties met minderjarigen. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten, omdat het ontuchtige karakter van de handelingen ontbrak, en heeft daarmee de nadruk gelegd op de context van de relatie tussen de verdachte en de aangeefster.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.005675.24
Datum uitspraak: 24 november 2025
Datum zitting: 24 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats]
Advocaat van de verdachte: mr. P. Susijn
Officier van justitie: mr. N.A. van Manen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft als negentienjarige seks gehad met een kind van vijftien jaar. Omdat het ontuchtige karakter ontbreekt, wordt de verdachte vrijgesproken.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – in 2023 in Papendrecht met zijn penis seksueel is binnengedrongen in het lichaam van een meisje dat op dat moment vijftien jaar oud was.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op of omstreeks de periode 1 juni 2023 tot en met 09 juli 2023 te Papendrecht, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het duwen en/of brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit en daarvoor moet worden opgelegd 180 dagen jeugddetentie, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast moet een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis worden opgelegd. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen, omdat het ontuchtige karakter van de seks ontbreekt. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De rechtbank zal hierna verder uitleggen waarom.
De verdachte en de aangeefster zijn bekenden van elkaar en werkten in 2023 voor hetzelfde bedrijf. Gelet op de verklaringen van de verdachte en de aangeefster staat vast dat zij in 2023 eenmalig seks hebben gehad op een werklocatie na het werk toen de aangeefster vijftien jaar oud en de verdachte negentien jaar oud was. De verdachte is daarbij het lichaam van de aangeefster binnengedrongen. Op grond van artikel 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht is dat strafbaar. Blijkens vaste jurisprudentie kan die strafbaarheid vervallen bij seksuele handelingen waarbij het ontuchtige karakter ontbreekt omdat die handelingen niet in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Daarvan kan onder andere sprake zijn als het seksuele contact vrijwillig heeft plaatsgevonden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen.
Tegenover de verklaring van de aangeefster dat de seks tegen haar wil heeft plaatsgevonden, staat de verklaring van de verdachte dat hij met instemming van de aangeefster seks met haar heeft gehad. Het dossier bevat voor geen van de verklaringen relevante aanknopingspunten die in strijd zijn met de lezing van de ander. Verder passen beide scenario’s bij de feiten en zijn zij niet zodanig onwaarschijnlijk dat één van de verklaringen om die reden aan geloofwaardigheid wint. Dat maakt dat het onderdeel van de verklaring van de aangeefster dat de seks niet vrijwillig was onvoldoende wordt ondersteund door de andere stukken in het dossier. De rechtbank gaat er daarom van uit dat sprake was van vrijwillige seks tussen de aangeefster en de verdachte.
Reclassering Nederland heeft destijds in een rapport van 13 oktober 2023 over een ander strafbaar feit rondom dezelfde periode geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte was toen schoolgaand, woonde bij zijn moeder thuis, wekte de indruk niet geheel in staat te zijn om de gevolgen van zijn handelen te overzien en toonde jeugdig. In het rapport van Reclassering Nederland van 14 oktober 2025 over dit feit sluit de reclassering aan bij het eerder uitgebrachte advies en staat verder dat er bij de verdachte enige aanwijzingen zijn voor een beneden gemiddelde intelligentie en wordt opnieuw toepassing van het jeugdstrafrecht geadviseerd.
Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de mentale leeftijd van de verdachte ten tijde van onderhavig feit niet overeenkwam met zijn kalenderleeftijd, maar beneden zijn kalenderleeftijd viel. De verdachte was gelet op zijn persoonlijkheid en intelligentieniveau in cognitief en sociaal emotioneel opzicht minder ver in zijn ontwikkeling dan leeftijdsgenoten. De mentale leeftijd van de verdachte stond in 2023 daarom dichter bij de leeftijd van de aangeefster dan bij een gemiddelde jongere van zijn kalenderleeftijd. Hierdoor was op het moment dat zij seks met elkaar hadden sprake van een gering leeftijdsverschil tussen de aangeefster en de verdachte en van een min of meer gelijkwaardige verhouding. De ten laste gelegde seksuele handelingen zijn daarom niet aan te merken als ontuchtig in de zin van artikel 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

3.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. E.M. Rocha en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 november 2025.
Mrs. E.M. Rocha en J.A. Terstegge zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.