Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 september 2025, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 14 oktober 2025;
- de akte van Co Wonen, met een bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurgeschil tussen Stichting Co Wonen en een huurder die van oktober 2017 tot oktober 2022 een woning huurde. Co Wonen vorderde betaling van een huurachterstand inclusief rente en incassokosten. De kantonrechter stelde vast dat het opslagbeding in de huurovereenkomst onrechtmatig was en vernietigde dit, waardoor alleen het indexatiebeding van toepassing bleef.
Op basis van de correcte CPI-indexering werd de huurprijs herberekend, wat resulteerde in een lagere verschuldigde huur dan door Co Wonen opgegeven. De totale openstaande huurachterstand werd vastgesteld op €2.121,18. Daarnaast wees de kantonrechter de vordering tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten af, omdat de daarin opgenomen bedingen als oneerlijk werden aangemerkt en niet konden worden toegepast.
De proceskosten werden aan de huurder opgelegd omdat deze verstek liet gaan en voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor Co Wonen direct tot executie kan overgaan. Hiermee is de vordering van Co Wonen deels toegewezen en deels afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.121,18 huurachterstand en proceskosten, rente en incassokosten worden afgewezen.