Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer [schuldenaar] , schuldenaar;
- mevrouw E.A. de Snoo, bewindvoerder;
- mevrouw M. van Dijk, beschermingsbewindvoerder,
- de heer G. Haroon, tolk.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had dit verzoek ingediend vanwege tekortkomingen van de schuldenaar in de nakoming van zijn informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht.
De schuldenaar voldeed niet aan de verplichting om voltijds te werken en onvoldoende aan de sollicitatieplicht, ondanks dat hij vanaf juni 2025 meer uren werkte. Ook werden niet tijdig en volledig de vereiste inlichtingen aan de bewindvoerder verstrekt. De beschermingsbewindvoerder gaf aan dat de taalbarrière een belemmering vormde bij het solliciteren, maar dit werd niet als voldoende reden erkend.
De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat de regeling niet kan worden voortgezet. Hoewel de boedelachterstand is aangezuiverd, rechtvaardigen de overige tekortkomingen beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub e Faillissementswet Pro. De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast en bepaalde de kosten van de medische keuring ten laste van de boedel en de staat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in nakoming van verplichtingen door de schuldenaar.