Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2025, met producties;
- het antwoord, met producties;
- de mail van 20 oktober 2025 van mr. Claassen, met productie 4.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Woonstad Rotterdam en een huurder, aangeduid als [gedaagde]. De huurder had sinds 19 januari 2012 een woning gehuurd van Woonstad. Na klachten van omwonenden heeft de politie op 15 november 2024 in de woning een illegale seksinrichting aangetroffen, wat leidde tot een sluiting van de woning door de burgemeester. Woonstad heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en de huurder verzocht de woning te verlaten. In deze procedure vorderde Woonstad primair ontruiming van de woning en subsidiair ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat Woonstad de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden. De rechter heeft vastgesteld dat de burgemeester de woning had gesloten op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, en dat dit een geldige reden was voor ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder had aangevoerd dat hij niet op de hoogte was van de prostitutiewerkzaamheden en dat deze zonder zijn toestemming hadden plaatsgevonden. De kantonrechter oordeelde echter dat de huurder voldoende toezicht had moeten houden op de situatie in zijn woning.
De rechter heeft de huurder veroordeeld om de woning binnen veertien dagen te ontruimen en een gebruiksvergoeding van € 650,34 per maand te betalen. Daarnaast is de huurder veroordeeld in de proceskosten van Woonstad, die zijn begroot op € 790,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de ontruiming direct kan plaatsvinden, ongeacht eventuele rechtsmiddelen die de huurder zou kunnen aanwenden.