In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 24 december 2025 uitspraak gedaan over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige. Het verzoek is ingediend door [naam 1], de biologische moeder van de minderjarige, die verzoekt om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te wijzigen van haar stiefmoeder, [naam 2], naar haarzelf in België. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige sinds juli 2025 bij [naam 1] in België woont, na een periode van verblijf bij [naam 2] in Nederland. De rechtbank heeft de procedure gestart op basis van de gewijzigde omstandigheden en de wens van de minderjarige om in België te wonen. Tijdens de mondelinge behandeling is de minderjarige in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, wat zij ook heeft gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de zorgen van [naam 2] over de minderjarige niet zodanig zijn dat de verhuizing naar België niet in het belang van de minderjarige is. De rechtbank heeft het verzoek van [naam 1] om de hoofdverblijfplaats te wijzigen toegewezen en de zorgregeling vastgesteld, waarbij de minderjarige eens per drie weken bij [naam 2] verblijft. Tevens is het verzoek van [naam 1] om vervangende toestemming voor inschrijving op school afgewezen, omdat [naam 2] al toestemming had verleend. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij elke partij de eigen kosten draagt.