ECLI:NL:RBROT:2025:15206
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende informatie
Verzoeker heeft op 22 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 17 november 2025 verklaarde verzoeker zelfstandig ondernemer te zijn en vanaf januari 2026 in loondienst te treden. De totale schuldenlast bedroeg circa €23.788.
De rechtbank beoordeelde dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Zo zijn verkeersboetes ontstaan terwijl de auto op naam van verzoeker stond maar door zijn broer werd gereden, en is er een schuld aan de Belastingdienst wegens onjuiste informatieverstrekking over toeslagen. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hem geen verwijt treft.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Het minnelijk traject faalde mede door nieuwe schulden en onvoldoende informatieverstrekking. Ook ontbraken belangrijke stukken zoals sollicitaties, belastingopgaven en jaarstukken, waardoor een volledig oordeel niet mogelijk was. Daarnaast beheerst verzoeker de Nederlandse taal onvoldoende en heeft hij geen vertaalhulp ingeschakeld.
Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende informatie.