Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet, gericht op het moratorium om ontruiming van haar woonruimte te voorkomen. Tevens verzocht zij om toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege een ontruimingsvonnis en aankondiging van ontruiming. Verzoekster ontvangt een netto inkomen van circa €3.600 per maand, maar door beslag en inhoudingen blijft zij maandelijks ongeveer €1.913 over, wat nagenoeg gelijk is aan de maandelijkse huur van €1.751,12. Verzoekster heeft een betaling van €1.680 gedaan zonder huurtermijn te specificeren, waardoor de huur van oktober 2025 niet volledig is voldaan.
Verweerster stelt dat er een huurachterstand van circa tien maanden is en dat verzoekster niet de intentie toont haar schulden aan te pakken. Ook heeft verweerster beslag gelegd op het inkomen van verzoekster. De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven af tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren en concludeert dat het onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster de lopende huurtermijnen tijdig kan voldoen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.