Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de producties van [gedaagde];
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
178,00
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 30 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen Woningstichting Samenwerking Vlaardingen en een gedaagde huurder. De eiseres, Samenwerking Vlaardingen, vorderde ontruiming van de woning van de gedaagde wegens huurachterstand en overlast. De gedaagde huurde de woning sinds 1 september 2022, maar had vanaf juli 2024 een huurachterstand opgebouwd. Samenwerking Vlaardingen had eerder een bodemprocedure aangespannen tegen de gedaagde, waarin ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming werd gevorderd. Tijdens de mondelinge behandeling in die procedure had de gedaagde de behandelend kantonrechter gewraakt, wat leidde tot uitstel van de zaak.
In het kort geding vorderde Samenwerking Vlaardingen dat de gedaagde binnen drie dagen de woning zou ontruimen en de huurachterstand van € 9.374,44 zou betalen, evenals buitengerechtelijke kosten en toekomstige huurtermijnen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gedaagde niet voldoende had onderbouwd dat hij recht had op opschorting van de huurbetalingen en dat de huurachterstand aanzienlijk was. Ook werd vastgesteld dat de gedaagde overlast veroorzaakte, wat de vordering tot ontruiming verder onderbouwde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van Samenwerking Vlaardingen om de woning te ontruimen groter was dan het belang van de gedaagde om in de woning te blijven, vooral gezien de huurachterstand en de overlast. De gedaagde werd veroordeeld om de woning binnen 14 dagen te ontruimen en de achterstallige huur te betalen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk uitgevoerd kon worden, ook als de gedaagde in hoger beroep ging.