ECLI:NL:RBROT:2025:15046

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/9238
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake woningsluiting door burgemeester wegens illegale seksinrichting

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, een huurder van een woning in Vlaardingen, was het niet eens met een besluit van de burgemeester om zijn woning voor drie maanden te sluiten vanwege het aantreffen van een illegale seksinrichting. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevindingen in de bestuurlijke rapportage onvoldoende waren om de noodzaak voor de sluiting te onderbouwen. De burgemeester had de woning op 24 oktober 2025 gesloten na een controle op 10 oktober 2025, waarbij een sekswerker in de woning werd aangetroffen. Verzoeker voerde aan dat er geen sprake was van een seksbedrijf en dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning met spoed te sluiten. De voorzieningenrechter concludeerde dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat er eerder prostitutieactiviteiten in de woning hadden plaatsgevonden en dat de sluiting niet noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, en werd de sluiting van de woning opgeheven. De burgemeester werd ook veroordeeld tot het vergoeden van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9238

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Vlaardingen, verzoeker

(gemachtigde: mr. M.R. de Kok),
en

de burgemeester van Vlaardingen, de burgemeester

(gemachtigde: [naam 1]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam stichting] uit Vlaardingen.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoeker in verband met het aantreffen van een illegale seksinrichting in de woning. Verzoeker is het niet met het besluit eens. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening toe
.De voorzieningenrechter acht de bevindingen in de bestuurlijke rapportage onvoldoende om de noodzaak voor een sluiting van de woning voor de duur van drie maanden te kunnen onderbouwen.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoeker voor de duur van drie maanden gesloten in verband met het aantreffen van een illegale seksinrichting. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoeker en de burgemeester hebben nadere stukken ingebracht.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester en mr. F. Amouri namens de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat gaat het in deze zaak om?
3. Verzoeker huurt de woning aan de [adres] (de woning). [naam stichting] is de eigenaar van de woning.
4. Op 13 oktober 2025 is een bestuurlijke rapportage opgemaakt naar aanleiding van een controle in de woning. Uit de rapportage blijkt dat op 10 oktober 2025 toezichthouders en verbalisanten van het controleteam prostitutie en mensenhandel de controle hebben uitgevoerd naar aanleiding van meldingen, binnengekomen via diverse kanalen. Op kinky.nl stond een advertentie voor seksuele handelingen met een ander tegen betaling onder de naam: “[naam 2]”. Via Whatsapp heeft één van de toezichthouders een afspraak gemaakt met “[naam 2]” op de [adres]. Er werd afgesproken om voor een uur seks te hebben, voor een prijs van € 150,-. De sekswerker verzocht de toezichthouder bij [huisnummer] naar binnen te gaan. In de woning werd de sekswerker aangetroffen. In totaal waren vijf personen, inclusief de sekswerker, aanwezig in de woning. Ook verzoeker werd aangetroffen in de woning. In de woning was een kamer, waarin een klein tweepersoonsbed en een kast zonder kleding stond. Ook lagen op het bed een paar hakken en lagen naast het bed een pak babydoekjes en een scheermesje. In de rapportage wordt deze kamer aangeduid als afwerkkamer. Verder is de telefoon van de sekswerker onderzocht. Hierbij is geconstateerd dat ze toegang had tot haar eigen seksadvertentie op kinky.nl. De sekswerker heeft aangegeven dat ze een maand eerder een paar afspraken heeft gehad en dat ze toen even rust hield. Nu was ze weer begonnen met de afspraken. Ook is aanvullend buurtonderzoek uitgevoerd, waarbij de toezichthouder met meerdere omwonenden heeft gesproken. Een buurtbewoner heeft aangegeven dat hij veel verschillende mannen de woning binnen zag gaan of voor de deur zag staan die na een gesprek weer weg gingen. Dit gebeurde voornamelijk in de avonduren. Een andere buurtbewoner heeft aangegeven dat ze soms mannen in en uit de woning zag gaan.
5. De burgemeester heeft vanwege het gebruik van de woning als illegale seksinrichting besloten om de woning met spoed op 10 oktober 2025 tot en met 24 oktober 2025 te sluiten. Dit is vastgelegd in het besluit van 15 oktober 2025 (spoedsluiting). In dit besluit heeft de burgemeester ook het voornemen opgenomen om de woning gedurende een periode van in totaal drie maanden te sluiten. De burgemeester heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 besloten de woning te sluiten voor de duur van drie maanden, tot en met 9 januari 2026 (verlengingsbesluit).
6. Verzoeker wenst met zijn verzoek om een voorlopige voorziening te bereiken dat de woning weer open mag en dat hij naar de woning kan terugkeren.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Heeft verzoeker een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar of het beroep niet kan worden afgewacht.
9. Verzoeker heeft op dit moment geen toegang tot zijn woning. De voorzieningenrechter ziet in die omstandigheid voldoende spoedeisend belang om de zaak inhoudelijk te behandelen.
Wat zijn de toepasselijke regels?
10. Op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 (APV) is het verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
11. Volgens artikel 3.2, onder j, van de APV is een seksbedrijf de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting van een seksbedrijf. Een seksinrichting is in artikel 3.2, onder k, van de APV gedefinieerd als een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.
12. In artikel 3.9a, eerste lid, onder a, van de APV staat dat het bevoegd bestuursorgaan een seksinrichting, al dan niet voor een bepaalde duur, gesloten kan verklaren indien het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning. [1] In het Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent prostitutie is uitgewerkt hoe de burgemeester deze bevoegdheid toepast. Op grond van dit beleid volgt bij een eerste overtreding van artikel 3:3, eerste lid, van de APV een sluiting van drie maanden.
Was de burgemeester bevoegd de woning te sluiten?
13. Verzoeker voert aan dat de burgemeester niet bevoegd was de woning met spoed te sluiten. Op grond van artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht had de burgemeester eerst een last moeten opleggen voordat de burgemeester besloot om met spoed bestuursdwang toe te passen. Daarnaast heeft de burgemeester volgens verzoeker niet aan zijn eigen beleid voor spoedsluitingen voldaan. Niet gebleken is immers dat de sekswerker of andere personen die in de woning aanwezig waren, eerder met de politie of het controleteam in aanraking zijn gekomen wegens illegale prostitutie. Daarnaast is niet gebleken dat de sekswerker of andere personen in de woning onder dubieuze en/of ongewenste omstandigheden aanwezig waren. Ook is geen sprake van een seksbedrijf en/of een seksinrichting. Verzoeker heeft de sekswerker namelijk niet de gelegenheid geboden om bedrijfsmatig prostitutiewerkzaamheden te verrichten. De deur van de woning was ook gesloten en er waren geen openingstijden waardoor geen sprake was van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte.
14. De voorzieningenrechter merkt allereerst op dat zij in deze uitspraak uitsluitend het verlengingsbesluit van 24 oktober 2025 beoordeelt. De spoedsluiting is op 24 oktober 2025 uitgewerkt. Op dit moment is dus slechts de sluiting actief die voortvloeit uit het verlengingsbesluit. De voorzieningenrechter komt daarom niet toe aan een beoordeling van de rechtmatigheid van de spoedsluiting zoals vastgelegd in het besluit van 10 oktober 2024.
15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de rapportage voldoende grond biedt voor de conclusie van de burgemeester dat in de woning van verzoeker een seksbedrijf werd geëxploiteerd en dat de woning werd gebruik als seksinrichting. In de woning is een sekswerker aangetroffen die via een advertentie op kinky.nl seksuele diensten tegen betaling aanbood. De toezichthouder heeft via Whatsapp een afspraak gemaakt met de sekswerker om seks te hebben tegen betaling, waarbij de sekswerker via Whatsapp het adres van de woning heeft doorgegeven en de toezichthouder naar haar toe kon komen. Ook was in de woning een kamer beschikbaar waar de prostitutiewerkzaamheden konden plaatsvinden. Dat de kamer ook een logeerkamer voor de dochters van verzoeker is, zoals verzoeker ter zitting heeft verklaard, laat onverlet dat in de woning de mogelijkheid bestond voor de sekswerker om prostitutiewerkzaamheden uit te voeren. De burgemeester heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat in verzoekers woning een seksbedrijf aanwezig was. Niet in geschil is dat voor dit seksbedrijf geen vergunning was verleend, zodat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Dat verzoeker van niets wist en geen toestemming heeft gegeven voor de exploitatie van het seksbedrijf, zoals hij ter zitting heeft gesteld, leidt niet tot een ander oordeel. Voor de bevoegdheid om tot sluiting over te gaan, is het niet nodig dat verzoeker persoonlijk betrokken was bij de exploitatie van het seksbedrijf of verwijtbaar heeft gehandeld.
Is er een noodzaak om de woning te sluiten?
16. Ten aanzien van de evenredigheid voert verzoeker aan dat de noodzaak voor het sluiten van de woning ontbreekt. Verzoeker wijst er daarbij onder meer op dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat eerder in de woning prostitutieactiviteiten hebben plaatsgevonden, dat uit verklaringen niet van loop van klanten naar de woning of overlast blijkt en dat de burgemeester onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom na de spoedsluiting van 10 oktober 2025 nog loop van klanten naar de woning te verwachten valt. Volgens verzoeker is geen sprake van een ernstige openbare ordeverstoring, zodat de sluiting van in totaal drie maanden niet noodzakelijk is.
17. Bij de beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
18. Uit de rapportage van 13 oktober 2025 blijkt dat de sekswerker in de woning is aangetroffen nadat de toezichthouder op een advertentie op kinky.nl heeft gereageerd. Op de zitting heeft de burgemeester verklaard dat de toezichthouder op deze advertenties heeft gereageerd in het kader van een actiedag en ook naar aanleiding van een eerdere melding. De rapportage bevat echter geen omschrijving van deze eerdere melding en op de zitting heeft de burgemeester deze melding ook niet nader geconcretiseerd. Wel heeft de burgemeester in het bestreden besluit en op de zitting toegelicht dat uit de politiesystemen blijkt dat de sekswerker eerder onder vergelijkbare omstandigheden is aangetroffen. Uit deze toelichting is echter niet gebleken dat deze politieregistratie ziet op de woning van verzoeker. De sekswerker heeft ook zelf verklaard dat zij vaker afspraken heeft gehad, maar ook uit deze verklaring blijkt niet dat deze afspraken in de woning van verzoeker hebben plaatsgevonden. Uit het buurtonderzoek is verder gebleken dat twee buurtbewoners hebben gezien dat mannen bij de woning aanbellen, waarna zij ofwel weer weggaan ofwel de woning binnengaan. Verzoeker heeft hierover op de zitting verklaard dat hij vaak in de avond vrienden op bezoek krijgt, omdat hij vanwege zijn PTSS graag gezelschap heeft. De voorzieningenrechter acht deze verklaring niet onaannemelijk. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat uit de in de rapportage beschreven verklaringen van de buurtbewoners niet kan worden opgemaakt of het gaat om loop in het kader van prostitutiewerkzaamheden vanuit de woning of om vrienden van verzoeker die op bezoek komen.
19. Gelet op het bovenstaande acht de voorzieningenrechter de bevindingen in de rapportage onvoldoende om de noodzaak voor een sluiting van de woning voor drie maanden te kunnen onderbouwen. Los van de door de toezichthouder gemaakte afspraak met de sekswerker in de woning, zijn er geen concrete aanwijzingen dat eerder in de woning prostitutiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden of dat verwacht kan worden dat die daar nog zullen plaatsvinden. De voorzieningenrechter weegt daarbij ook mee dat op de foto’s van de woning die de burgemeester tijdens de zitting heeft overgelegd, te zien is dat de woning van verzoeker in bewoonde staat verkeert en dat in de woonkamer en de tweede slaapkamer veel persoonlijke spullen van verzoeker te zien zijn. Hieruit blijkt dat de woning in de huidige staat geschikt is voor reguliere bewoning en ook zo werd gebruikt.
20. Omdat de noodzaak tot het sluiten van de woning voor drie maanden onvoldoende is onderbouwd, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het belang van verzoeker om gebruik te kunnen maken van zijn woning zwaarder dan het belang van de burgemeester om de woning van verzoeker in het kader van de openbare orde te sluiten. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
21. Gelet op wat hiervoor is overwogen, komt de voorzieningenrechter niet toe aan de beoordeling van de overige gronden die verzoeker heeft aangevoerd, zoals die met betrekking tot de evenwichtigheid van de woningsluiting.

Conclusie en gevolgen

22. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de sluiting van de woning per ommegaande wordt opgeheven. De voorzieningenrechter draagt de burgemeester op om te bewerkstelligen dat verzoeker zo snel mogelijk weer toegang krijgt tot de woning.
23. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Ook krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en heeft aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na het besluit op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten van verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie ook artikel 125 van de Gemeentewet.