ECLI:NL:RBROT:2025:15219

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
10/229990-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting in een cold case uit 2004 met gevangenisstraf van 24 maanden

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 30 december 2025 uitspraak gedaan in een cold case-zaak betreffende een verkrachting die plaatsvond op 18 mei 2004. De verdachte, geboren in 1964, werd beschuldigd van het seksueel geweld tegen een 66-jarige vrouw in haar woning te Hendrik-Ido-Ambacht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en dat er voldoende bewijs is om de beschuldigingen te ondersteunen. De officier van justitie had een gevangenisstraf van vier jaar geëist, maar de rechtbank besloot tot een straf van 24 maanden, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank oordeelde dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar was en dat er geen feiten of omstandigheden waren die de strafbaarheid uitsloten. De rechtbank heeft ook de impact van het delict op het slachtoffer in overweging genomen, evenals de lange tijdsduur tussen het delict en de veroordeling. De verdachte had zich gedurende 21 jaar niet gemeld, wat de rechtbank als ernstig beschouwde, maar ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn alcoholgebruik en de stress in zijn leven op het moment van het delict, werden meegewogen. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, en de rechtbank heeft bepaald dat de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/229990-25
Datum uitspraak: 30 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] , ( [postcode] ) te [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de:
Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] ,
raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 december 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
De verdediging heeft verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de gedragingen die zijn ten laste gelegd onder de gedachtestreepjes 4, 5, 6 en 13. De rechtbank gaat bij de beoordeling echter uit van de door de aangeefster afgelegde verklaringen. De aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard over wat haar is overkomen, ook direct nadat de verkrachting had plaatsgevonden en haar verklaringen worden ondersteund door objectieve bewijsmiddelen in het dossier. Daar komt bij dat de verdachte heeft verklaard zich niet alles meer te kunnen herinneren vanwege het tijdsverloop van 21 jaar sinds het feit en zijn toenmalige alcoholgebruik. Ter zitting heeft hij verklaard dat “als aangeefster verklaard heeft dat het zo is gegaan, dat wel zal kloppen”. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de verdachte partieel vrij te spreken van de gedragingen die ten laste gelegd zijn onder de gedachtestreepjes 4, 5, 6 en 13.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op
of omstreeks18 mei 2004 te Hendrik-Ido-Ambacht (in een woning gelegen aan de [adres 2] ) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte
- (meermalen, althans éénmaal) de vagina en/of de clitoris en/of een/de borst(en) en/of de anus van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld, en
/of- (meermalen, althans éénmaal) met zijn, verdachtes, tong aan/over de vagina en/of de clitoris van die [slachtoffer] gelikt, en
/of
- (meermalen, althans éénmaal) zijn, verdachtes, tong in de vagina van die [slachtoffer] gebracht, en
/of- zichzelf afgetrokken ten overstaan van die [slachtoffer] , en
/of- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken, en
/of- die [slachtoffer] gedwongen haar eigen vagina en/of haar clitoris te betasten, terwijl hij, verdachte, toekeek, en
/of- (meermalen, althans éénmaal) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht
gebracht,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- zijn, verdachtes, voet tussen/voor de voordeur van de woning van die [slachtoffer] heeft geplaatst, op het moment dat die [slachtoffer] de voordeur wilde sluiten, en
/of- die [slachtoffer] haar woning heeft binnen geduwd en/of (aldus) de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, en
/of- die [slachtoffer] bij haar pols heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden, en
/of- een fysiek overwicht had op die [slachtoffer] , en
/of- voorbij is gegaan aan haar verbale en non verbale protesten en
/of- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij haar keel kon doorsnijden met de hanger van zijn ketting en/of haar arm uit de kom kon draaien, als zij niet meewerkte en rustig bleef, althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard/strekking, en
/of- (aldus) die [slachtoffer] naar de slaapkamer heeft gebracht, alwaar hij die [slachtoffer] heeft gedwongen zich uit te kleden en op bed te gaan liggen, en
/of- (meermalen, althans éénmaal) op die [slachtoffer] is gaan liggen, en
/of- (onverhoeds) de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid, en
/of- tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij zich niet moest verroeren, althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard/strekking, en
/of- de telefoondraad van de telefoonaansluiting in die woning heeft doorgeknipt, en
/of- een slip van die [slachtoffer] heeft meegenomen,
(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
Verkrachting
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich ruim twintig jaar geleden schuldig gemaakt aan een zeer ernstig strafbaar feit, namelijk de verkrachting van een 66-jarige vrouw. Op 18 mei 2004 is de verdachte in de woning van het slachtoffer, een plek waar zij zich veilig zou moeten kunnen voelen, binnengedrongen. De verdachte heeft het slachtoffer onder meer bedreigd en stevig bij haar pols vastgepakt. De seksuele handelingen hebben een geruime tijd geduurd. Tevens heeft de verdachte na de verkrachting de draad van de telefoonaansluiting doorgeknipt en de slip van het slachtoffer meegenomen.
Het behoeft geen uitleg dat het slachtoffer zeer angstige momenten heeft moeten doormaken. De verdachte heeft de belangen van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een verkrachting nog jarenlang last kunnen hebben van de psychische gevolgen ervan. De rechtbank rekent dit de verdachte ernstig aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
12 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
12 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte kent stabiliteit op de leefgebieden en er lijkt geen sprake te zijn van risicofactoren. De leefgebieden dagbesteding, financiën, seksualiteit, partnerrelatie, middelengebruik en psychosociaal functioneren zijn te relateren aan het delict en waren destijds risicofactoren, maar op dit moment zijn er geen problemen meer op deze gebieden. Daar het risico op recidive wordt ingeschat als laag, de verdachte 21 jaar lang delictvrij door het leven gaat en wij geen risicofactoren hebben gevonden op dit moment, zien wij geen noodzaak voor bijzondere voorwaarden.
Het risico op seksuele recidive wordt ingeschat als laag.Het risico op recidive wordt ingeschat als laag.Het risico op letsel wordt ingeschat als laag.Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.
GZ-psycholoog drs. [persoon A] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 14 oktober 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er komen geen aanwijzingen naar voren voor het bestaan van psychopathologie. De verdachte was tot zijn aanhouding een goed functionerende man, met werk en een gezinsleven. Er is in de afgelopen 15 jaar geen sprake van structurele problematiek. Het ten laste gelegde heeft 21 jaar geleden plaatsgevonden in een periode waarin de verdachte veel dronk, werkloos was en er spanningen waren in zijn huwelijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Omdat de conclusies van de psycholoog gedragen worden door haar bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus volledig toerekeningsvatbaar geacht.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank heeft de Landelijke Oriëntatiepunten Voor Straftoemeting (LOVS) zoals deze in omstreeks 2004 bestonden in acht genomen en neemt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als uitgangspunt.
Het tijdsverloop in deze cold case-zaak mag naar het oordeel van de rechtbank strafverlagend noch strafverhogend werken. Enerzijds is het één van de grondbeginselen van ons strafrecht dat niemand verplicht kan worden aan zijn eigen veroordeling mee te werken. De verdachte heeft verklaard dat hij zich in de afgelopen eenentwintig jaar niet heeft gemeld vanwege gevoelens van schaamte en angst om zijn echtgenote en familie te verliezen. Daartegenover staat dat het slachtoffer inmiddels is overleden en de verdachte – door zichzelf te melden bij de politie – een einde had kunnen maken aan de, naar ook de verdachte had kunnen en moeten begrijpen, jarenlange gevoelens van onveiligheid en onzekerheid die het slachtoffer naar alle waarschijnlijkheid heeft ervaren. Dat had mogelijk ook kunnen helpen bij het verwerken van het verdriet bij de naaste omgeving van het slachtoffer.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van de verkrachting in een moeilijke periode zat, waarin onder meer zijn huwelijk en familierelaties onder spanning stonden en hij veel alcohol gebruikte. Aannemelijk is dat de verdachte zich bewust is van de gevolgen van zijn handelen. Zo heeft de verdachte oprecht spijt betuigd, heeft hij zijn leven op orde en wordt het recidiverisico ingeschat als laag. De rechtbank ziet om die reden aanleiding af te wijken van de eis van de officier van justitie.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op het artikel 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,
en mrs. D.M. Douwes en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B.A. Slebus, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 18 mei 2004 te Hendrik-Ido-Ambacht (in een woning gelegen aan de [adres 2] ) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte
- (meermalen, althans éénmaal) de vagina en/of de clitoris en/of een/de borst(en) en/of de anus van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld, en/of
- (meermalen, althans éénmaal) met zijn, verdachtes, tong aan/over de vagina en/of de clitoris van die [slachtoffer] gelikt, en/of
- (meermalen, althans éénmaal) zijn, verdachtes, tong in de vagina van die [slachtoffer] gebracht, en/of
- zichzelf afgetrokken ten overstaan van die [slachtoffer] , en/of
- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken, en/of
- die [slachtoffer] gedwongen haar eigen vagina en/of haar clitoris te betasten, terwijl hij, verdachte, toekeek, en/of
- (meermalen, althans éénmaal) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht gebracht,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- zijn, verdachtes, voet tussen/voor de voordeur van de woning van die [slachtoffer] heeft geplaatst, op het moment dat die [slachtoffer] de voordeur wilde sluiten, en/of
- die [slachtoffer] haar woning heeft binnen geduwd en/of (aldus) de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, en/of
- die [slachtoffer] bij haar pols heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden, en/of
- een fysiek overwicht had op die [slachtoffer] , en/of
- voorbij is gegaan aan haar verbale en non verbale protesten en/of
- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij haar keel kon doorsnijden met de hanger van zijn ketting en/of haar arm uit de kom kon draaien, als zij niet meewerkte en rustig bleef, althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard/strekking, en/of
- (aldus) die [slachtoffer] naar de slaapkamer heeft gebracht, alwaar hij die [slachtoffer] heeft gedwongen zich uit te kleden en op bed te gaan liggen, en/of
- (meermalen, althans éénmaal) op die [slachtoffer] is gaan liggen, en/of
- (onverhoeds) de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid, en/of
- tijdens het verlaten van de woning van die [slachtoffer] tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij zich niet moest verroeren, althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard/strekking, en/of
- de telefoondraad van de telefoonaansluiting in die woning heeft doorgeknipt, en/of
- een slip van die [slachtoffer] heeft meegenomen,
(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.