ECLI:NL:RBROT:2025:15222
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft op 24 december 2022 een WIA-uitkering aangevraagd, die door het UWV op 28 september 2023 werd afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd op 23 januari 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 18 december 2025 gaf verzoeker aan dat hij door de afwijzing in financiële nood verkeert, mede door het opmaken van een toegekend bedrag uit de Catshuisregeling en dreigende uithuiszetting per 20 februari 2026. Hij kan geen bijstandsuitkering verkrijgen vanwege het niet kunnen aanleveren van gevraagde informatie door psychische klachten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is bij het verzoek om voorlopige voorziening, omdat het UWV-besluit niet evident onrechtmatig is en verzoeker altijd een nieuwe WIA-aanvraag kan doen. De voorzieningenrechter adviseert verzoeker dringend om een bijstandsuitkering aan te vragen en hulp te zoeken bij het sociale netwerk of wijkteam.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat dit oordeel voorlopig is en geen invloed heeft op het bodemgeding. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.