Eiser heeft samen met twee andere huurders een woning gehuurd van gedaagden. Na beëindiging van de huurrelatie en vertrek uit de woning, is slechts een deel van de borgsom van €3.000,- terugbetaald, namelijk €2.400,-. Eiser vordert het resterende bedrag van €600,-.
Gedaagden zijn niet verschenen in de procedure, waardoor verstek is verleend. De rechter beoordeelt de vordering als niet onrechtmatig of ongegrond en wijst deze toe. Tevens worden de proceskosten begroot op €427,50 en hoofdelijk aan gedaagden opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiser direct tot executie kan overgaan. Gedaagden kunnen binnen vier weken verzet instellen tegen het vonnis. De procedure vond plaats binnen het kader van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter.