In deze zaak heeft verzoekster op 3 september 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet (Fw) om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek op 16 oktober 2025 bepaald. Tijdens deze zitting zijn zowel verzoekster als haar advocaat, alsook de advocaat van verweerster, gehoord. Verzoekster heeft aangegeven in financiële problemen te verkeren door een depressie, waardoor zij haar huurbetalingen niet tijdig kon voldoen. De huur van de maanden augustus, september en oktober 2025 is inmiddels betaald, en er is een verwachting dat haar uitkeringsaanvraag spoedig wordt goedgekeurd. Verweerster heeft echter betwist dat verzoekster recht heeft op de gevraagde voorziening, omdat er afspraken zijn gemaakt die niet zijn nagekomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie voor verzoekster, en dat de lopende huurbetalingen naar verwachting tijdig zullen worden voldaan. De rechtbank heeft daarom besloten om de tenuitvoerlegging van de ontruiming op te schorten voor de duur van zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan zij in de toekomst een nieuw verzoek indienen.