Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak hebben verzoekers op 12 september 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet, met het doel een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek was gericht op het verbieden van de verweerster, Stichting Hef Wonen, om het proces-verbaal van ontruiming van de woonruimte van verzoekers ten uitvoer te leggen. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek op 13 oktober 2025 bepaald, maar verweerster is niet verschenen. De rechtbank heeft op 20 oktober 2025 uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekers in een bedreigende situatie verkeren, aangezien er een aankondiging was voor ontruiming. Echter, de rechtbank oordeelt dat het onvoldoende aannemelijk is dat verzoekers in staat zijn om de lopende huurtermijnen tijdig te voldoen, gezien hun huidige financiële situatie. Verzoekers hebben geen inkomsten en de huur voor oktober 2025 is niet voldaan. Er is een spoedaanvraag voor bijstandsuitkering ingediend, maar het is onduidelijk wanneer deze zal worden toegekend.
De rechtbank heeft de belangen van verzoekers en verweerster afgewogen. Het belang van verzoekers om in de huurwoning te blijven weegt niet op tegen het belang van verweerster om het proces-verbaal van ontruiming uit te voeren. Daarom heeft de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoekers kunnen in de toekomst een nieuw verzoek indienen indien nodig.