ECLI:NL:RBROT:2025:15131

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11855111 RR FORM 25-91
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geldvordering en tegeneis in een geschil over de verkoop van een tweedehands auto

In deze zaak, behandeld door de regelrechter van de Rechtbank Rotterdam, heeft eiseres, woonachtig in Den Haag, een geldvordering ingesteld tegen gedaagde, woonachtig in Barendrecht, naar aanleiding van de aankoop van een tweedehands auto. Eiseres kocht de auto op 10 juni 2025 voor € 2.900,- via Marktplaats. Na enkele weken ontstonden er problemen met de motor, wat leidde tot hoge herstelkosten van meer dan € 5.800,-. Eiseres eiste terugbetaling van het aankoopbedrag en wilde de auto teruggeven aan gedaagde. Gedaagde betwistte de eis en stelde een tegeneis in voor immateriële schadevergoeding van € 5.000,-, stellende dat hij door de situatie stress en gezondheidsklachten had ervaren.

De rechter oordeelde dat zowel de eis van eiseres als de tegeneis van gedaagde werden afgewezen. Eiseres had niet aangetoond dat de auto non-conform was op het moment van de koop. De rechter benadrukte dat het aan eiseres was om te bewijzen dat de auto niet voldeed aan de verwachtingen die zij op basis van de overeenkomst mocht hebben. De omstandigheden, waaronder het feit dat de auto een tweedehands voertuig was en dat er geen eerdere motorproblemen waren gerapporteerd, leidden tot de conclusie dat de auto op het moment van aflevering niet non-conform was. De rechter oordeelde ook dat gedaagde geen schadevergoeding aan gedaagde hoefde te betalen, omdat de gezondheidsproblemen van gedaagde niet door eiseres waren veroorzaakt. Tot slot werd bepaald dat beide partijen hun eigen proceskosten moesten dragen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11855111 RR FORM 25-91
datum uitspraak: 19 december 2025
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: Den Haag,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Barendrecht,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
gemachtigde: T. Acer.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter (hierna: rechter) op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 26 augustus 2025 heeft ontvangen, met bijlagen,
  • het reactieformulier van [gedaagde], met bijlagen,
  • een WhatsApp-bericht van [gedaagde], met bijlagen.
1.3.
Op 26 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [eiseres],
  • [gedaagde] en zijn zoon ([naam]), bijgestaan door de gemachtigde, tevens tolk.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft op 10 juni 2025 via Marktplaats een auto gekocht van [gedaagde] voor de prijs van € 2.900,-. Na een week ging er een motorlampje branden en is [eiseres] met de auto naar een garage gegaan om de olie bij te vullen. Een week later gebeurde dat nogmaals. Toen heeft de garage verder onderzoek gedaan, maar niets gevonden. Weer een aantal dagen later ging het lampje voor de derde keer aan. [eiseres] is toen weer met de auto naar een garage gegaan en dit keer bleek dat de motor kapot was vanwege lekkende olie. Dit was voor [eiseres] aanleiding om contact op te nemen met [gedaagde] om samen tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt. [eiseres] is daarom deze procedure gestart. De herstelkosten bedragen ruim € 5.800,-. [eiseres] wil de auto aan [gedaagde] teruggeven en eist terugbetaling van het aankoopbedrag van € 2.900,-.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis en vindt dat hij niets aan [eiseres] hoeft te betalen. Volgens hem was er tijdens de koop niets mis met de auto. [eiseres] heeft dat zelf kunnen controleren tijdens de gemaakte proefrit en zij had de auto ook kunnen laten controleren bij een garage. Daar had [eiseres] een hele dag de tijd voor omdat zij de auto al een dag voor de overschrijving mee had gekregen. Ook heeft [eiseres] pas na de derde storing contact met hem opgenomen. [gedaagde] vindt dat zij te lang heeft gewacht, waardoor hij niet weet wat er in de tussentijd met de auto is gebeurd.
2.3.
[gedaagde] heeft veel stress gehad van de situatie en zijn gezondheidsklachten zijn verergerd. Hij heeft daarom een tegeneis ingesteld die ertoe strekt dat [eiseres] € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding aan hem moet betalen.
Beide eisen worden afgewezen
2.4.
Zowel de eis van [eiseres] als de tegeneis van [gedaagde] wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
[gedaagde] hoeft het aankoopbedrag niet terug te betalen
2.5.
Formeel gezien heeft [eiseres] de koop ontbonden (artikel 6:265 BW), omdat de auto volgens haar niet beantwoordt aan de overeenkomst (non-conformiteit; artikel 7:17 lid 1 BW). Zij werd kort na de aankoop al geconfronteerd met een probleem aan de motor en met herstelkosten die twee keer zo hoog zijn als het bedrag dat zij voor de auto heeft betaald. Als [eiseres] de koop inderdaad mocht ontbinden vanwege een gebrekkige motor, moet zij de auto aan [gedaagde] teruggeven en moet [gedaagde] het aankoopbedrag terugbetalen. De rechter komt echter tot de conclusie dat dat niet het geval is. De redenen daarvan zijn als volgt.
2.6.
Het is aan [eiseres] om aan te tonen dat de auto non-conform was op het moment van de koop, maar de rechter oordeelt dat zij daar niet in is geslaagd. De auto is non-conform als hij niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:17 lid 2 BW). Het toetsingsmoment is het moment van aflevering. Alle omstandigheden van het geval spelen een rol. Het gaat hier om een tweedehands auto, dus enerzijds geldt dat [eiseres] mag verwachten dat zij met de auto normaal kan deelnemen aan het verkeer, maar anderzijds moet zij tot op zekere hoogte rekening houden met het ontstaan van mankementen.
2.7.
[eiseres] heeft een factuur van een autogarage van 10 juli 2025 overgelegd voor het vervangen van de distributieset en motor. Als gevolg van de defecte distributieset is ernstige schade ontstaan aan de motor. Sindsdien vindt zij de auto niet veilig meer om te gebruiken in het verkeer. Dat deze problemen zo’n vier weken na de koop zijn geconstateerd, betekent echter niet automatisch dat het gebrek aan de motor al bestond op het moment van aflevering en dat de auto toen niet geschikt was voor normaal gebruik.
2.8.
De overige omstandigheden bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Vast staat dat [gedaagde] bij de koop alle papieren heeft meegegeven die zien op onderhoud en eerdere APK-keuringen. Daarin staat niet dat er eerder motorproblemen zijn geweest. [gedaagde] heeft zelf verklaard dat hij in de jaren waarin hij de auto bezat, geen problemen heeft gehad met de motor. Hij liet de auto regelmatig onderhouden bij een garage, omdat hij er zelf geen verstand van had. Verder heeft [eiseres] samen met een vriend naar tevredenheid een proefrit gemaakt. Er zijn toen geen lampjes op het dashboard van de auto gaan branden en er zijn geen problemen met de motor opgemerkt.
2.9.
Beide partijen hebben, na het bekend worden van de problemen, online keuringsrapporten gevonden. Bij de laatste keuring op 14 november 2024, ongeveer een half jaar voor de koop, is als aandachtspunt geconstateerd dat sprake was van ‘Overmatige vloeistoflekkage overige vloeistoffen’. Volgens [gedaagde] ging het hierbij echter om koelvloeistof en had het niets te maken met de huidige problemen. Ook hieruit kan niet worden afgeleid dat de auto op het moment van aflevering non-conform was.
2.10.
Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat er op het moment van de koop al een gebrek aan de motor was. Zij mocht de koop niet ontbinden. Daarom hoeft niet meer te worden besproken of [eiseres] beter onderzoek had moeten doen naar de auto voor de koop, en ook niet of zij op tijd bij [gedaagde] heeft geklaagd over de problemen.
2.11.
Dit alles betekent dat [gedaagde] het aankoopbedrag niet terug hoeft te betalen. Dat [gedaagde] in een eerder stadium heeft aangeboden een vergoeding aan [eiseres] te betalen, betekent niet dat hij daar nu nog aan gehouden kan worden. De rechter begrijpt dat dit niet de uitkomst is waar [eiseres] op heeft gehoopt, maar het kopen van een tweedehands auto van een particulier brengt nu eenmaal risico’s met zich mee. De koper wordt dan namelijk minder goed beschermd dan wanneer zij de auto van een professionele partij zou kopen.
[eiseres] hoeft ook geen schadevergoeding te betalen aan [gedaagde]
2.12.
Ook de tegeneis van [gedaagde] wordt afgewezen. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat het vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden een moeilijke tijd voor hem is. Hoewel de rechter dat begrijpt, is het zo dat de gezondheidsproblemen van [gedaagde] er al waren voordat het geschil over de auto is ontstaan. Die problemen zijn er dus niet gekomen door toedoen van [eiseres]. Bovendien heeft niet alleen [gedaagde], maar ook [eiseres] stress van de situatie gehad. De rechter oordeelt daarom dat [eiseres] geen schadevergoeding aan [gedaagde] hoeft te betalen.
De partijen dragen hun eigen proceskosten
2.13.
Gelet op deze uitkomst bepaalt de rechter dat de partijen de eigen proceskosten dragen (artikel 15 Besluit). Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.

3.De beslissing

De rechter:
3.1.
wijst de eis van [eiseres] af;
3.2.
wijst de tegeneis van [gedaagde] af;
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. van Buuren en in het openbaar uitgesproken.
43416
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u binnen drie maanden na de datum van de uitspraak het Gerechtshof in Den Haag vragen om de zaak opnieuw te beoordelen (hoger beroep). Dat doet u door de deurwaarder een dagvaarding te laten bezorgen bij de tegenpartij en die ook op te sturen naar het Gerechtshof. U heeft hiervoor een advocaat nodig.