ECLI:NL:RBROT:2025:15200

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1585
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling met verlengde duur wegens studie

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Ondanks dat er schulden zijn ontstaan die niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder verkeers- en parkeerboetes, past de rechtbank de hardheidsclausule toe vanwege de saneringsgezinde houding van verzoekster en haar beschermingsbewind.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster haar schulden onder controle heeft gekregen, mede doordat haar auto's zijn opgekocht en geschorst, waardoor geen nieuwe boetes kunnen ontstaan. De rechtbank ziet aanleiding tot een verlenging van de Wsnp-duur tot 22 maanden vanwege haar studie, die deelname aan het arbeidsproces beperkt.

Er wordt geen eerdere ingangsdatum vastgesteld omdat niet is voldaan aan de vereiste inspanningsplicht in het minnelijke traject. Tijdens de Wsnp gelden diverse verplichtingen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd voor toezicht en beheer.

Indien verzoekster zich aan haar verplichtingen houdt, eindigt de regeling met een 'schone lei', waardoor schuldeisers geen verhaal meer kunnen halen op haar schulden. De rechtbank wijst het verzoek toe, stelt de ingangsdatum op 24 november 2025 en de duur op 22 maanden.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp voor een duur van 22 maanden zonder eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
24 november 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. In verband met de opleiding die [verzoekster] volgt, geldt voor haar een langere termijn voor de Wsnp.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 17 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster];
- de heer M. van Engelenburg, schuldhulpverlener;
- de heer E. Groeneveld, beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw M. Diepa, begeleidster van het CVD.
1.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting op 24 oktober 2025 nadere stukken toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] heeft schulden laten ontstaan die niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten, en deze staan in beginsel aan toelating in de weg. [verzoekster] heeft openstaande schulden aan het CJIB, die veelal bestaan uit verkeersboetes uit 2022, 2023 en 2024. Daarnaast zijn er tijdens het minnelijk traject nieuwe schulden ontstaan bij de Gemeentelijke Belastingen Rotterdam terzake parkeerboetes.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. [verzoekster] heeft aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die tot het ontstaan van deze schulden hebben geleid inmiddels onder controle heeft. Zij heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen. Het beschermingsbewind is uitgesproken op
1 oktober 2025. Gebleken is dat de auto’s op naam van [verzoekster] inmiddels zijn opgekocht en van 14 oktober 2024 tot 14 oktober 2025 waren geschorst. De schorsing is echter niet verlengd. Daarnaast is gebleken dat er beslag ligt op de auto’s waardoor de auto’s niet kunnen worden gevrijwaard. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat alle papieren voor het vrijwaren aanwezig zijn en dat, zodra het beslag vervallen is, hij ervoor gaat zorgen dat de auto’s van [verzoekster] haar naam worden gehaald. De auto’s staan op dit moment bij de sloperij en niet meer aan de openbare weg waardoor er geen nieuwe parkeerboetes meer kunnen ontstaan. Het onbetaald laten van de motorrijtuigenbelasting dan wel het laten ontstaan van nieuwe verkeers- of parkeerboetes acht de rechtbank dan ook niet aan de orde. [verzoekster] wil graag van haar schulden af. Zij heeft ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding. Hierdoor is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat [verzoekster] haar verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
2.4.
[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.5.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.6.
De rechtbank ziet aanleiding de duur te stellen op 22 maanden. Het WSNP-traject duurt in beginsel 18 maanden. De rechtbank heeft met [verzoekster] besproken dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling zal moeten worden verlengd, nu zij voorlopig niet volledig kan deelnemen aan het arbeidsproces door haar studie. [verzoekster] heeft aangegeven dat zij haar studie eind maart 2026 moet hebben afgerond zonder hiervoor extra te betalen. Mocht dit haar niet lukken, dient zij haar opleiding voor september 2026 te hebben afgerond. De rechtbank zal [verzoekster] in beginsel toelaten tot de schuldsaneringsregeling voor de duur van 22 maanden (zie art. 349a lid 1 van de Faillissementswet). De rechtbank neemt hierbij de mededeling van [verzoekster] in overweging, waarbij zij aangeeft nog een aantal maanden nodig te hebben voor haar studie, gevolgd door de gebruikelijke achttien maanden. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat [verzoekster] na afronding van de opleiding fulltime kan werken en dat zij een hoger inkomen zal kunnen verwerven. Indien [verzoekster] binnen vier maanden haar studie niet afrondt en evenmin voldoet aan haar inspanningsverplichtingen, dan is het aan het oordeel van de rechter-commissaris of (in het kader van de eindzitting) de rechtbank om de termijn van de schuldsaneringsregeling al dan niet nogmaals te verlengen. Indien zij eerder zal stoppen met haar studie en zich volledig aan haar inspanningsplichten zal zetten dan is een verkorting van de regeling mogelijk ook een optie.
De ingangsdatum
2.7.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
2.10.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1989 te Curaçao (Nederlandse Antillen),
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 24 november 2025 en de duur op 22 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
24 september 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel – van den Hout, rechter, in samenwerking met
I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025. [1]