ECLI:NL:RBROT:2025:15181

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
10.217057.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne en onbevoegd aanwezig op haventerrein

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het plegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne en van onbevoegd aanwezig zijn op een haventerrein. De verdachte, geboren in 1978, werd samen met een ander op 26 augustus 2022 op heterdaad betrapt op het empty-depot terrein van een bedrijf in Rotterdam. De officier van justitie beschuldigde de verdachte ervan dat hij samen met een ander voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de invoer van 42 kilo cocaïne. De rechtbank oordeelde dat de beschuldigingen bewezen waren, en legde een gevangenisstraf op voor de duur van de voorlopige hechtenis, alsook een taakstraf van 240 uren. De rechtbank overwoog dat de verdachte samen met zijn medeverdachte op een besloten terrein aanwezig was, waar zij bezig waren met het openschroeven van inspectieluiken van een container. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, gezien de grote hoeveelheid cocaïne die bestemd was voor verdere verspreiding en handel. De verdachte had geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en zijn persoonlijke omstandigheden werden als positief beoordeeld, wat leidde tot een lagere straf dan oorspronkelijk geëist. De rechtbank legde de straffen op in overeenstemming met de eisen van de officier van justitie, waarbij de verdachte ook in aanmerking kwam voor een taakstraf in plaats van een langere gevangenisstraf.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer 10.217057.22
Datum uitspraak: 10 december 2025
Datum zitting: 10 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. K. Kuster.
Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 26 augustus 2022 samen met een ander onbevoegd op een haventerrein aanwezig was en dat hij samen met een ander voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de invoer van 42 kilo cocaïne.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1.
De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren en de bewijsmiddelen staan in hoofdstuk 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van de voorlopige hechtenis. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf op van 240 uren. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straffen worden opgelegd.
In hoofdstuk 6 staan alle beslissingen van de rechtbank.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij op of omstreeks 26 augustus 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen (waaronder ook bedoeld als in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet)
- het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van 42,37 kilogram, althans een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
-(onbevoegd) het empty-depot terrein van [naam bedrijf] , gelegen aan de [vestigingsadres] te betreden, en/of
- twee, althans één, schroef/ven van een inspectieluik van de koelmotor van de container [containernummer 1] met gereedschap los te schroeven, en/of
- één of meer (organisatie)telefoon(s) en/of een ratelsleutel en/of een rugtas en/of een koffertje met opzetstukken voor een dopsleutel en/of een accuboormachine en/of
schroevendraaiers voorhanden te hebben.
2
hij op of omstreeks 26 augustus 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het empty-depot terrein van [naam bedrijf] , gelegen aan de [vestigingsadres] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Feit 1
Bewezen is dat de verdachte op 26 augustus 2022 samen met een ander voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de invoer van cocaïne. De bewezenverklaring van dit feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 2
Bewezen is dat de verdachte op 26 augustus 2022 samen met een ander onbevoegd aanwezig was op het empty-depot terrein van [naam bedrijf] in Rotterdam. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
Feit 1
Invoer van verdovende middelen
1.
Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane. [2]
Op 24 augustus 2022 was ik ter plaatse in Rotterdam. Ik zag in het rechtercompartiment van container [containernummer 2] [de rechtbank begrijpt:
[containernummer 1]] 20 pakketten liggen. In het linker compartiment zag ik 22 pakketten liggen. Ik heb 7 willekeurige pakketten geselecteerd voor onderzoek. Ik nam 3 gram van pakket 1 tot en met 5 voor nader onderzoek door het Douanelaboratorium.
Nettogewicht 42 pakketten is 42,37 kilogram.
Zakje 1 [SIN-nummer 1] ;
zakje 2 [SIN-nummer 2] ;
zakje 3 [SIN-nummer 3] ;
zakje 4 [SIN-nummer 4] ;
zakje 5 [SIN-nummer 5] .
2.
Deskundigenverslag, Rapport van Douane Laboratorium. [3]
Ik ontving een plastic zak met daarin
zakje 1 [SIN-nummer 1] wit korrelig materiaal
zakje 2 [SIN-nummer 2] wit korrelig materiaal
zakje 3 [SIN-nummer 3] wit korrelig materiaal
zakje 4 [SIN-nummer 4] wit korrelig materiaal
zakje 5 [SIN-nummer 5] wit korrelig materiaal
Het materiaal van bovengenoemde SIN-nummers bevat cocaïne.
3.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam, [4]
Ik heb onderzoek gedaan naar de route die de container [containernummer 2] [de rechtbank begrijpt:
[containernummer 1]] heeft afgelegd voordat het in Rotterdam aan kwam. Volgens het Afis portal werd de container geladen aan boord van een containerschip in de haven van Guatemala. Vervolgens voer het schip naar de haven in Panama. Daar werd de container geladen aan boord van een ander containerschip die naar de haven in Rotterdam voer, waar de container op 24 augustus 2022 werd gelost.
Betrokkenheid van de verdachte en medeverdachte
4.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam. [5]
Op de ontvangen camerabeelden die zicht hebben op het terrein van [naam bedrijf] op 26 augustus 2022 tussen 20.00 uur en 23.59 uur, zag ik om 21.33 uur een Ford Fiësta parkeren op de [naam locatie] aan de overzijde van [naam bedrijf] . Beide personen stappen uit en lopen richting [naam bedrijf] .
5.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam [6]
Op bevel van de officier van justitie is een technisch hulpmiddel geplaatst op container [containernummer 1] . Vervolgens heb ik het op 26 augustus 2022 tussen 14.14 uur en 23.30 uur opgenomen geluid en beeldmateriaal uitgeluisterd en uitgekeken.
- 22.47 uur hoorde ik stemmen en voetstappen. Ik hoorde een stem zeggen "deze". Ik hoorde en zag dat persoon 1 zei:"ik ga hem nu opendraaien".
- 22.48 zag ik de arm van een tweede persoon. Ik hoorde dat er gefluisterd werd en metaalachtige geluiden.
- 22.49 uur hoorde ik het geluid van een ratelsleutel.
- 22.51 uur hoorde ik aanhoudingsgeluiden.
6.
Het proces-verbaal van Harc Team Rotterdam [7]
Op 26 augustus 2022 om 23.25 uur hebben wij een onderzoek ingesteld op het terrein van [naam bedrijf] . Wij zagen bij container [containernummer 1] dat bij het rechter luikje van de koelmotoren totaal twee schroeven waren verwijderd.
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
Op 26 augustus 2022 was ik belast met aanhouding van een of meerdere uithalers op het terrein aan de [vestigingsadres] te Rotterdam. Ik zag 2 personen verschijnen in deze gang. Ik zag duidelijk dat de 2 personen vlak bij elkaar stonden. Ik zag dat verdachte 1 begon te rennen. Ik zag dat verdachte 2 zich probeerde te verstoppen tegen een container aan de achterzijde van container [containernummer 1] . Verdachte 2 kon worden aangehouden. Deze bleek te zijn genaamd [verdachte] . Ik zag dat verdachte 1 over een hek probeerde te klimmen en daar werd aangehouden. Deze verdachte bleek te zijn genaamd [medeverdachte] .
8.
Proces-verbaal van politie [9]
Op vrijdag 26 augustus 2022, om 22:51 uur, heb ik verdachte [medeverdachte] aangehouden.
9.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam [10]
Op 26 augustus 2022 omstreeks 14.11 uur werd de container [containernummer 1] ingeleverd bij [naam bedrijf] aan de [vestigingsadres] te Rotterdam. De container werd naar een stack op de grond verplaatst. Gedurende de aanhouding van beide verdachten werden de volgende goederen in beslag genomen. Verdachte [verdachte] : in de broekzak werd een ratelsleutel van het merk Sensys aangetroffen.
In de rechterbroekzak van [medeverdachte] werd een iPhone 11 aangetroffen. In de rugtas die bij [medeverdachte] [de rechtbank begrijpt:
de medeverdachte] is aangetroffen werden - een Bosch Gsb 18v-21 boormachine, een doos van een ratelsleutel van het merk Sencys met diverse dopsleutels en opzetstukken en een schroevendraaier aangetroffen.
10.
Proces-verbaal van politie [11]
Op 26 augustus 2022 om 22.51 uur heb ik de medeverdachte [medeverdachte] aangehouden op de [vestigingsadres] . Ik trof een mobiele telefoon Apple type 11 aan bij de medeverdachte [medeverdachte] .
11.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam, [12]
Ik zag dat de iPhone 11 de volgende naam had: iPhone van [voornaam medeverdachte] . Ik zag binnen Signal het volgende actieve account: [accountnaam] . Ik zag een chatsessie met de gebruiker P gekoppeld aan telefoonnummer [gsm-nummer] .
P 26 augustus 022 20.24 uur: Schroefmachine bij de hand?
O 26 augustus 2022 20.24 uur: Ja.
P: 26 augustus 2022 20:25 uur: Pak big shoppers die sterke tassen
P stuurt O een spraakbericht 26 augustus 2022 21.34 uur: “daar is 42”.
P 26 augustus 2022 21.46 uur: Ben je binnen?
O 26 augustus 2022 21.46 uur: Ja ben net binnen.
Feit 2
12.
Verklaring van de verdachte op de zitting van 10 december 2025 [13]
13.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam [14]
14.
Proces-verbaal van politie [15]
15.
Proces-verbaal van politie [16]
16.
Proces-verbaal van Harc Team Rotterdam [17]
2.3.2.
Bewijsmotivering feit 1
Standpunt verdediging
Niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin op het plegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. Weliswaar was de verdachte aanwezig op het terrein van [naam bedrijf] , maar er is geen bewijs dat de verdachte betrokken was bij deze container en dat hij wetenschap had van de cocaïne in die container.
Beoordeling
Op 26 augustus 2022 om 22:47 uur is via de opnameapparatuur in container [containernummer 1] te zien dat twee personen zich in de buurt van die container bevinden. Ook zijn stemmen en voetstappen te horen waarbij door een van de personen wordt gezegd: “dit is hem” en “ik ga hem nu opendraaien”. Om 22:49 uur is vervolgens het geluid van een ratelsleutel te horen en om 22:51 uur zijn aanhoudingsgeluiden te horen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte samen met zijn medeverdachte de twee personen zijn die te zien en te horen zijn op de opnameapparatuur in container [containernummer 1] .
Op het moment van de aanhoudingsgeluiden zijn de verdachte en zijn medeverdachte op het terrein van [naam bedrijf] aangehouden. De verdachte werd direct achter container [containernummer 1] aangetroffen en zijn medeverdachte bij het hek aan de rand van het terrein dat aan de stack grenst. Bij de fouillering van de verdachte is een ratelsleutel aangetroffen en zijn medeverdachte had een rugtas bij zich met daarin onder meer een boormachine, een doos van een ratelsleutel, dopsleutels met opzetstukken en een schroevendraaier. Gelet op de zeer korte tijdspanne van twee minuten tussen het moment dat de geluiden van een ratelsleutel te horen zijn en de geluiden van de aanhouding waarbij de verdachte samen met zijn medeverdachte dichtbij de container is aangehouden en de spullen –– die bij de verdachte en zijn medeverdachte zijn aangetroffen, stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met zijn medeverdachte bezig is geweest bij container [containernummer 1] om die container te openen. Daar komt bij dat uit onderzoek van de iPhone 11 van de medeverdachte een bericht van 26 augustus 2022 om 21:34 uur is aangetroffen waarin wordt gezegd: “daar is 42”. Dit aantal correspondeert met het aantal pakketten cocaïne die eerder in de container zijn aangetroffen. Uit de bewijsmiddelen in het dossier blijkt verder van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte. Het medeplegen kan dan ook bewezen worden.
Opzet op het gronddelict
De verdachte was samen met zijn medeverdachte op een besloten terrein aanwezig op een tijdstip dat firma [naam bedrijf] niet in bedrijf was. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gereedschap dat bij de verdachte is aangetroffen kan worden gebruikt om een container te openen. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat in containers veelvuldig harddrugs uit het buitenland worden meegesmokkeld en dat die drugs door middel van uithalers uit de containers moeten worden gehaald. Het moet de verdachte en zijn medeverdachte dan ook duidelijk zijn geweest dat zij met iets illegaals bezig waren toen zij midden in de nacht met dat gereedschap op dat terrein bezig waren met een container. Tegen deze achtergrond heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat uit de container cocaïne zou worden gehaald. De verdachte heeft daarom op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op de voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne.
Conclusie
Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij
op 26 augustus 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen (waaronder ook bedoeld als in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet)
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededader
(s), wist
(en
)of ernstige reden had
(den
)om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
-(onbevoegd) het empty-depot terrein van [naam bedrijf] , gelegen aan de [naam locatie]
te betreden, en twee, schroeven van een inspectieluik van de koelmotor van de container [containernummer 1] met gereedschap los te schroeven, en/of
- een ratelsleutel en/of een rugtas en/of een
koffertje met opzetstukken voor een dopsleutel en/of een accuboormachine en/of
schroevendraaiersvoorhanden te hebben;
2
hij
op 26 augustus 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het empty-depot terrein van [naam bedrijf] , gelegen aan de [naam locatie] .

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
De eendaadse samenloop van:
Feit 1
medeplegen van om een feit bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, zich en een ander daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en voorwerpen en/of vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van het feit;
Feit 2
wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de voorbereidingshandelingen en het onbevoegd aanwezig zijn op een besloten terrein worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 dagen met aftrek van zijn voorarrest en een taakstraf voor 240 uren.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het lage recidiverisico dient te worden volstaan met een taakstraf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft samen met een ander voorbereidingshandelingen verricht voor de invoer van 42 kilo cocaïne via de haven van Rotterdam. Zij waren op het terrein van de onderneming [naam bedrijf] aanwezig waar zij bezig waren met het openschroeven van inspectieluiken van de container waar de cocaïne is aangetroffen. Gezien de aangetroffen hoeveelheid moet deze bestemd zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Slechts door interventie van de douane kon worden voorkomen dat deze hoeveelheid harddrugs elders kon worden afgeleverd. De internationale invoer van en handel in cocaïne veroorzaakt veel rand- en gevolgcriminaliteit waarvan de maatschappij ernstig overlast ervaart. Daarnaast is cocaïne een voor de volksgezondheid zeer schadelijke stof. De verdachte heeft met zijn gedragingen een essentiële bijdrage geleverd aan de instandhouding van de internationale drugscriminaliteit. Zeehavens zijn voorts van essentieel belang voor het economische verkeer en het maatschappelijke leven. Het is daarom belangrijk dat de in de haven gevestigde containerbedrijven ongestoord kunnen functioneren. De verdachte heeft door onbevoegd het haventerrein aanwezig te zijn dit economische verkeer verstoord. Beveiliging van haventerreinen tegen indringers vergt namelijk veel mankracht van overheidsdiensten en de kosten voor toezicht en handhaving zijn aanzienlijk. Die kosten komen ten laste van containerbedrijven en uiteindelijk van de maatschappij.
De verdachte heeft daar allemaal niet bij stil gestaan en heeft zich niets aangetrokken van de negatieve gevolgen. Hij heeft kennelijk slechts oog gehad voor zijn eigen financieel belang.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van 10 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 25 november 2025 staat het volgende.
De verdachte werkt sinds drie jaar vijf tot zes dagen in de week en heeft een vast contract. Hij haalt veel voldoening uit zijn werk. Het gezin van de verdachte wordt als een beschermde factor gezien. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat; sinds de bewezenverklaarde feiten is hij niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie. De reclassering adviseert daarom een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden en acht toezicht niet noodzakelijk.
4.3.3.
Oplegging straffen
Straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is in beginsel een lange gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Echter, de rechtbank houdt in het voordeel van de verdachte ook rekening met een tijdsverloop van meer dan twee jaren tussen het bewezenverklaarde onder 1 en 2 en deze uitspraak. Ook houdt de rechtbank rekening met de positieve ontwikkelingen met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft een zinvolle dagbesteding in die zin dat hij nu fulltime werkt. Verder is hij sinds de beschuldigingen niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. Onder die specifieke omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank beperkt daarom de op te leggen gevangenisstraf tot de duur van de voorlopige hechtenis en zal als vergelding een taakstraf van de maximale duur, te weten 240 uur, opleggen.
De rechtbank acht de op te leggen gevangenis- en taakstraf passend en geboden en volgt daarmee de officier van justitie.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 55, 138aa van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals die luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 11 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 dagen.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. B. Vaz, voorzitter,
en mrs. A. Boer en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier/[eind]proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] .
2.[nummer proces-verbaal 2] , p. 4 e.v.
3.Rapport van Douane Laboratorium, p. 86 e.v.
4.[nummer proces-verbaal 3] p. 26
5.[nummer proces-verbaal 4] , p. 62 e.v.
6.[nummer proces-verbaal 5] , p. 67 e.v.
7.[nummer proces-verbaal 6] , p. 30 e.v.
8.[nummer proces-verbaal 7] , p. 42 e.v.
9.[nummer proces-verbaal 8] , p. 40 e.v.
10.[nummer proces-verbaal 9] , p. 75 e.v.
11.[nummer proces-verbaal 8] p. 40 en 41.
12.[nummer proces-verbaal 10] , p. 46 e.v.
13.Verklaard tijdens de zitting van 10 december 2025.
14.[nummer proces-verbaal 11] , p. 30 e.v.
15.[nummer proces-verbaal 8] , p. 40 en 41
16.[nummer proces-verbaal 7] , p. 42
17.[nummer proces-verbaal 12] , p. 74 e.v.