ECLI:NL:RBROT:2025:15120
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenares
Bij vonnis van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank Rotterdam de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenares. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege tekortkomingen in de nakoming van de informatieplicht, inspanningsplicht en de plicht om geen bovenmatige nieuwe schulden te maken.
Schuldenares heeft nagelaten medische stukken en sollicitatiebewijzen aan te leveren, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij haar inspanningsplicht nakomt. Tevens ontstonden nieuwe schulden bij het Zilveren Kruis. Schuldenares wenste zelf ook niet langer in de regeling te blijven en was niet bereid onder beschermingsbewind te gaan.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de tekortkomingen niet onvoldoende aannemelijk waren als niet aan haar toe te rekenen. De toepassing van de schuldsaneringsregeling werd daarom tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal €3.283,80. Er zijn geen baten beschikbaar, zodat geen faillissement van rechtswege ontstaat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds wegens tekortkomingen van schuldenares.