ECLI:NL:RBROT:2025:15222
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens gebrek aan spoedeisend belang
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 23 december 2025, is het verzoek van de verzoeker om een voorlopige voorziening afgewezen. De verzoeker had een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV was afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de verzoeker geen spoedeisend belang had bij zijn verzoek, omdat de financiële gevolgen van de afwijzing niet voldoende waren om een spoedeisend belang aan te nemen. De verzoeker verkeerde in een problematische financiële situatie, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat hij een bijstandsuitkering kon aanvragen, wat een meer geschikte oplossing zou zijn voor zijn situatie. De verzoeker had aangevoerd dat hij in een noodsituatie verkeerde door de afwijzing van zijn WIA-aanvraag, maar de voorzieningenrechter vond dat hij niet had aangetoond dat zijn psychische klachten op de datum in geding ernstiger waren dan door de verzekeringsarts was vastgesteld. De voorzieningenrechter raadde de verzoeker aan om zich tot de gemeente Rotterdam te wenden voor een bijstandsuitkering, aangezien dit de aangewezen voorziening was. De uitspraak benadrukt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als er een spoedeisend belang is, wat in dit geval niet aanwezig werd geacht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook afgewezen.