ECLI:NL:RBROT:2025:15085

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
11885968 CV EXPL 25-19975
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake huurprijsherberekening en huurachterstand met betrekking tot Co Wonen

In deze zaak heeft de kantonrechter op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Co Wonen en een gedaagde die niet in de procedure is verschenen. De eiseres, Co Wonen, vorderde betaling van een huurachterstand van € 2.443,32, inclusief rente en incassokosten. De kantonrechter heeft echter geoordeeld dat de gedaagde slechts € 2.121,18 verschuldigd is, na herberekening van de huurprijs en het afwijzen van de gevorderde rente en incassokosten vanwege oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden van Co Wonen.

De procedure begon met een dagvaarding op 10 september 2025, gevolgd door een tussenvonnis op 14 oktober 2025 waarin het opslagbeding werd vernietigd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurprijs alleen verhoogd mocht worden op basis van het indexatiebeding. Co Wonen had de huurprijs verhoogd, maar de kantonrechter heeft de juiste huurprijs vastgesteld op basis van de geldende indexeringspercentages.

Daarnaast heeft de kantonrechter geoordeeld dat de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente niet toegewezen konden worden, omdat de bepalingen in de algemene voorwaarden van Co Wonen als oneerlijk zijn aangemerkt. De proceskosten zijn voor rekening van de gedaagde, die grotendeels ongelijk heeft gekregen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Co Wonen het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11885968 CV EXPL 25-19975
datum uitspraak: 23 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Co Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Van Houwelingen & Partners Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Co Wonen’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 10 september 2025, met bijlagen;
  • het tussenvonnis van 14 oktober 2025;
  • de akte van Co Wonen, met een bijlage.
1.2.
Tegen [gedaagde] is verstek verleend (artikel 139 Rv).

2.De verdere beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft van 5 oktober 2017 tot en met oktober 2022 een woning gehuurd van Co Wonen. Volgens Co Wonen moet hij nog een achterstand van € 2.443,32 betalen, met rente en incassokosten. De kantonrechter wijst een lager bedrag toe en wijst de rente en incassokosten af. In dit vonnis legt ze dat uit.
Herberekening van de huurprijs
2.2.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het opslagbeding vernietigd. Dat betekent dat de huur alleen verhoogd mocht worden op basis van het indexatiebeding. In de akte heeft Co Wonen de indexeringspercentages op basis van de CPI opgenomen. Dat is overgenomen in de volgende tabel. Ook is in die tabel opgenomen met welk percentage Co Wonen de huur verhoogd heeft. Als dat een lager percentage is, dan geldt dat percentage. Dat leidt tot het volgende resultaat.
Gerekende huur
Toegepast percentage
CPI
De juiste huur
vanaf oktober 2017
€ 900,00
X
X
€ 900,00
vanaf juli 2018
€ 948,60
5,4%
1,7%
€ 915,30
vanaf juli 2019
€ 1.001,72
5,6%
2,6%
€ 939,10
vanaf juli 2020
€ 1.052,81
5,1%
1,3%
€ 951,31
vanaf juli 2021
€ 1.078,08
2,4%
2,7%
€ 974,14
vanaf juli 2022
€ 1.113,66
3,3%
10,0%
€ 1.006,28
2.3.
Co Wonen heeft ook nog een ander indexeringspercentage opgenomen in haar akte, maar het is de kantonrechter niet duidelijk wat zij daarmee bedoelt. Daar gaat de kantonrechter dus aan voorbij.
[gedaagde] moet € 2.121,18 betalen
2.4.
Het gaat in deze zaak om de huur van juli, september en oktober 2022. Voor die maanden mocht Co Wonen dus € 1.006,28 per maand aan huur in rekening brengen. Daar komt nog € 134,- per maand aan servicekosten bij. Het gaat in totaal dus om € 1.140,28 per maand. Dat komt voor de drie maanden neer op € 3.420,84. Daarnaast gaat de zaak om een servicekostenafrekening van 2021-2022 van € 465,83. [gedaagde] moest totaal dus € 3.886,67 betalen.
2.5.
Uit de specificatie van Co Wonen (bijlage 4 bij de dagvaarding) blijkt dat nog € 1.765,49 van dit bedrag moet worden afgetrokken. Dat betekent dat er nog € 2.121,18 open staat (€ 3.886,67 - € 1.765,49).
De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden afgewezen
2.6.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat sprake is van een oneerlijk boetebeding. Co Wonen mocht daarop reageren. Zij heeft niet betwist dat het boetebeding oneerlijk is. De kantonrechter blijft daarom bij haar voorlopige oordeel en vernietigt artikel 20.2, 20.4 en 20.6 van de algemene voorwaarden. Zij licht dat hierna nog kort toe.
2.7.
Als [gedaagde] te laat betaalt, moet hij op basis van de voorwaarden rente van 1% per maand, incassokosten van 15% en een boete van (minstens) € 25,- per dag betalen. Co Wonen wijkt met deze combinatie van bepalingen dus in het nadeel van een consument af van de wet. Op basis van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen maar de (veel lagere) wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Daarom zijn deze bepalingen oneerlijk.
2.8.
Co Wonen doet in deze procedure geen beroep op deze artikelen. Zij eist namelijk de wettelijke rente en wettelijke incassokosten. Die eis kan niet worden toegewezen. Als een oneerlijke bepaling in de voorwaarden staat, kan Co Wonen niet terugvallen op de wettelijke bepalingen. [1] Ook is het niet relevant dat zij het boetebeding niet heeft toegepast, zoals zij aanvoert. Door het beding op te nemen in de voorwaarden heeft Co Wonen zich de bevoegdheid gegeven om deze bedragen in rekening te brengen. Daardoor is het evenwicht tussen de partijen verstoord.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Co Wonen moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 204,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 966,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Co Wonen dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Co Wonen € 2.121,18 te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Co Wonen worden begroot op € 966,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)