ECLI:NL:RBROT:2025:15174

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/10/703076 / FA RK 25-5281
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Brussel II-terArt. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 8 EVRMArt. 3 IVRKArt. 266 lid 1 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ouderlijk gezag moeder en benoeming voogd over minderjarige

De rechtbank Rotterdam heeft op 22 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, geboren in 2011. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om het gezag te beëindigen en de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (GI LDH) tot voogd te benoemen. De moeder verblijft zonder bekende woon- of verblijfplaats en is onvoldoende in staat gebleken om voor het kind te zorgen.

De feiten tonen aan dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door jarenlange onveiligheid, getuige zijn van huiselijk geweld, middelengebruik en fysieke mishandeling door de moeder. De moeder heeft onvoldoende inzicht in de schadelijke effecten van haar gedrag en houdt zich niet aan afspraken, waardoor het contact met de minderjarige moeizaam verloopt. De minderjarige verblijft momenteel in een instelling en heeft geen school gevolgd sinds 2022.

De rechtbank oordeelt dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen en dat een minder ingrijpende maatregel dan gezagsbeëindiging niet mogelijk is. Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en wordt de GI LDH benoemd tot voogd. De moeder moet rekening en verantwoording afleggen over het vermogen van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt het ouderlijk gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot voogd over de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/703076 / FA RK 25-5281
Datum uitspraak: 22 december 2025
Beschikking van de rechtbank over de gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in het [geboorteland 1] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, zonder bekende woon- of verblijfplaats,
advocaat: mr. P. van Baaren, kantoorhoudende in Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI LDH.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI JBRR.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 10 juli 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder bijgestaan door haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI LDH, [naam 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 3] en [naam 4] , jeugdbeschermers van [minderjarige] van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en heeft de GI JBRR vervolgens aangemerkt als informant.
1.4.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Litouwse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 5] , tolk in de Litouwse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.5.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening over het verzoek te geven. [minderjarige] , bijgestaan door een tolk in de Engelse taal, [naam 6] , heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een open groep bij [naam instelling] .
2.3.
Bij beschikking van 8 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 september 2026. Bij die beschikking is ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 14 september 2026.
2.4.
De GI LDH heeft zich bij brief van 2 juli 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen en de GI LDH tot voogdes over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij heeft te maken gehad met jarenlange onstabiliteit en onveiligheid in haar opvoedsituatie. Gedurende deze periode was [minderjarige] getuige van huiselijk geweld, middelengebruik en fysiek geweld door haar moeder. Bij [minderjarige] is sprake van negatieve hechting; zij maakt zich veel zorgen over haar moeder. Daarnaast vertoont [minderjarige] trauma-gerelateerde klachten. Toen [minderjarige] opgroeide bij haar moeder en stiefvader in Engeland, was de kinderbescherming al betrokken. De moeder is toen met [minderjarige] naar Nederland vertrokken. Sinds 2022 verblijven zij in Nederland, waar [minderjarige] sindsdien geen school heeft gehad. Momenteel verblijft [minderjarige] bij [naam instelling] , waar op 10 augustus jl. een incident heeft plaatsgevonden. Tijdens dit incident probeerde de moeder samen met haar huidige partner [minderjarige] mee te nemen. Wat de moeder betreft, geldt dat zij zich niet aan afspraken houdt en dat contact met haar vrijwel onmogelijk is. De moeder geeft steeds aan dat zij alles anders zal doen, maar er verandert niets. Dit is mede de reden dat het onderzoek van de Raad zo lang heeft geduurd. Er is verzocht om gegevens van de grootouders in Litouwen om te onderzoeken of plaatsing van [minderjarige] daar mogelijk zou zijn, maar de moeder verstrekte deze informatie niet, waardoor het onderzoek niet kon starten. Tijdens de schorsing van de zitting werd ook aan de moeder gevraagd waar zij momenteel verblijft en wie haar behandelaar is, maar deze gegevens kon zij niet verstrekken. Momenteel wordt onderzocht of [minderjarige] naar haar stiefvader in Engeland kan gaan. Hij zou naar Nederland komen, maar heeft zijn vlucht gemist. Er is inmiddels een nieuwe datum gepland voor zijn komst: 14 december 2025.

4.Het standpunt van de GI LDH

4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Wel vraagt de GI zich af wat de meerwaarde is van het beleggen van de voogdij bij de GI LDH in plaats van de bij de GI JBRR. Het klopt dat de ouders vallen binnen de doelgroep van de GI LDH, maar als het de GI JBRR niet lukt contact te krijgen, zal dit ook de GI LDH niet lukken. Hoewel deze twijfel bestaat, ligt er wel een bereidverklaring. Zodra de voogdij wordt uitgesproken, zal de GI LDH hiermee aan de slag gaan.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd. De moeder heeft nooit drugs gebruikt in het bijzijn van [minderjarige] . Zij heeft 12 jaar in Engeland gewerkt en gewoond. Dit zou niet mogelijk zijn als de moeder verslaafd was. Er wordt gezegd dat er geweld tegen [minderjarige] is gebruikt. Het geweld was alleen tussen de moeder en haar ex-partner, waardoor de kinderbescherming in Engeland betrokken raakte. De moeder vraagt al twee jaar om scholing voor [minderjarige] . [minderjarige] wil dit ook, omdat zij weet dat school belangrijk is voor haar toekomst. De moeder heeft onlangs een e-mail gekregen over het ondertekenen van papieren hiervoor en zij heeft deze getekend. Soms reageert de moeder niet meteen op de GI, maar waar mogelijk doet zij dat wel. Over het incident in augustus jl. wordt er gezegd dat de moeder [minderjarige] wilde ontvoeren, maar dit is niet zo. Haar begeleider zag de moeder, haar partner en [minderjarige] bij een winkel en heeft de politie gebeld. [minderjarige] was hierdoor bang en getraumatiseerd. Zij vreesde dat de bezoekmomenten niet meer zouden plaatsvinden. [minderjarige] heeft grote trauma’s, maar die zijn volgens de moeder ontstaan toen zij in de instellingen terechtkwam. Zij heeft zichzelf gesneden en aangegeven dat zij terug wil naar haar moeder, vader of grootouders. Ook wordt gezegd dat [minderjarige] zich veel zorgen maakt om de moeder. Dat is normaal, omdat haar moeder ziek is; een verslaving is namelijk een ziekte. Er wordt gevreesd dat de moeder de terugkeer van [minderjarige] naar Engeland zou tegenhouden. De moeder wil juist dat [minderjarige] terug kan naar Engeland.

6.Informatie van de GI JBRR

6.1.
Er zijn veel zorgen over [minderjarige] , zowel op de groep waar zij verblijft als over het contact met haar moeder. [minderjarige] maakt zich veel zorgen over haar moeder. Het contact tussen de moeder en de GI verloopt moeizaam. De afgelopen twee jaar was het moeilijk om contact te krijgen met de moeder. Er was alleen sporadisch contact via WhatsApp en er waren geen fysieke afspraken. Ook verschijnt de moeder nooit bij de zes-wekelijkse gesprekken bij [naam instelling] . Sinds de komst van de moeder en [minderjarige] naar Nederland liep het proces om [minderjarige] in te schrijven in Nederland moeizaam. Zonder inschrijving kon zij niet worden verzekerd. Dit lukte niet om dit met de moeder voor elkaar te krijgen, maar uiteindelijk is de bijzondere curator naar de ambassade in Den Haag gegaan. Daarna kon de GI een zorgverzekering voor [minderjarige] afsluiten. Ook over het onderwijs van [minderjarige] is contact met de moeder lastig. Afgelopen vrijdag heeft de moeder voor het eerst een handtekening gezet, waarna nu gezocht kan worden naar een passende school. Youz is ingezet voor de hechtingsproblemen en het trauma van [minderjarige] . Deze hulpverlening is gestart zonder handtekening van de moeder. Youz heeft geen contact met de moeder kunnen krijgen over de voortgang. De GI onderzoekt momenteel of [minderjarige] naar Engeland kan. Hiervoor is contact gezocht met de moeder, maar dit is niet gelukt, waardoor onduidelijk is wat de mening van de moeder hierover is. Mocht de voogdij worden uitgesproken, is de GI LDH passender als voogdijinstelling vanwege de problematiek van de moeder.

7.De beoordeling

Rechtsmacht
7.1.
Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland ligt, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Pro Brussel II-ter bevoegd te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarigen.
Toepasselijk recht
7.2.
De Nederlandse rechter past op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 het Nederlands recht op het verzoek toe.
7.3.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Gezagsbeëindiging
7.4.
De internationale wettelijke kaders voor de beoordeling van dit verzoek worden vormgegeven door artikel 8 van Pro het Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.
7.5.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen, zoals wordt bedoeld in artikel 266, eerste lid, onder a, van boek van het Burgerlijk Wetboek (BW).
7.6.
[minderjarige] kent een belast verleden. Zij groeide op bij haar moeder met persoonlijke problematiek en middelengebruik, was getuige van huiselijk geweld en werd verwaarloosd. Daarnaast heeft de moeder [minderjarige] fysiek aangevallen. Toen de kinderbescherming in Engeland betrokken raakte, zijn de moeder en [minderjarige] verdwenen naar Nederland. Niet blijkt dat de moeder haar zaken goed had geregeld toen zij naar Nederland kwam, zoals huisvesting, inkomen en school voor [minderjarige] . In 2023 kwam de moeder in beeld bij de Nederlandse instanties. [minderjarige] werd verwaarloosd buiten aangetroffen en de moeder was onder invloed. Daarom is [minderjarige] uit huis geplaatst. In de afgelopen jaren is gebleken dat het de moeder niet lukt om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen. Wekelijkse bezoekmomenten tussen de moeder en [minderjarige] worden structureel niet nagekomen, waardoor [minderjarige] verdrietig en teleurgesteld is. De moeder toont onvoldoende inzicht in de schadelijke effecten van haar gedrag op [minderjarige] . Zij stelt dat het normaal is dat [minderjarige] zich zorgen maakt om haar, terwijl dit wijst op een verstoorde moeder-kindrelatie en een negatieve hechting en dat is schadelijk voor [minderjarige] ’s ontwikkeling. De moeder lijkt geen daadwerkelijke interesse in [minderjarige] te tonen, zoals over haar verblijf op de groep. Daarnaast stagneren praktische zaken die belangrijk zijn voor [minderjarige] , zoals het regelen van een inschrijving in Nederland en het afsluiten van een zorgverzekering. Ook is een patroon zichtbaar waarbij de moeder moeilijk bereikbaar is en geen openheid geeft over haar verblijfplaats of mogelijk middelengebruik. Zo gaf de moeder tijdens de zitting aan dat zij bij een opvang verblijft voor een detox, maar heeft zij geen naam of adres van behandelaar(s) of behandelinstelling (aan de Raad) verstrekt, waardoor onduidelijk is of de moeder de waarheid spreekt. Bovendien schuift de moeder de schuld af op anderen en stelt zij dat zij geen hulp krijgt, terwijl eerder ingezette hulpverlening is stopgezet omdat contact met de moeder niet mogelijk was. De moeder ziet daarbij onvoldoende in dat zij zelf verantwoordelijk is om aan zichzelf te werken door van haar verslaving af te komen, hoe moeilijk dat ook is. Het kan niet zo zijn dat [minderjarige] rekening zou moeten houden met de verslaving van haar moeder, waardoor de moeder al langere tijd niet in staat is om haar moederrol te vervullen.
7.7.
Gezien voorgaande situatie acht de rechtbank geen minder verstrekkende maatregel mogelijk dan een gezagsbeëindiging. Het beëindigen van het gezag van de moeder is noodzakelijk in het belang van [minderjarige] .
7.8.
Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De GI LDH heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is van oordeel dat de GI LDH de voogdij moet krijgen. De GI LDH kan de belangen van [minderjarige] behartigen. De kinderrechter zal daarom bepalen dat de GI LDH wordt belast met de voogdij over [minderjarige] .
7.9.
De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [minderjarige] . Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [minderjarige] de geldzaken kan regelen.
7.10.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
7.11.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8.De beslissing

De rechtbank:
8.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van
[naam moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1989 in [geboorteland 2] , over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in het [geboorteland 1] ;
8.2.
benoemt de gecertificeerd instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, tot voogdes over genoemde minderjarige;
8.3.
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;
8.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.