Verzoeker heeft op 1 december 2025 een verzoek ingediend tot voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank stelde vast dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat ontruiming op 2 december 2025 aankondigt.
Verzoeker betaalde de huur van december 2025 weliswaar te laat, maar heeft zich verplicht toekomstige huurtermijnen tijdig te voldoen via een schuldhulpverleningsregeling. Verweerster twijfelde aan de betalingscapaciteit van verzoeker vanwege eerdere betalingsachterstanden en het niet nakomen van een eerdere regeling.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De voorziening wordt onder de voorwaarde toegewezen dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Daarnaast wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.