ECLI:NL:RBROT:2025:15173

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/10/708540 / JE RK 25-2133
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling wegens afwezigheid ernstige ontwikkelingsbedreiging

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 16 oktober 2025 om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2021, tot vier maanden. De zitting vond plaats op 1 december 2025 met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De vader was afwezig vanwege een medische afspraak.

De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 12 december 2025. De GI lichtte toe dat hoewel er in het verleden sprake was van spanningen en stress binnen het gezin, mede door de toeslagenaffaire, er inmiddels positieve ontwikkelingen zijn. De ouders nemen de regie over het gezag en zijn bereid de hulpverlening voort te zetten, ondanks zorgen over een ongefundeerde uitlating van de vader over seksueel misbruik.

De ouders voerden verweer dat de zorgen vooral betrekking hebben op het verleden en dat de hulpverlening wordt benut. De kinderrechter oordeelde dat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer is. De medische zorgen bij de oudste minderjarige zijn niet van dien aard dat verlenging gerechtvaardigd is, mede omdat de ouders bereid en in staat zijn noodzakelijke medische hulp te zoeken en op te volgen.

De kinderrechter prees de ouders voor hun positieve ontwikkeling en wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens afwezigheid van ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708540 / JE RK 25-2133
Datum uitspraak: 1 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. R. Delgado, kantoorhoudende in Hoogvliet Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 17 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder bijgestaan door de advocaat van de ouders;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [naam].
1.3.
De vader is niet verschenen. Hij kon vanwege een medische afspraak voor [minderjarige 1] niet bij de zitting aanwezig zijn.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.
2.3.
Bij beschikking van 12 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 12 december 2025.
3.
Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van vier maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. In het verleden was sprake van spanning en stress binnen het gezin, waarbij de financiële situatie een rol speelde. De ouders zijn slachtoffer van de toeslagenaffaire, waardoor zij genoodzaakt waren veel te werken. Inmiddels wordt een positieve ontwikkeling gezien en het is belangrijk dat deze wordt voortgezet. De ouders nemen goed de regie over het gezag. Er bestaan echter nog zorgen over de uitspraak van de vader over seksueel misbruik; hierover zullen de komende tijd gesprekken met de kinderen moeten worden gevoerd. Mocht de ondertoezichtstelling nu worden afgesloten, is het van belang dat de huidige hulpverlening wordt voortgezet. Verder is het wenselijk dat de moeder de dagelijkse opvoedende rol op zich neemt, aangezien zij niet werkt en de vader zich kan richten op zijn werk. De ouders hebben aangegeven het hiermee eens te zijn.

4.Het standpunt van de ouders

4.1.
Door de moeder en namens de ouders wordt verweer gevoerd. In het verzoekschrift worden zorgen geuit die vooral betrekking hebben op het verleden. Het is begrijpelijk dat iemand achterdochtig wordt wanneer tijdens de toeslagenaffaire door verschillende instanties wordt medegedeeld dat er fraude zou zijn gepleegd. [minderjarige 1] had problemen met plassen, waarvoor de ouders aanvankelijk verantwoordelijk werden gehouden. Uiteindelijk bleek er sprake te zijn van een fysieke oorzaak, die inmiddels is verholpen. De ongefundeerde uitlating over seksueel misbruik, die voortkwam uit psychische overbelasting, vormt geen grond voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Eerder was dit ook geen reden voor nader onderzoek daarnaar. Nu de hulpverlening loopt en de ouders deze benutten, is een ondertoezichtstelling niet langer nodig. Het is van belang dat er rust komt in het gezin.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. Op dit moment is geen sprake meer van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Hoewel er nog zorgen zijn over [minderjarige 1] in verband met zijn medische situatie, zijn deze zorgen niet van een zodanige aard dat gesproken kan worden van een ernstige bedreiging in zijn ontwikkeling. Deze zorgen kunnen bovendien via medische hulpverlening worden onderzocht en behandeld, waarbij de ouders in staat en bereid zijn de noodzakelijke hulpverlening in te schakelen en op te volgen. Gelet hierop ziet de kinderrechter geen gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen. De kinderrechter overweegt daarbij dat het bijzonder is welke stappen de ouders in de afgelopen periode hebben gezet. Het is bewonderenswaardig hoe de ouders zich vanuit een moeilijke situatie hebben ontwikkeld en op dit punt zijn gekomen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 10 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.