Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 november 2025, met producties 1 tot en met 9,
- de aanvullende stukken van [eiser], die als producties 10 en 11 worden aangemerkt,
- de producties 1 tot en met 11 van het LBIO,
- de spreekaantekeningen van Heijens.
2.De feiten
voorlopige akkoordtussen de partijen, zonder dat een van beide partijen afstand doet van het recht om zijn of haar respectievelijke claims en standpunten te doen gelden voor de Jeugdrechtbank, in afwachting van de beslissing van de Jeugdrechtbank:
[naam 3], geboren op [geboortedatum] 2002, geboren.
3.Het geschil
4.De beoordeling
voorlopige akkoordtussen partijen. Daarbij is overwogen dat partijen geen afstand doen van het recht om hun claims en standpunten te doen gelden voor de Jeugdrechtbank. Vervolgens heeft de Jeugdrechtbank bij vonnis van 12 mei 2011 definitief beslist en zich onbevoegd verklaard om uitspraak te doen over de vordering tot het betalen van kinderalimentatie omdat [naam 3] niet door [eiser] is erkend. Naar voorlopig oordeel heeft het vonnis van de Jeugdrechtbank de in de eerdere beslissing vastgelegde voorlopige afspraken tussen [eiser] en [naam 2] opzij gezet. Dit betekent dat er geen verplichting op [eiser] rust om kinderalimentatie te betalen, waarbij de voorzieningenrechter opmerkt dat [eiser] [naam 3] blijkbaar ook nadien niet heeft erkend.
- griffierecht: € 90,00
- salaris advocaat: € 1.107,00
- nakosten: