Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 1/2 jaar (66 maanden) met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
jo neef alles duidelijk toch. Hij moet slapen slapen anders geen pap”.
“helft vooraf g”.
je gaat 3,5 k borg”.
Broeder ik heb je al gezegt je krijgt 3.5k”.
ditonderzoek mochten worden gebruikt, kon niet worden volstaan met een verwijzing naar de eerder door de officier van justitie verleende toestemming om de mobiele telefoon volledig uit te lezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Op het moment dat de telefoon werd uitgelezen, diende de verdachte als slachtoffer te worden aangemerkt. De officier van justitie heeft deze hoedanigheid in zijn toestemming meegewogen en kon – mede gelet op de ernst van het feit – tot de conclusie komen dat de inbreuk op de grondrechten van het slachtoffer (in de onderhavige zaak: de verdachte) gerechtvaardigd was. Thans is er echter sprake van een situatie waarin hij als verdachte dient te worden aangemerkt. Verder blijkt niet op basis waarvan de uitgelezen gegevens langere tijd werden bewaard en voor andere onderzoeken toegankelijk waren. Gelet op het voorgaande was een machtiging van de rechter-commissaris vereist om onderzoek te doen in de uit de telefoon verkregen gegevens. Dit geldt temeer nu de gegevens een min of meer compleet beeld van het privéleven van de verdachte kunnen geven en de inbreuk dus zeer ingrijpend kan zijn.
slapeniets anders bedoeld kan zijn dan het doden van die persoon. Bij dat oordeel worden ook de vlak na het beschreven gesprek door [medeverdachte 2] gevoerde chats betrokken. In die drie chats die starten om 17:09, 17:12 en 17:13 uur benadert [medeverdachte 2] drie personen. In het gesprek dat start om 17:09 uur vraagt [medeverdachte 2] aan [naam 4] : “
wil je iemand shoetoe” en zegt hij “
veel pap”. De rechtbank begrijpt dat [medeverdachte 2] vraagt aan [naam 4] of hij iemand wil neerschieten voor veel geld. In het gesprek met [accountnaam 6] zegt [medeverdachte 2] dat hij een soldaat nodig heeft om iemand te laten slapen. De klus zou 60k opleveren. Vervolgens zegt [medeverdachte 2] dat ‘ze’ een borg van 3,5 hebben. In het derde gesprek met [accountnaam 7] zegt [medeverdachte 2] ook dat iemand moet slapen en dat dat 60k oplevert.
en
(voor
ditvuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, onder 4° gelet op artikel 2, lid 2, categorie II van de Wet wapens en munitie,
en
een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid Pro 1, categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (kogel)geweer van het merk Ruger, model: Precision, kaliber: .308 Winchester,
voorhanden heeft gehad.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
9 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder, zij het niet onherroepelijk, is veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie en het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. Nu deze veroordeling niet onherroepelijk is, zal deze niet in strafverzwarende zin worden meegewogen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden (vierenvijftig) maanden;