Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning schorst. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot waarin ontruiming is aangekondigd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die onder beschermingsbewind staat en voldoende inkomsten ontvangt om de huur te voldoen, tegen het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren. Gezien de betaling van de huurtermijn van oktober 2025 en de zekerheid dat toekomstige termijnen tijdig worden voldaan, weegt het belang van verzoekster zwaarder.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig blijven. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw. De voorziening biedt verzoekster de mogelijkheid het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zonder ontruiming.