Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 september 2025, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 14 oktober 2025;
- de akte van Co Wonen, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Co Wonen en een gedaagde die niet in de procedure is verschenen. De eiseres, Co Wonen, vorderde betaling van een huurachterstand van € 2.443,32, inclusief rente en incassokosten. De kantonrechter heeft echter geoordeeld dat de gedaagde slechts € 2.121,18 verschuldigd is, na herberekening van de huurprijs en het afwijzen van de gevorderde rente en incassokosten vanwege oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden van Co Wonen.
De procedure begon met een dagvaarding op 10 september 2025, gevolgd door een tussenvonnis op 14 oktober 2025 waarin het opslagbeding werd vernietigd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurprijs alleen verhoogd mocht worden op basis van het indexatiebeding. Co Wonen had de huurprijs verhoogd, maar de kantonrechter heeft de juiste huurprijs vastgesteld op basis van de geldende indexeringspercentages.
Daarnaast heeft de kantonrechter geoordeeld dat de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente niet toegewezen konden worden, omdat de bepalingen in de algemene voorwaarden van Co Wonen als oneerlijk zijn aangemerkt. De proceskosten zijn voor rekening van de gedaagde, die grotendeels ongelijk heeft gekregen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Co Wonen het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.