ECLI:NL:RBROT:2025:15123

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1024
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub e FaillissementswetWsnp
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in informatie- en inspanningsplicht

De rechtbank Rotterdam heeft op 22 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had dit verzoek ingediend vanwege tekortkomingen van de schuldenaar in de nakoming van zijn informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht.

De schuldenaar voldeed niet aan de verplichting om voltijds te werken en onvoldoende aan de sollicitatieplicht, ondanks dat hij vanaf juni 2025 meer uren werkte. Ook werden niet tijdig en volledig de vereiste inlichtingen aan de bewindvoerder verstrekt. De beschermingsbewindvoerder gaf aan dat de taalbarrière een belemmering vormde bij het solliciteren, maar dit werd niet als voldoende reden erkend.

De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat de regeling niet kan worden voortgezet. Hoewel de boedelachterstand is aangezuiverd, rechtvaardigen de overige tekortkomingen beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub e Faillissementswet Pro. De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast en bepaalde de kosten van de medische keuring ten laste van de boedel en de staat.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in nakoming van verplichtingen door de schuldenaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
[insolventienummer]
uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 september 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[postcode] [plaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: E.A. de Snoo.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 12 augustus 2025 met dit verzoek ingestemd.
De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar bepaald op 16 oktober 2025.
De bewindvoerder heeft op 23 september 2025 een laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.
Op 29 september 2025 heeft de bewindvoerder aanvullende informatie aan de rechtbank toegezonden.
Ter zitting van 30 september 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • de heer [schuldenaar] , schuldenaar;
  • mevrouw E.A. de Snoo, bewindvoerder;
  • mevrouw M. van Dijk, beschermingsbewindvoerder,
  • de heer G. Haroon, tolk.
Op 13 en 14 oktober 2025 heeft de bewindvoerder aanvullende informatie aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Standpunt bewindvoerder
Als grond voor de voordracht van tussentijdse beëindiging is door de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaar de informatieplicht, de inspanningsplicht en de afdrachtplicht niet is nagekomen.
Schuldenaar heeft een tekortkoming laten ontstaan in de nakoming van de informatieplicht. De informatieplicht wordt niet gevraagd en ongevraagd maandelijks nagekomen. Schuldenaar laat na diverse inlichtingen aan de bewindvoerder over te leggen. In het proces-verbaal van de zitting van 19 juni 2025 is een termijn gesteld waarbinnen de verplichtingen zouden moeten zijn nagekomen. Deze afspraak is door schuldenaar niet nagekomen. Een aantal stukken zijn op een later moment alsnog door de beschermingsbewindvoerder toegestuurd.
Daarnaast heeft schuldenaar een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsplicht laten ontstaan vanaf aanvang van de regeling tot heden. Door schuldenaar wordt niet voltijds gewerkt, terwijl uit het advies van de keuringsinstantie Stichting SAP van oktober 2024 is gebleken dat hij hiertoe in staat kan worden geacht. De rechter-commissaris heeft dan ook het verzoek van schuldenaar voor gedeeltelijke ontheffing afgewezen. Vanaf juni 2025 werkt schuldenaar meer uren per week (vijfentwintig uur). Tijdens het verhoor op 19 juni 2025 bij de rechter-commissaris is onder andere de inspanningsverplichting besproken, aangezien er volgens de bewindvoerder een tekortkoming van negen maanden was geconstateerd. Besproken is dat er aanvullende informatie van de werkgever van schuldenaar moest worden overgelegd. Deze informatie zou gebruikt worden om te beoordelen hoeveel uur hij maximaal bij zijn huidige werkgever kan werken. De werkgever heeft verklaard dat vijfentwintig uur per week het maximaal haalbare is voor schuldenaar vanwege zijn gezondheidssituatie. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat dit niet automatisch tot gevolg heeft dat de tekortkoming in de sollicitatieplicht is hersteld. Schuldenaar wordt volgens het medisch rapport immers in staat geacht voltijds te werken en is ook niet ziekgemeld voor elf uur per week. Schuldenaar heeft daarnaast ook niet voldoende gesolliciteerd.
Ook heeft schuldenaar een tekortkoming de nakoming van de afdrachtplicht laten ontstaan. Er is tot en met september 2025 naar schatting een bedrag van € 315,65 te weinig afgedragen. Het vakantiegeld en het loon van april, mei, augustus en september 2025 is geschat.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hij vanaf juni 2025 meer uren per week is gaan werken. Schuldenaar heeft verklaard dat het vanwege zijn gezondheidssituatie niet mogelijk is om voltijds te werken. Momenteel is vijfentwintig uur per week het maximale haalbare. Schuldenaar wil graag meer uren werken zodra hij zich beter voelt. Het is echter lastig voor hem om te solliciteren doordat er sprake is van een taalbarrière.
Standpunt beschermingsbewindvoerder
De beschermingsbewindvoerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de boedelachterstand kan worden ingelopen omdat er voldoende saldo is. Daarnaast heeft de beschermingsbewindvoerder te kennen gegeven het lastig is om een andere baan te vinden die ook aansluit op de uren die schuldenaar maakt. Bovendien vormt de taalbarrière een extra belemmering bij het solliciteren. Als schuldenaar wat extra hulp krijgt bij het solliciteren zou hij alsnog kunnen voldoen aan de sollicitatieplicht.

3.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 35.622,86 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
De rechtbank heeft schuldenaar in de gelegenheid gesteld om na de behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging nogmaals aan zijn werkgever te vragen of het mogelijk is om zesendertig uur per week te gaan werken. Zo niet, dan dient schuldenaar aan te tonen dat hij vanaf de voordracht tot tussentijdse beëindiging minimaal vier keer per maand conform de geldende vereisten in de Wsnp heeft gesolliciteerd. De bewindvoerder heeft op 14 oktober 2025 de rechtbank geïnformeerd over de door schuldenaar overgelegde stukken. Uit een verklaring van de werkgever van schuldenaar blijkt dat hij geen voltijdse baan aan schuldenaar zal aanbieden. Schuldenaar heeft verder drie screenshots van sollicitaties toegestuurd. Daarnaast heeft de bewindvoerder te kennen gegeven dat de boedelachterstand door de beschermingsbewindvoerder is aangezuiverd.
De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt. Schuldenaar voldoet niet aan de inspanningsplicht en informatieplicht. Weliswaar is schuldenaar vanaf juni 2025 meer uren gaan werken, maar daarmee voldoet hij niet aan de verplichting om voltijds te werken. Schuldenaar heeft voor de overige uren vanaf aanvang van de regeling tot aan de behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging niet aantoonbaar gesolliciteerd. Hoewel de bewindvoerder meermaals heeft toegelicht welke stukken dienen te worden overgelegd en dit nogmaals tijdens de voordracht tot tussentijdse beëindiging is besproken, heeft schuldenaar ook naderhand nagelaten de sollicitaties conform de geldende vereisten in de Wsnp aan de bewindvoerder toe te sturen. Daarnaast heeft schuldenaar gedurende de regeling nagelaten diverse inlichtingen aan de bewindvoerder toe te sturen. Schuldenaar is alle gelegenheid gegeven om alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Gebleken is echter dat het schuldenaar zelfs met de hulp van een beschermingsbewindvoerder niet lukt om aan alle verplichtingen te voldoen. Ondanks dat de boedelachterstand alsnog is aangezuiverd, ziet de rechtbank gelet op de overige tekortkomingen geen aanleiding de regeling voort te zetten.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris van 19 juni 2025, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder e, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
De rechtbank zal, gelet op het tussenvonnis van 21 oktober 2024, een beslissing nemen ten aanzien van de kosten van de medische keuring.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.500,92;
- stelt vast, gelet op het tussenvonnis van 21 oktober 2024 dat de kosten van de keuring ten laste van de boedel komen voor zover de boedel toereikend is en voor het overige ten laste van de staat.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025. [1]
De griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.