De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 16 oktober 2025 om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2021, tot vier maanden. De zitting vond plaats op 1 december 2025 met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De vader was afwezig vanwege een medische afspraak.
De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 12 december 2025. De GI lichtte toe dat hoewel er in het verleden sprake was van spanningen en stress binnen het gezin, mede door de toeslagenaffaire, er inmiddels positieve ontwikkelingen zijn. De ouders nemen de regie over het gezag en zijn bereid de hulpverlening voort te zetten, ondanks zorgen over een ongefundeerde uitlating van de vader over seksueel misbruik.
De ouders voerden verweer dat de zorgen vooral betrekking hebben op het verleden en dat de hulpverlening wordt benut. De kinderrechter oordeelde dat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer is. De medische zorgen bij de oudste minderjarige zijn niet van dien aard dat verlenging gerechtvaardigd is, mede omdat de ouders bereid en in staat zijn noodzakelijke medische hulp te zoeken en op te volgen.
De kinderrechter prees de ouders voor hun positieve ontwikkeling en wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.